Elke noot die ze zong, telde

De Duitse sopraan Elisabeth Schwarzkopf is overleden.

Ze zong in alle belangrijke opera’s en zalen ter wereld.

De Duitse sopraan Elisabeth Schwarzkopf, die gisteren op 90-jarige leeftijd overleed in het Oostenrijkse Schruns, was een van de beroemdste operasopranen en liedzangeressen in de tweede helft van de twintigste eeuw. Ze had een stralend hoge stem, gekenmerkt door totale perfectie in vocale expressie en voordracht. Elke noot die ze zong, telde en kreeg een eigen behandeling. Als operazangeres excelleerde ze in Mozart en Strauss. Ze was exemplarisch in haar minutieus bestudeerde acteren, waarbij het kleinste gebaar telde en een geraffineerde oogopslag een essentieel onderdeel was van haar optreden.

Elisabeth Schwarzkopf was degelijk, Duits en tüchtig. Maar ze had ook haar hilarische momenten. Ze maakte samen met Victoria de los Angeles een opname van Rossini’s Kattenduet: soms aanminnig, maar ook met scherpe nagels. Schwarzkopf trad op in alle belangrijke opera’s en zalen ter wereld, ze werd geëerd en ze kreeg vele prijzen. In 1992 werd ze door de Engelse koningin Elisabeth geridderd als ‘Dame’.

Tot ver na haar afscheid in fases van het operapodium en concertoptredens tijden de jaren ’70 had Schwarzkopf een vlekkeloos blazoen, in haar werk en privé. Ze was geen grillige diva of capricieuze primadonna, ze werd niet gesignaleerd in nachtclubs, geroddel over haar bestond niet. Er waren alleen anekdotes over haar onverbiddelijk strenge temperament. Tijdens masterclasses, zoals ze die ook in 1987 gaf in de Kleine Zaal van het Amsterdamse Concertgebouw, toonde ze zich een vreeswekkende meesteres, die aankomende jonge getalenteerde zangers terechtwees op een manier die het publiek schokte.

Pas in 1996 kwam in een biografie van de Britse auteur Alan Jefferson de onthulling dat Schwarzkopf tijdens de oorlog lid was geweest van Hitlers nazi-partij NSDAP: ze had lidmaatschapsnummer 7548960. Schwarzkopf gaf toe dat ze in 1940 het lidmaatschap had aangevraagd, om aan het werk te kunnen blijven, maar zei dat ze nooit als lid was toegelaten. De zeer late onthulling was wereldnieuws, al had Schwarzkopf bij een naoorlogse zuivering in Oostenrijk al een geheel vergeten werkverbod voor enige tijd gekregen. De toenmalige minister van Cultuur, David Mellor, erkende later dat ze niet als ‘Dame’ zou zijn voorgedragen als de Britse regering eerder van Schwarzkopfs naziverleden op de hoogte was geweest. In ons land kreeg ze later in 1997 alsnog een ‘Extra Edison’ voor haar volledige fonografische oeuvre.