‘Het zal zwaar worden om de dozen in te pakken’

Lousewies van der Laan verlaat de Tweede Kamer. Met haar vertrek wil ze ruim baan geven aan lijsttrekker Alexander Pechtold. Die wil de partij volgens haar leiden zoals Jan Marijnissen dat bij de SP doet.

Het was, zegt D66-fractievoorzitter Lousewies van der Laan, „een ongelooflijk dilemma”. Ze houdt van de politiek (een „heerlijk bedrijf”) en van haar partij en de fractie (een „warme club”). „Het is een verschrikkelijk idee dat ik hier op 23 november niet meer zit.”

Tot komend weekeinde had Lousewies van der Laan zich kunnen aanmelden voor de kandidatenlijst van D66 voor de Tweede Kamer. Maar dat doet ze niet. Na de verkiezingen van 22 november houdt ze op met haar werk als Kamerlid. Het ‘dilemma’ van Lousewies van der Laan was Alexander Pechtold, die in juni tijdens een speciaal partijcongres met 2.009 stemmen werd gekozen als lijsttrekker van D66. Van der Laan, zijn belangrijkste tegenkandidaat, verloor met een verschil van 257 stemmen. Pechtold zei toen dat Van der Laan en hij samen zouden „optrekken” om D66 weer groot en succesvol te maken. „Absoluut”, zei Van der Laan, op de eerste rij.

U wilde toen nog graag Tweede-Kamerlid blijven?

„Ja. Ik ben dol op deze baan. En in alle bescheidenheid mag ik, denk ik, wel zeggen dat het me goed afgaat. Maar op een gegeven moment moet je wat je zelf wilt afwegen tegen wat het beste is voor de partij. Ik heb een analyse gemaakt. De partij heeft gekozen voor de lijn en de koers van Alexander Pechtold. Dat moet een duidelijke lijn en een duidelijke koers zijn om de partij tot volle bloei te laten komen. Iedereen weet waar ík voor sta en ik ben niet het type dat opeens van standpunt verandert.”

Wat heeft Pechtold sinds zijn lijsttrekkersverkiezing in juni gedaan om u erbij te houden als Kamerlid?

„We hebben het er afgelopen dinsdag over gehad door de telefoon. Hij deelde mijn analyse. Hij vindt net als ik het Mark-Rita-model van de VVD niet geloofwaardig (Mark Rutte en Rita Verdonk hadden al vóór de lijsttrekkersverkiezing van hun partij gezegd dat ze bij verlies elkaars nummer twee op de lijst zouden zijn, red.)”

Pechtold wil u er niet bij hebben?

„Het gaat nu om het partijbelang. We staan in de peilingen op twee zetels. Het heeft de partij lange tijd ontbroken aan duidelijkheid. Alexander en ik kunnen honderd punten uit ons verkiezingsprogramma bedenken waarover we het eens zijn. Maar welke drie worden je hoofdpunten? Wat zijn de identiteitsbepalende elementen? Thom de Graaf (oud-D66-leider, red.) zei in een interview dat D66 onder mijn leiding een liberale partij zou worden. Voor Alexander gaat het om de relatie tussen burger en overheid. Bestuurlijke vernieuwing is voor mij een onderdeel, maar ik zou dat nooit bij mijn top drie noemen.”

Noemt u eens een voorbeeld van iets waardoor onduidelijkheid had kunnen ontstaan tussen u en Pechtold als u Kamerlid was gebleven?

„Bolkestein heeft wel eens gezegd dat een politicus één of twee dingen meemaakt in zijn loopbaan die vormend zijn. Voor mij is dat de missie naar Uruzgan (D66 was daar tegen, red.). Dat je dreigt met een kabinetscrisis maar niet doorbijt, dat is voor mij karakterbepalend geweest. Zo wilde ik het nooit meer.”

U vond dat D66 toen een kabinetscrisis had moeten veroorzaken.”

„Ja, en Alexander hoorde bij de mensen die vonden van niet. Uiteindelijk draait het om zulke momenten. Het gaat er ook om: hoe profileer je je? Doe je dat op een activistische, radicale manier of juist niet? Alexander had kritiek op de fractie. Hij zei over Taïda Pasic (het Kosovaarse meisje dat Nederland werd uitgezet, red.) dat je in zo’n geval als partij niet de vijftiende woordvoerder moet willen zijn, maar dat je pas na twee weken met een analyse moet komen. Ik denk: heel Nederland is ermee bezig en dit is een illustratie van de manier waarop Verdonk de regels toepast. Ze doet dat zo minimaal mogelijk. D66 staat voor een ruimhartig beleid.”

Deed Pechtold dinsdag, in het gesprek met u, een beroep op u om te blijven?

„Nee.”

Vond u dat jammer?

„Laat ik het zo zeggen: er waren fractieleden die dat wel deden en dat was leuk. Het geeft een fijn gevoel. Maar ik had het niet van Pechtold verwacht, dus dan ben je niet teleurgesteld. Het bestuur deed het ook niet. Ik wilde graag persoonlijk met de partijvoorzitter praten, Frank Dales. Die stuurde een sms’je vanaf zijn vakantieadres: als het dringend was, moest ik maar met de vice-voorzitter praten. Dat heb ik gedaan.”

Hoe lang duurde uw gesprek met Pechtold?

„Tien minuten, denk ik. Het was een zakelijk gesprek.”

Was het voor het eerst dat u en Pechtold spraken over een mogelijke rolverdeling na de verkiezingen?

„Hij heeft me uitgelegd hoe hij de fractie wil leiden. Hij wil een strakke regie. Hij gaf het voorbeeld van de SP waar Jan Marijnissen de politieke lijn bepaalt. Dat is anders dan de manier waarop ik het heb gedaan en vóór mij Boris Dittrich. Fractieleden kregen vertrouwen en veel vrijheid. Ik vond dat een prettige manier.”

Speelde dat mee bij uw beslissing om niet door te gaan als Kamerlid?

„Ik heb er geen probleem mee om nummer twee te zijn. Ik wil wel de ruimte hebben voor mijn ideeën. Maar in mijn overweging gaf het partijbelang de doorslag. Er is ook niks mis met strak leiderschap en misschien werkt het prettig.”

Kunt u zich voorstellen dat uw vertrek schadelijk kan zijn voor D66? U kwam in 2003 met 58.588 voorkeursstemmen in de Kamer, bij de lijsttrekkersverkiezing kreeg u steun van bijna de helft van de partij.

„Dat kan, maar er is ook een risico dat ik schade aanricht door te blijven. Dat ik Alexander voor de voeten loop. Dat is het dilemma waar ik lang over heb nagedacht. Ik wil dat duidelijk is dat ik Alexander steun en ik denk dat ik dat het beste doe door weg te gaan. Het was een moeilijke beslissing. Het voelt alsof een relatie uitgaat terwijl je daar nog niet aan toe bent. Ik voel me ook best verdrietig. Ik zal tijd nodig hebben om dit te verwerken. Ik maak mijn mandaat af tot de verkiezingen. Het zal zwaar worden om daarna de dozen in te pakken. Maar tijd heelt alle wonden.”

Wat gaat u doen?

„Geen idee.”

Terug naar het Europees parlement of de Europese Commissie?

„Dat ligt niet voor de hand. Ik ga nadenken. Als je op een prachtig bospad loopt, kijk je niet naar de zijpaden. Maar als het pad doodloopt en je staat stil, dan ga je die zijpaden wel zien.”