Extra bloedcontroles bij EK

Hoewel er sinds het Tourschandaal geen atleten op voorhand zijn verdacht, wordt er tijdens de EK atletiek in Gotenburg bij de controles speciaal op bloeddoping gelet.

Bij de Europese kampioenschappen atletiek, die volgende week in de Zweedse stad Gotenburg worden gehouden, krijgt de controle op bloeddoping speciale aandacht. Dat vertelde de Spanjaard Juan Manuel Alonso, die verantwoordelijk is voor de dopingcontroles tijdens het toernooi.

Sinds het schandaal rond de Spaanse arts Eufemanio Fuentes enige maande geleden losbarstte, is de discussie over bloeddoping weer actueel geworden. Fuentes zou een leverancier zijn van bewerkt bloed, dat na toediening de hoeveelheid bloedcellen van een sporter kan verhogen.

Op zijn klantenlijst, die door justitie in Spanje werd geconfisqueerd, bleken de namen van zo’n 250 sporter voor te komen. Voornamelijk wielrenners, wier namen op aandringen van de organisatie van de Ronde van Frankrijk openbaar werden gemaakt, met als gevolg dat toppers als Jan Ullrich en Ivan Basso van deelname werden uitgesloten.

Volgens Alonso staan op de lijst van Fuentes geen namen van atleten, zodat de Europese atletiekorganisatie (EAA) niet in de positie kwam om uitsluitingen voor de EK te overwegen. Alonso: „De wereldatletiekfederatie IAAF heeft die bevestiging desgevraagd gekregen van de Spaanse staatssecretaris van Sport.”

Als gevolg van de zaak Fuentes wordt er tijdens de EK nadrukkelijker dan voorheen op bloeddoping gecontroleerd. Alonso, die in zijn hoedanigheid als voorzitter van de medische commissie van de IAAF een invloedrijke anti-dopingarts is, vertelt dat er tijdens de EK in Gotenburg tussen de 100 en 120 bloedtesten worden afgenomen. Alonso: „Allemaal buiten competitie. Leidt een controle tot een verdenking dan wordt aanvullend een urinetest afgenomen, zodat we de bewijslast rond hopen te krijgen. Ons referentiekader is een databank van bloedmonsters die de IAAF bijhoudt. Op die manier kunnen we snel vaststellen of er sprake is van schommelingen in de parameters.”

Volgens Alonso worden bij de dopingtesten in Gotenburg de gangbare procedures gehanteerd, maar zal er doelgericht worden gecontroleerd bij atleten die intern onder verdenking van doping staan. „Zij zullen zeker een bloedtest ondergaan, de overige atleten worden bij loting aangewezen. Maar als het bloeddoping en het eiwithormoon epo betreft, gaat onze speciale aandacht uit naar sprinters, middenlangeafstandslopers en langeafstandslopers.”

Voor de urinetesten die tijdens de competitie in Gotenburg worden afgenomen, komen naast de medaillewinnaars bij loting een aantal finalisten in aanmerking. Daarnaast wordt er atleten aangewezen die in de kwalificatie worden uitgeschakeld. Volgens Alonso zullen er ruim 100 urinetesten worden afgenomen, waarmee het totaal aantal dopingcontroles tijdens de EK ruim boven de 200 zal uitkomen.

In Gotenburg zijn geen maatregelen genomen om eventueel nieuwe dopingmiddelen op te sporen, zoals dat gebeurde tijdens de Olympische Winterspelen van 2002 in Salt Lake City, waar onder anderen de Spaanse skiloper Johann Mühlegg in de veronderstelling verkeerde dat de controleurs niet over de methode beschikten om de anabole steroïde darbapoëtine te detecteren. Alonso: „We hanteren de gangbare procedures en laten het onderzoek verrichten door het IOC-dopinglaboratorium in Stockholm, dat op zijn beurt nauw samenwerkt met de IOC-laboratia in Oslo en Keulen.”

Alonso heeft als anti-dopingarts aan invloed gewonnen nadat hij recentelijk de Zweed Arne Lungqvist is opgevolgd als voorzitter van de medische commissie van de IAAF. De Spanjaard, die zijn opleiding heeft gevolgd aan de universiteit van Alicante, maakte al deel uit van de antidopingcommissie van de Spaanse atletiekbond EAA. Hij is directeur medische zaken van de EAA en maakt ook deel uit van de medische commissie van het Spaanse olympisch comité.