Economie Israël groeit hooguit minder uitbundig door oorlog

De aanvoer van ijs, cola en chips naar het front wordt niet gehinderd door inkomende katjoesja’s, die gisteren in Israël nog acht burgers doodden. En Supersol bezorgt in de schuilkelders.

„Verdomme”, sist de vrachtwagenchauffeur van supermarktconcern Supersol als katjoesja’s over het wegrestaurant bij Sasa suizen. „Wat krijgen we nou. Dit lijkt wel Russische roulette”, roept hij, wegduikend als ook nog een artilleriebatterij, verscholen in de boomgaarden naast het dorpje vlakbij de grens, luidruchtig in actie komt. Uitbater Nir en politievrijwilliger Benny Cohen, een immigrant uit Drenthe, schieten in de lach. Zo gaat het hier in noordelijk Galilea al drie weken, maar vandaag breekt Hezbollah met 300 afgevuurde katjoesja’s het dagrecord.

Omkeren en terugrijden naar Tel Aviv is voor de chauffeur geen optie. Supersol, de Albert Heijn van Israël, heeft een grote, kostbare advertentiecampagne gelanceerd rondom de hulpacties aan soldaten, armlastige gepensioneerden en uitgeweken streekbewoners. Filantropie is immers ook goede reclame.

En goede campagnes, waar grote bedrijven de afgelopen weken honderdduizenden euro’s aan hebben uitgegeven, stimuleren de omzet nog verder in de stevig doorgroeiende Israëlische economie. Zakendoen en charitas gaan in tijden van oorlog uitstekend samen. Soldaten hebben gratis belminuten ontvangen van de mobieletelefoonmaatschappijen, de aanvoer van ijs, cola en chips naar het front wordt niet gehinderd door inkomende katjoesja’s, die gisteren nog acht burgers doodden.

Banken en telecombedrijven hebben hun werknemers in het noorden gewoon doorbetaald tijdens hun gedwongen vakanties, zo blijkt uit de advertenties, die bedoeld zijn om het imago van de bedrijven te versterken. Kranten hebben hun oplages verdubbeld en de commerciële tv-stations produceren, met soldaten, tanks en houwitsers als decor, speciale uitzendingen die worden onderbroken met uitverkochte reclameblokken.

Wie in een schuilkelder woont, kan de boodschappen door Supersol laten bezorgen. Telefoonmaatschappijen, zoals Bezeq, hebben gezorgd voor speciale internetaansluitingen in de bunkers. En telecombedrijven hebben de reiskosten van werknemers naar zuidelijke bestemmingen geregeld en zelfs de salarissen tijdelijk verhoogd als een bijdrage aan verblijfkosten in hotels.

De meeste ‘vluchtelingen’ zijn opgevangen in hotels of houden langere vakanties in Eilat of Tel Aviv. Voor kinderen in het noorden worden gesponsorde busreisjes naar Superland, een zomers vakantiekamp in de commerciële metropool, en sportevenementen georganiseerd. Hulporganisaties worden financieel gesteund door bedrijven, die van de minister van Financiën hebben vernomen dat deze kosten fiscaal aftrekbaar gemaakt zullen worden.

Het in spanning zitten over de langeafstandsraketten van Hezbollah, de dood van 25 burgers en 32 soldaten, de stressvolle verhuizing van 250.000 van de 1,5 miljoen noordelijke streekbewoners ten spijt, het economisch leven gaat gewoon door in Israël. Van economische ontwrichting en ontregeling, zoals in grote delen van Libanon, is behalve in Galilea geen sprake. „De schade voor de economie is bescheiden”, aldus Stanley Fischer, president van de Bank van Israël tijdens de presentatie van een rapport over de gevolgen van het conflict.

israël Voetbalbond doet Israëlische hoteliers vloeken

De voorspelde groei van de Israëlische economie in 2006 zal niet 5,5 procent, maar iets (0,7 tot 0,9 procentpunt) minder uitbundig worden. De oorlog kost de economie ongeveer 156 miljoen euro per week, voornamelijk door derving van inkomsten in de toeristensector. De directe en indirecte kosten om bedrijven, werknemers en gemeenten te compenseren voor geleden schade blijven beperkt tot 426 miljoen euro. Betaling zal niet leiden tot stijging van het begrotingstekort, dat op het ogenblik 2 procent van het bbp bedraagt.

En de beurs van Tel Aviv, die heen en weer schommelt op de golven van het militaire en diplomatieke nieuws, heeft zich helemaal hersteld op het niveau van drie weken geleden en staat aanzienlijk boven het peil van 2005. De financiële markten houden zich volgens de economen van de Israëlische banken „heel goed” en zij verwijzen naar de ongewijzigde kracht van de shekel ten opzichte van de dollar en de euro.

Minister Abraham Hirschon van Financiën heeft zich met succes verzet tegen de vaak emotionele verzoeken van gemeenten en bedrijven om de noodtoestand in het noorden uit te roepen, want dan zouden aanzienlijk duurdere, generieke compensatieregelingen in werking treden.

Dat is niet noodzakelijk, omdat verreweg de meeste bedrijven (80 procent volgens de zakenkrant Globes) in het gebied boven de denkbeeldige grens Haifa-Karmiel-Tiberias na enkele dagen hun productie hebben hervat. Werknemers van IT-bedrijven in Haifa, zoals Intel, Amdocs, Philips en Siemens werkten online vanuit huis gewoon door.

Een staalconcern als Iscar, gevestigd op een campusachtig bedrijventerrein op 15 kilometer van de grens en onlangs overgenomen door de Amerikaanse superbelegger Warren Buffett voor 4 miljard dollar, was slechts drie dagen gesloten. Deze onderbreking zou geen invloed hebben gehad op de productie, onder andere van onderdelen van Rolls-Royce-vliegtuigmotoren.

De meeste ondernemingen in noordelijk Galilea zijn gevestigd in nieuwe gebouwen met versterkte daken, die bestand zijn tegen katjoesja’s. „We hebben erger meegemaakt”, aldus Iscar-voorzitter Eitan Wertheimer in de krant Ha’aretz. In sommige bedrijven in de buurt trokken werknemers wel schervenwerende vesten aan.

De militaire operaties hebben voor zover waarneembaar ook geen gevolgen voor de directe buitenlandse investeringen – 6 miljard dollar in 2005 – in Israël. In een week die werd gedomineerd door oorlogsnieuws investeerde het Amerikaanse Sandisk, de grootste producent van geheugenkaarten ter wereld, 1,5 miljard dollar in M-Systems, een bedrijf in Kfar Saba, vlakbij de Westelijke Jordaanoever. En Hewlett-Packard nam voor 4,5 miljard dollar het Israëlische Mercury Interactive over. Niet direct voorbeelden van „de enorme schade” die volgens Hezbollah-leider Nasrallah is toegebracht aan de „zionistische entiteit”.

Slechts 20 procent van de bedrijven – en dat zijn vooral winkels, hotels en bed&breakfast-gelegenheden – is nog dicht. En ook in de heropende haven van Haifa is het stil. De meeste schepen zijn uitgeweken naar het zuidelijke Ashdod, waar de activiteiten met 50 procent zijn gestegen. De meeste Israëlische in- en uitvoer verloopt nu via Ashdod. In Haifa, Israëls derde stad en grootste haven, zijn de meeste bedrijven, net als de universiteit, de winkels en de restaurants weliswaar weer geopend, maar door het ontbreken van aanvoer en klandizie wordt er niet verdiend.

Het is vooral de toeristensector in het noorden, waaronder het Israëlisch-Arabische Nazareth, die te lijden heeft: voor hoteliers, gidsen, taxichauffeurs, falafelverkopers, restauranteigenaren is het crisistijd. Ook de situatie voor enkele duizenden arme gepensioneerden, die geen geld en geen familie elders hebben, begint problematisch te worden. Ongeveer 1.500 werknemers in de horeca en de landbouw hebben hun baan tijdelijk verloren. Oogsten van pruimen, appels en lychees dreigen verloren te gaan. Druiventelers en wijnmakers hopen dat de oorlog voor het eind van deze maand afgelopen is, zodat in september volgens plan geoogst kan worden.

De trek van enkele honderdduizenden noordelingen naar het zuiden, naar de hotels aan de Middellandse Zee (Tel Aviv, Netanya) en de Golf van Aqaba (Eilat), compenseert het aantal geannuleerde buitenlandse reserveringen niet. Bovendien betalen Israëliërs in Eilat een fractie van de kamerprijs die een buitenlander in rekening wordt gebracht. 2006 beloofde een topseizoen te worden, maar 20 procent (vooral Amerikanen en Fransen) van de toeristen heeft afgezegd.

Menig hotelier vloekte stevig toen woensdag bekend werd dat de voetbalorganisatie UEFA had besloten thuiswedstrijden van vier Israëlische clubs in de kwalificatierondes voor de Champions League op „neutraal” terrein af te handelen. Vooral het Britse Liverpool werd bijzonder zenuwachtig van het idee te moeten spelen in „een oorlogszone”, waarbij gedoeld werd op Tel Aviv. Het besluit van de UEFA zorgde voor een kleine kettingreactie. De Britse popgroep Depeche Mode besloot niet naar de stad te komen voor een concert, waarvoor 44.000 kaarten waren verkocht. De teleurgestelde muziekliefhebbers moeten uitwijken naar de disco’s, cafés en strandtenten aan de kust van Zuid-Haifa tot ver voorbij Tel Aviv, waar weekend na weekend Israëlische en minder angstig uitgevallen Europese bands voor „volle huizen’’ spelen.