Jihad is een rage, net als gangsta rap

Jihad is een wereldwijde rage, die wordt gevoed met beelden van dode kinderen.

Het is onder islamitische jongeren een ‘coole’ manier om onvrede te uiten.

De beelden uit het Libanese Qana, waar vrouwen en kinderen dit weekeinde tijdens een Israëlische luchtaanval werden verpletterd, zijn hartverscheurend. Velen van ons hebben er moeite mee weer gewoon aan het werk te gaan. We kijken naar onze eigen kinderen en realiseren ons hoe gelukkig zij – en wij – zijn.

Niettemin worden we bezocht door nieuwe angsten. Deze zomer leren we weer een les die mensen gedoemd lijken telkens te vergeten: eenmaal ontketend geweld lijkt zijn eigen kwaadaardige stootkracht te ontwikkelen. Zij die anderen aanvallen, ook al is dat uit zelfverdediging, moeten voorbereid zijn op de indirecte schade die daarvan onvermijdelijk het gevolg is. Die schade wordt niet alleen gemeten in kinderlevens, maar ook in gekwetste zielen.

Maar vandaag de dag moeten we ook rekening houden met een nieuw soort indirecte schade: de manier waarop terroristen hun voordeel doen met militaire vergissingen. En wat we ook nog te weten zullen komen over wat werkelijk plaatsvond in Qana, Haditha of Abu Ghraib – terroristen zullen ervan profiteren.

Terroristen beginnen vaak als ‘ware gelovigen’, die ten slachtoffer vallen aan een slecht idee. De beelden uit Qana zijn een cadeautje voor terroristen die het onjuiste idee verspreiden dat het Westen er op uit is de Islamitische wereld te vernietigen en moslims te vernederen.

De enige manier om erachter te komen hoe dit fenomeen werkt, is door met islamitische jongeren te praten. Ik heb dat vrij vaak gedaan: in westerse steden, in Palestijnse sloppenwijken en in Pakistaanse madrassa’s (islamscholen). En wat ik heb geleerd, is dit: jihad is een wereldwijde rage geworden, net zoals de gangsta rap. Het is een rage die wordt gevoed met de beelden van dode kinderen.

De meeste jongeren die worden aangetrokken door het jihadistische gedachtegoed, zouden zelf nooit terroristen worden; net zo min als de meeste jongeren die naar gangsta rap luisteren zelf het soort lugubere misdaden zouden plegen die de teksten lijken te bepleiten. Maar onder veel moslimjongeren, vooral in Europa, is jihad een ‘coole’ manier om uiting te geven aan hun onvrede over een machtselite, of die nu werkelijk bestaat of niet. En jihad leeft heus niet ‘slechts’ in het Midden-Oosten of Europa, maar ook in Amerika.

Jihad is uitgegroeid tot een beweging met een massale aantrekkingskracht, die in veel opzichten te vergelijken is met mondiale bewegingen als die van de anarchisten in de 19de eeuw, of zelfs die van de vredesactivisten van de jaren zestig en zeventig. Maar de radicale jongeren van vandaag uiten hun onvrede niet door te vrijen, maar door oorlog te voeren. Pasgetrouwde jonge jihad-aanhangers brengen hun huwelijksnacht door met het kijken naar de pornografie van het onthoofden van gegijzelde buitenlanders in Irak.

Er schuilt een zekere aantrekkingskracht in het slachtofferschap: als ik het slachtoffer ben van de slechte daden van iemand anders, heb ik een excuus om niet aan de verwachtingen – die van mijzelf of die van anderen – te voldoen. Er schuilt een zekere aantrekkingskracht in gerechtvaardigde verontwaardiging. Er schuilt een zekere aantrekkingskracht in het wreken van het onrecht dat de zwakken door de sterken wordt aangedaan. Het verhaal zal verleidelijker zijn als er makkelijke antwoorden mogelijk lijken op lastige morele vraagstukken, als daders en slachtoffers duidelijk herkenbaar zijn, en als zij nooit van plaats verwisselen, wat in de echte wereld dikwijls het geval is.

Het Westen speelt soms in de kaart van de terroristische ideologen, wier succes mede afhankelijk is van de mogelijkheid om hun verhaal met feiten te illustreren, of althans met beelden die feiten lijken te zijn. Irak brengt veel beelden voort waaraan de terroristische ideologen behoefte hebben. Qana is een bonus.

Om deze oorlog te winnen, moet Amerika begrijpen dat we tegen een idee vechten, niet tegen een staat. Militaire actie, zorgvuldig uitgevoerd, kan noodzakelijk zijn om veldslagen te winnen. Maar wat we nodig hebben om de oorlog op de langere termijn te winnen, zijn geen bommen, maar ideeën en verhalen die de terroristische verhalen ondermijnen. En de aantrekkingskracht van de jihad.

Jessica Stern doceert over terrorisme aan de Universiteit van Harvard. Dit artikel verscheen in The Boston Globe.