Duizend euro per geschilderd poesje

Ha, vanavond Tussen Kunst en Kitsch!, dacht ik gisteren ineens. Oh jee, wat betekent dat, wanneer je aan het einde van een Zomerkijkdienst zo verheugd bent over juist dit nieuws uit de tv-gids? Is het verveling? Is het opluchting?

Het betekent in ieder geval dat dit al 22 jaar oude AVRO-programma waarin een keur aan burgers oude spulletjes komt laten zien aan vriendelijke experts, een ijzersterke formule heeft. Iedereen heeft het programma wel eens gezien: de zenuwachtige oudjes met een erfstuk, de onverschillige man met een stomme klok, het echtpaar met een schilderij („Ja, het hangt al jaren boven onze bank”). En dan is er de spanning van de geldwaarde, die de vanzelfsprekende climax vormt van het taxateurspraatje vol onvermoede feitjes. En wat weten die deskundigen toch veel! De meest onbekende schilders bespreken zij als oude vrienden.

Gisteren was wel de grootste verrassing dat de waarde van een negentiende-eeuws poezenschilderij gewoon per jonge poes wordt berekend, duizend euro per poesje. „En die moederpoes dan”, vroeg de schilderijbezitster toen, net iets te hebberig. „Oh, die is inbegrepen”, zei de expert ad rem.

Het exposé over een pseudo-Louis XVI-hanger uit de negentiende eeuw was ook een juweeltje. Omdat na 1850 de kaarsen veel beter werden (en omdat er gaslampen kwamen misschien?, bedenk ik nu ineens zelf) konden deftige diners ’s avonds veel langer duren. De oude kaarsen brandden vaak amper anderhalf uur en het was niet de gewoonte ze allemaal te vervangen tijdens de maaltijd. En door die langere diners steeg de vraag naar mooie glinsterjuwelen, dat werd de moeite. Zoals dus die hanger van die mevrouw.

Misschien is het na een week intensief televisie kijken ook een verademing om weer eens gewone mensen op televisie te zien die niet onmiddellijk over zichzelf beginnen te praten. De gemiddelde persoon in Tussen Kunst en Kitsch staat meestal zwijgend en gespannen te wachten tot de taxateur het historisch exposé heeft beëindigd en de geldwaarde noemt. Hooguit vertelt een eigenaar in een paar zinnen dat die kandelaar uit een oude kelder van een Frans huis kwam. Deze kandelaarjongeman vertelde gisteren ook nog dat zijn (naar later bleek 500 jaar oude!) kandelaar gewoon op zijn bureau staat en gebruikt wordt. De immer vrolijke presentatrice Nelleke van der Krogt vergiste zich toen even in de sfeer. „Oh ja, wijntje er bij, gezellig! Heb je een leuke vriendin?”, kwekte ze opgewekt. De vriendelijke jongen liet een pijnlijke stilte vallen. Je zag hem verschrikt denken: ‘kom ik met een kandelaar, gaat ze juist dáár over beginnen!’ „Eh, ik vraag u toch ook niet of u een goed huwelijk heeft”, wist hij net op tijd uit te brengen, op gelukkig precies de juiste toon.

Dat gaat wel eens anders op de Nederlandse televisie! Ik keek gisteren ook naar een aflevering van een serie over een groep zieken (van holle voeten tot hiv-besmet) die door de EO over de wereld werden gesleept in een vele weken durende reis op zoek naar een wonder. In de praktijk was het een tournee langs gebedsgenezingsdiensten, van India tot Suriname. En maar praten over zichzelf. Zo’n programma zou enorm aan diepgang winnen met een voice over door deskundige antropologen en psychologen, maar dat is natuurlijk niet de bedoeling van de EO.