Kijker dupe van kabelmonopolie

De kabelaansluiting is een goudmijn voor bedrijven, omdat ze een monopolie vormt. Een abonnement is veel te duur. Maar de toezichthouders doen niets, vindt Jaap Doeleman.

De kabelexploitant Casema wordt voor 2,1 miljard euro verkocht aan Warburg Pincus en Cinven. Dezelfde twee Britse durfkapitalisten hebben UPC overtroefd bij de veiling van Kabelcom, het kabelbedrijf van Essent. Als de toezichthouder NMa akkoord gaat, krijgt Essent 2,6 miljard euro voor haar televisiedivisie. Dat betekent dat voor 3 miljoen kabelaansluitingen binnenkort 4,7 miljard euro wordt betaald, ruim 1.500 euro per aansluiting – een bedrag dat kennelijk terugverdiend kan worden.

Nederlandse kabelbedrijven zijn erg gewild. Een investeerder koopt een tot in lengte van jaren onbedreigd, maar desalniettemin ongereguleerd monopolie, met een vaste maandelijkse inkomstenstroom – en veel potentieel. De kabel heeft immers een groot voordeel in de strijd met KPN. Waar KPN zijn vaste telefoniemonopolie hard ziet eroderen door het succes van eerst mobiele telefonie en nu internetbellen, is het einde van de kabel nog lang niet in zicht. In Nederland is satelliet-tv een niche-product gebleven, terwijl de introductie in 2003 van de digitale ethertelevisie door Digitenne (KPN) de dominantie van de kabel niet heeft gebroken. Televisie-over-breedband (IP-TV) ten slotte heeft nog geen voet aan de grond gekregen: de IP-TV-dienst van KPN is nog maar net op de markt en is fors duurder dan een kabelabonnement.

De onbedreigde dominantie op de tv-markt is voor de kabelbedrijven als het paard van Troje. Via de kabel kunnen ook allerlei andere diensten worden aangeboden. En omdat de overgrote meerderheid van de Nederlandse huishoudens op de kabel er niet over peinst om de kabelaansluiting op te zeggen, verkeert de kijker constant in de verleiding om ook goedkoop breedband, digitale tv en telefonie te nemen. Voor de kabelaars is het bovendien veel gemakkelijker om telefonie en breedband over een kabelnet aan te bieden, dan voor de KPN om televisie over de telefoonlijn te transporteren.

Dit voordeel van de kabel komt tot uiting in de groei van het aantal kabelaansluitingen (ruim 6 miljoen) tegenover de scherpe daling van de telefonieaansluitingen: inmiddels heeft minder dan 5 miljoen van de 7 miljoen huishoudens nog een KPN-aansluiting.

Er is veel voor te zeggen om één van de twee aansluitingen de deur uit te doen, vaak wordt dat de telefoon. De consument is er niet om KPN te subsidiëren. Maar de consument is er óók niet om de grote kabelbedrijven superwinsten te bezorgen. En dat doet hij nu wél. Analoge kabel-tv kost aanzienlijk minder dan de 15 tot 16 euro per maand die UPC, Casema en Essent Kabelcom nu rekenen. Veel kleinere kabelaars bieden méér zenders voor prijzen rond de 10 euro, hebben een state-of-the-art net en zijn financieel kerngezond. Zo levert Rekam in Gouda 45 zenders voor 6,60 euro per maand.

De mededingingsautoriteit NMa kwam vorig jaar voor UPC en Casema uit op een maximaal tarief van rond de 12 euro per maand, maar greep niet in met het opmerkelijke argument dat het zou moeten gaan om het gemiddelde tarief over een reeks van jaren. Of dat argument bij de rechter standhoudt, staat nog te bezien. In elk geval moet de consument het kennelijk niet van de NMa hebben.

Ook de poging van toezichthouder Opta om greep op de kabeltarieven te krijgen, strandde vorig jaar. Opta, onder luide aansporing van de Tweede Kamer, wilde de tarieven van de grote kabelbedrijven net als de telefoontarieven van KPN ‘kostengeoriënteerd’ maken, maar vond eurocommissaris Kroes op haar weg. Anders dan NMa en Opta verwachtte men in Brussel dat de kabeltarieven wel gedisciplineerd zouden gaan worden door Digitenne en IP-TV.

Het compromis met mevrouw Kroes was uiteindelijk dat Opta het nog tot maart 2007 zou aanzien, alvorens een nieuw plan voor een eventuele regulering van de kabeltarieven aan Brussel voor te leggen.

Als de bewegingen in de markt één ding duidelijk maken, dan is het dat het de hoogste tijd is de tvtarieven van de grote kabelbedrijven aanzienlijk te verlagen. Met monopoliewinsten van 300 of 400 miljoen euro per jaar behoren serieuze toezichthouders korte metten te maken.

Jaap Doeleman is advocaat in Amsterdam en treedt namens gemeenten geregeld op tegen kabelbedrijven.