Kinderen die zelf kinderen krijgen

Anne-Laure Bondoux: Zo gaan die dingen. Vertaald uit het Frans door Ellen Brandt. Gottmer, 214 blz. €12,95.

Wie bent u eigenlijk, Anne-Laure Bondoux? De vraag dringt zich op bij het lezen van Zo gaan die dingen, de tweede jeugdroman van Bondoux die in het Nederlands is vertaald. Want net als het vorige is dit een boek van zeldzame kwaliteit: oorspronkelijk, diepzinnig, grappig, ontroerend en prachtig geschreven.

Anne-Laure Bondoux (1971) is in Frankrijk een gereputeerde auteur van kinder- en jeugdboeken, toneelstukken en liedteksten. In 2004 brak zij door met het winnen van de Prix des Sorcières, de Franse prijs voor kinder- en jeugdliteratuur, voor Les larmes de l’assassin, vorig jaar in vertaling verschenen.

De tranen van de moordenaar – over de vriendschap van een jongen met de moordenaar van zijn ouders – is met niets te vergelijken. Zo gaan die dingen is te typeren als een meisjesboek. Met botsingen tussen twee zusjes, gedoe met jongens en opmaakspullen, adolescentenonzekerheid en veel emoties. Bondoux zet dit soort elementen zo naar haar hand, dat haar verhaal het genre overstijgt.

De slimme en vroegwijze Mado (15 jaar) woont samen met haar losbandige en niet al te slimme zus Patty (20). Hun ouders zijn net overleden en Patty zorgt met haar baantje als serveerster voor het inkomen. De toestand is broos. Mado moet zware schoolexamens halen, Patty kan de verantwoordelijkheid nauwelijks aan. De toestand loopt uit de hand als Patty in verwachting blijkt te zijn.

Voor de twee wezen is de komst van een baby een bom, die hun hele wereld dreigt op te blazen. Moeder Patty rent voor haar plichten weg en laat haar jongere zus veel vuil werk opknappen. Mado doet dat, naar haar aard, met behulp van een zwangerschapsboek.

Dit boek vol ideaal moederschap duikt veelvuldig op zoals ‘how to’-boeken in de chick lit: als een lachspiegel van de eigen tekortkomingen. In dit geval is het hulpboek echt een praktische gids, die Mado een soort levenskracht geeft. Bondoux weet zo versleten motieven nieuw leven in te blazen.

De baby dwingt beide zusjes te breken met het verleden (Mado) en met een irrëel toekomstbeeld (Patty). De dood wordt verdreven door het nieuwe leven, maar de omarming van het nieuwe leven verloopt niet zoetsappig. De zusjes verfoeien het babygekrijs, de slapeloosheid en het tijdgebrek, maar uiteindelijk sluit Mado, en later ook Patty, de baby in de armen. Als Mado in de auto uitgeput voorover buigt, voelt ze plotseling de babyvoetjes tegen haar voorhoofd. ‘Ze zijn zo klein, die voetjes...zo ontzettend klein... Ik barst plotseling in snikken uit.’ Zelden zal ook zo ontroerend zijn geschreven over de emoties die baby’s oproepen bij ouders en verzorgers. De baby is überhaupt een zeldzaam personage in de jeugdliteratuur. Alleen dat al maakt Zo gaan die dingen tot een uitzonderlijk boek.