‘Een stem die altijd ‘zat’’

Ook voor Nederlandse zangers was Elisabeth Schwarzkopf een ijkpunt. Bij voorbeeld voor de leerlingen van haar beruchte masterclass, in 1987 in het Concertgebouw.

De Nederlandse sopraan Cristina Deutekom (1931) ontmoette Schwarzkopf toen zíj al een grote diva was, Deutekom beginnend zangers. „Ze was de aanzet van mijn carrière. In 1967/’68 stond ik met haar in Strauss’ Der Rosenkavalier in Barcelona. In de kleedkamer zong ik me warm met de aria van de Koningin van de Nacht. Schwarzkopf hoorde dat. Ze schoot meteen onze agent aan: ‘Als díe stem niet binnen een jaar in de Met in New York staat, deug jij niet!’ Het lukte hem. Als zangeres was Schwarzkopf iets zeer bijzonders. Haar stem klonk misschien niet altijd even mooi, maar ‘zat’ wel altijd.”

Sopraan Charlotte Margiono (1955) ontmoette Schwarzkopf tijdens de masterclass in Strauss’ Vier letzte Lieder. „Die lessen waren geen feest, maar Schwarzkopf heeft een diepe snaar bij me geraakt. Wat ze duidelijk maakte – en daar ben ik haar erkentelijk voor, al was het pedagogisch verschrikkelijk – is dat de muziekwereld keihard is. Wie niet goed is, kan beter oprotten. Maar als er geen pers en publiek bij waren, was ze echt een coach: ‘Kind, hör mal....’ Haar opnamen van die Vier letzte Lieder waren ook echt een ijkpunt; in haar glorietijd was Schwarzkopf de standaard. Later zette ze haar techniek wat te veel ‘vast’, en werd haar zangstijl mij soms iets te gemaniëreerd.”

Tenor Nico van der Meel studeerde bij Schwarzkopf vooral op de liederen van Hugo Wolf, eerst in het Concertgebouw, later nog een paar keer bij haar thuis. „Voor mannen was ze milder”, lacht hij. „Als je Schwarzkopfs oude opnames beluistert, klinkt het allemaal nogal ouderwets; omfloerst, koperachtig; erg vooroorlogs en Duits. Maar toen ik haar als pedagoog meemaakte, was ze gemoderniseerd. Ik vermoed dat het overlijden van haar man Walter Legge, die ze adoreerde en wiens invloed enorm was, een rol speelde. Dat ze daarna meer haar eigen weg moest gaan. Door Schwarzkopf ben ik beter gaan begrijpen dat in kunst altijd ontwikkeling zit. We werkten – hoe toepasselijk – op Wolfs An den Schlaf, over de gelijkenis tussen slaap en dood. Ik heb het vanochtend meteen even gezongen. Schwarzkopf hamerde op kleur en detail. Álles werd ingezet om de gevoelswereld van de componist tot uitdrukking te brengen.”