Een kerk gaat ook met zijn tijd mee

Areligieuze kunst in de kerk kan buigen op een lange traditie. Afbeeldingen van weldoeners, graftombes van lokale rijken, jaarmarkten en feesten, ze waren allemaal te vinden in de kerk. De kerk wilde een afspiegeling zijn van het hemelse én het aardse. En weldoeners moet je in ere houden.

De Grote Kerk in Dordrecht heeft gebrandschilderde ramen die het aardse en hemelse verenigen. Genesis naast de Elizabethsvloed. Het hellevuur naast de brand van Dordrecht. Heiligen en marktlui gaan bijna hand in hand. Wie langs de kapellen wandelt en omhoog kijkt ziet de bijbelse en lokale geschiedenis versmelten tot één groot beeldverhaal.

Nog steeds is de burgerij van harte welkom in de Grote Kerk. Een ode aan haar handelsverleden werd in mei onthuld in de St. Joriskapel: drie gebrandschilderde Gildenramen, ontworpen door kunstenaar Teun Hocks. Het onderwerp zijn de gilden en ambachten die Dordrecht gekend heeft, de opdrachtgever is de kerk die de burgerij aan zich wil binden, de weldoener oftewel financier is een stichting van lokale reders.

„De kerk is een geliefde bezienswaardigheid”, zegt Annelies van Wijk van het Dordtse Centrum Beeldende Kunst, dat het kunsttraject begeleidde, „maar zoveel bezoekers als met deze onthulling trok ze nog nooit”.

Kunst in kerken is geen sinecure. De schaal, de dwingende omgeving, de historie, dat moet een kunstenaar aankunnen. Hocks kan dat. De drie ramen die de kapel telt, gebruikte hij voor een monumentaal drieluik, een gigantisch stilleven van gildesymbolen, aangespoeld op een Dordtse oever. Krakelingen voor de bakkers, vissen voor de vissers, scheepstuig voor de reders. Het zijn geen standaardemblemen. Hocks viste ze op uit zijn eigen oeuvre, dat zich kenmerkt door zelfportretten tussen alledaagse objecten. Ook op deze gildenramen staat hij zelf, ietwat onbeholpen als altijd. Boven het stilleven tuurt hij over de rivieren en de handelsschepen de verte in, niet wetend wat hij precies met die wijde wereld aan moet.

De keuze om bakkers en schippers te vereren in een godshuis, daar is geen ophef over geweest. Iets anders leverde wel commotie op: de gebrandschilderde kleuren. „Chagall is ook modern, maar zijn kleuren zijn religieuzer, warmer”, vindt een van de vrijwilligers van de kerk. Tien minuten eerder vloog een verdwaalde vlinder langs de oudere, kleuriger ramen om tegen Hocks’ grijze luchten aan te fladderen, overtuigd dat dit de buitenwereld was. Een andere medewerker wuift de kritiek weg: „Een kerk gaat ook met zijn tijd mee, het is 2006, je wilt een eigentijds kunstwerk.”

De Gildenramen gaan niet alleen over ambacht maar zijn dat zelf ook. „Twee jaar hadden Hocks en glazenier Stef Hagemeier nodig”, verklaart Annelies van Wijk. “Ze drukten foto’s op glas, kleurden deze deels wel in en deels niet, omlijstten ze met lood. Deze techniek is helemaal nieuw.”

De gedetailleerde pracht die dit experiment opleverde past bij een bloeiende handel en een rijke kerk. De dikke loodlijnen contrasteren met de fotografische details, net zoals de horizontale polder de verticale architectuur tegenspreekt. Het levert een werk op vol beeldende spanning en technisch vernuft. Een van de kerkvrijwilligers vertelt over de vrouw van een Engelse glazenier die na de onthulling de ramen kwam bekijken: „Ze viel op haar knieën, overweldigd door de schoonheid.”

Zo hoort dat in een kerk.

Teun Hocks, De Gildenramen, Grote Kerk, Lange Geldersekade 2, Dordrecht. Di t/m za 10.30-16.30u, zo 12-16u. Catalogus €12,50. Inl.: www.cbkdordrecht.nl / 078 - 6314689