‘Ik benader de koran heel aards’

Wie wil schrijven, bereide zich voor. Deze zomer vertellen zes schrijvers over het onderwerp van hun nieuwe boek. Vandaag: Kader Abdolah over zijn nieuwe koranvertaling.

Het heeft even geduurd, hij heeft een omtrekkende beweging gemaakt, maar inmiddels is Kader Abdolah (1954) definitief terug bij het belangrijkste boek uit zijn jeugd: de koran. In zijn huis in Delft vertaalt hij dagelijks teksten uit de heilige schrift van de mohammedanen. Het doel: een toegankelijke koranvertaling. Gemaakt door een ongelovige, dat wel.

U bent opgegroeid in Iran, wat voor rol speelde de koran toen in uw leven?

,,Mijn vader las zichzelf iedere dag voor uit de koran. Dat begon al om half zes ’s morgens. In het donker keek hij naar het boek en las hij verzen aan zichzelf voor. Ik vroeg mij af hoe hij dat toch deed, zonder licht. Kennelijk kende hij de verzen uit zijn hoofd. Mijn vader – hij is eigenlijk een oom die mij heeft opgevoed – is een vrome man, 94 inmiddels, maar nog altijd bezig met de koran.

,,Zelf was ik op mijn veertiende klaar met het geloof. Ik had in de kiosk tegenover de moskee iets wereldser ontdekt. Daar lagen Amerikaanse supermarktromannetjes in Perzische vertaling. Toen ik die ging lezen, waande ik me in een wonderland. Het ging over zaken waar ik nooit van had gedroomd; borsten, korte rokjes. Na een jaar ontdekte ik in diezelfde kiosk The Old Man and the Sea van Ernest Hemingway. Met achterin een lijst met nog meer van zulke boeken. Ik dreef steeds verder weg van de koran.’’

Wanneer was de omslag, wanneer begon u zich weer te verdiepen in dat boek uit uw jeugd?

,,Na 11 september 2001. Ik was al jaren schrijver en woonde al jaren in Nederland, maar nu begonnen mijn lezers vragen te stellen over de islam. Ik voelde me genoodzaakt om te begrijpen wat er aan de hand was. Wat is de koran, wat is de islam? Ik ontdekte dat de islam alom in mij vertegenwoordigd is. Die zoektocht naar mijzelf heb ik opgeschreven in Het huis van de moskee.’’

Die roman verscheen eind vorig jaar, bent u sindsdien aan het vertalen?

,,Nee. Toen mijn boek was gepubliceerd, was ik in mijn hoofd alweer bezig met een nieuwe roman. Maar na twee of drie weken merkte ik dat ik er geen energie voor had. Ik was zo moe, ik dacht: ‘Hé Kader, even chillen nu, je hebt net drie jaar aan een boek gewerkt. Neem maar even de tijd om te zien waarom je zo moe bent.’ Niet veel later schrok ik midden in de nacht wakker. De koran, dacht ik. Dat is het. Die wil ik vertalen. Ik stapte uit bed en pakte een koran, ik had een paar verschillende versies, en begon te lezen, te researchen. Opeens ging er een reservoir van energie in mij open.’’

Hoe gaat die research, dat vertalen in zijn werk?

,,Eerst vertaal ik zelf een passage uit het Arabisch. Ik heb veel baat bij de synoniemenlijst in mijn computer. Dan vergelijk ik mijn keuzes met die van de andere vertalers, of zij het beter hebben opgelost. Ik heb inmiddels heel wat koranvertalingen op mijn bureau liggen. Vier Perzische, vijf Nederlandse en natuurlijk een koran in de brontaal Arabisch. Mijn vader heeft op mijn verzoek zelfs het exemplaar waaruit hij altijd las per post uit Iran opgestuurd.’’

Als schrijver houdt u zich vast niet precies aan de brontekst.

,,De koran is een moeilijke, weerbarstige tekst. 99,99 procent van de moslims is niet in staat om de tekst te begrijpen. En dat is niet gek, de koran is een boek waarmee je achter een bureau moet gaan zitten, en na zes pagina’s denk je: dit is niets voor mij. Ik streef ernaar om een zo toegankelijk mogelijke vertaling te maken, die leest als een Amerikaans supermarktromannetje. Ik ken Shakespeare, Tolstoj en Multatuli, maar de koran is een van de mooiste werken die ik ooit heb gelezen. De zon schijnt vanzelf, het is aan jou als mens om te ontdekken waarom hij schijnt. Mohammed was zo’n natuurlijk verschijnsel, en ik vind dat ik moet uitleggen waarom.’’

De titel van het boek wordt ‘De koran van Abdollah’. Mohammed Ibn Abdollah is de naam van de profeet. Geeft u extra veel aandacht aan hem?

,,Ik wilde hem als kind al beter leren kennen. Ik wist dat Mohammed niets met de hemel te maken heeft, maar hij heeft wel een boeiende persoonlijkheid. Zonder Mohammed te kennen, kun je de koran niet goed begrijpen. Die twee moeten parallel lopen. Ieder hoofdstuk van mijn vertaling begint met een tekst over een karaktereigenschap van Mohammed. Hij wilde de mensen wakker schudden. In Mohammeds tijd stond de vrouw bijvoorbeeld helemaal onderaan in de hiërarchie. Na de mannen, de kamelen, de koeien, de geiten en de slaven. Sommige mannen hadden wel tien vrouwen thuis, en nog twintig erbuiten. Mohammed zei: je mag de vrouw niet beminnen als ze zich niet aan je geeft. Er is één god en de rest is gelijk. Geen wonder dat onder zijn eerste aanhangers veel vrouwen en slaven waren.

,,Mohammed was een analfabeet die geloofde dat hij een boodschapper was. Daar komen de vrouwen – zoals Aïsja – om de hoek kijken. Mohammed beschouwde zijn vrouwen als een soort usb-sticks, waarop hij zijn herinneringen bewaarde.’’

Kader Abdolah, een afvallige, die de koran vertaalt. Bent u niet bang voor enige ophef?

,,Dit boek ontstaat uit liefde voor de koran, hoewel ik een honderd procent aardse benadering heb. Als iemand me voor dit boek wil doden, dan mag dat. Dit project is een uniek moment in mijn schrijverschap. Alles wat ik tot nu toe heb gedaan was een voorbereiding hierop.’’

‘De koran van Abdollah’, het nieuwe boek van Kader Abdolah, verschijnt in het voorjaar van 2007 bij De Geus.