Een hommage aan een baardige man

De Revisor. ‘Wessel Special’. 33ste jaargang. 2006 nr. 3. Querido, €19,50

‘Hoe eert men een schrijver?’ Deze vraag stelt de redactie van De Revisor zich in het zomernummer dat de titel ‘Wessel Special’ draagt, met op de zilverkleurige cover een in wit krijt uitgevoerde tekening van een wezenloos ogende, baardige man. Slechts een enkeling zal begrijpen dat het een portret is van de schrijver Wessel te Gussinklo, een auteur die er volgens De Revisor ‘toe doet’ en ‘in het zonnetje’ moet worden gezet.. Waarom Te Gussinklo ‘er toe doet’ wordt niet uitgelegd en je krijgt dan ook de indruk dat hij vooral is uitgekozen voor een themanummer omdat hij de enige Querido-auteur is van wie de naam rijmt op Special. Wessel special, lachen.

Dé manier om een auteur te eren, verklaart de redactie, is zijn werk te lezen en er essays over te schrijven en dus is aan vier literatuurwetenschappers gevraagd hun licht te laten schijnen over aspecten van Te Gussinklo’s romans De verboden tuin (1986), De opdracht (1995) en Aangeraakt door goden (2003). Het laatst genoemde boek, dat meer een autobiografisch essay is dan literaire fictie, werd door Querido als ‘roman’ aangemerkt. Daarentegen noemt de redactie van De Revisor het ‘een essaybundel’ die zij bij gebrek aan aandacht een onjuiste titel geeft ('Door goden aangeraakt'). Kennelijk is de bijdrage van Lut Missine niet goed gelezen, die Aangeraakt door goden goed beargumenteerd als autobiografische fictie aanmerkt.

De Revisor opent de special over Te Gussinklo met een bijdrage van de auteur zelf, getiteld ‘Aangeraakt door de goden (II)’. Voor wie deel 1 niet gelezen heeft en verder niets van deze door depressies geteisterde schrijver weet, is het nogal gezwollen brabbeltaal van iemand die zich herinnert hoe hij zich voelde toen hij 25 was – en toch nog puber. Mij deed ‘Aangeraakt door goden (II)’ terugverlangen naar Te Gussinklo’s romans De verboden tuin en vooral naar het magistrale De opdracht, die beide het jongetje Ewout Meysters als hoofdpersoon hebben.

Jaap Grave wijdt een mooi essay aan de Bildungsroman-aspecten van De opdracht. Hij refereert aan niet nader genoemde interviews, waarin Te Gussinklo heeft verklaard dat de naam Ewout Meyster verwijst naar Goethes Bildungsroman Wilhelm Meister.

Het bracht me op de gedachte dat een op zijn werk toegespitst interview met Te Gussinklo ook wel een manier geweest was om deze schrijver te eren. Het is een geschiktere vorm om een relatief onbekende auteur voor te stellen aan een literatuurminnend pubbliek dan de wel erg academische bijdragen van Bart Vervaeck en Sven Vitse.

Wie daar niet doorheen komt vindt in de tweede, niet tot de special behorende, helft van deze Revisor gelukkig veel oorspronkelijk werk, waaronder een gek verhaal van Atte Jongstra over de uit archieven opgedoken Zwollenaar Henry II Fix (1774-1844) en verrassende poëzie van Sjoerd de Jong, redacteur van deze krant, die zich presenteert als columnist onder de dichters.