Dreinende, donkere, minimale beats

Dubstep is een nieuw genre elektronische dansmuziek dat zich razendsnel verspreidt. Met als resultaat onder meer het debuutalbum van de mysterieuze Burial.

Het is een monster dat zichzelf continu vertakt: de Londense breakbeat-scene. Naast grime, de ritmische, elektronische muziek met drukke breakbeats en woordenwatervallen spugende MC’s, is nu vooral de dubstep in trek. Dubstep is een naast familielid van grime: hetzelfde snelle tempo, dezelfde beats maar dan instrumentaal. Beide stijlen stammen weer rechtstreeks af van de UK Garage, een opwekkende soort dansmuziek met diepe bassen en flinterende beats, waarvoor op zijn minst leentjebuur is gespeeld bij de drum ‘n’ bass.

De dreinende, donker ingekleurde en minimaal opgebouwde beats van dubstep donderen al een tijdje door het Londense beatlandschap, over de ether via piratenzenders, over internet via blogs en gespecialiseerde websites en fora. Maar de laatste maanden lijken de ontwikkelingen in een roerig vaarwater te komen en is het genre extra attractief. Het Britse muziekblad The Wire, gespecialiseerd in abstracte, experimentele muziek, signaleerde het en dat is niet zonder betekenis: dit blad was ruim twaalf jaar geleden ook een van de eerste media die drum ‘n’ bass op de kaart zette. Maar met drum ‘n’ bass liep het niet goed af.

„Veel mensen die tussen 1993 en 1997 fanatiek met drum ‘n’ bass bezig waren, hadden al snel dezelfde ervaring”, zegt Steve Goodman ofwel Kode 9, als dj, producer en labeleigenaar een sleutelfiguur in de dubstep-scene. „Waarom klinkt de plaat die ik vandaag kocht eigenlijk hetzelfde als de plaat die ik gister kocht, en vorige week? Het genre heeft zich tot in het extreme geperfectioneerd, en wat moet je dan nog?” Hij is zich ervan bewust dat dubstep gemakkelijk dezelfde weg kan gaan. ,,Dubstep is niet immuun voor zulke evolutionaire processen.” Lacht: ,,Als The Wire zich ermee bemoeit, heeft dubstep zeker nog twee, drie jaar goede jaren voor zich.”

Intussen weren producers en dj’s met raak gekozen pseudoniemen als Skream, Loefah, The Plastician (voorheen Plasticman), DJ Youngstah, Benga en Digital Mystikz zich kranig, met allerlei releases die veelal een dreigende polyritmische cadans en een onontkoombare, maar zwaar versoberde melodische ontwikkeling gemeen hebben. Sommigen benutten exotische samples, anderen maken intensief studie van de destructieve kracht van heiende, loodzware bassen. Goodman beseft dat dubstep is opgebouwd uit bekende elementen. „Maar juist het nieuwe van deze specifieke combinatie maakt het weer opwindend.”

Dat geldt vooral voor de muziek van Burial. Zijn ep South London Boroughs en zijn titelloze debuutalbum zorgden voor veel rumoer. Het album is goed voor ouderwetse rillingen: een gruizig klankbeeld waarin abstracte geluiden echoënd door de ruimte suizen, beats die zich groeperen in grillige, nerveus uitschietende patronen, stemmenflarden die als uit koortsige dromen tot de luisteraar roepen, melodieflarden die als uit orkestrale filmsoundtracks of de klassieke canon geknipt lijken om hun rol te spelen in dit donkere landschap.

De muziek van Burial

doet zelfs in de verte denken aan zekere Duitse elektronische muziek: het bewust obscure duo Basic Channel/Rhythm And Sound, Pole en Gas. „Burial kende die muziek niet”, zegt Goodman, die Burials platen uitbrengt op zijn platenlabel Hyperdub, „maar het zijn interessante parallellen, die plaats en tijd overstijgen.” Want verder groeit en bloeit dubstep vooral in Zuid-Londen, terwijl grime juist in Oost-Londen zijn basis heeft. Ook die geografische worteling wijst weer terug naar de drum ‘n’ bass, die sterk wortelde in de niet al te Oost-Londense wijk Hackney.

„Deels is dat toeval”, zegt Goodman, „het zijn groepjes producers die een sterke onderlinge band onderhouden en elkaar beïnvloeden en opjutten. Belangrijk is ook dat dit stadsdelen zijn waar Jamaicaanse reggae en dancehall altijd sterk vertegenwoordigd zijn geweest. Als je hier woont, word je met zulk soort muziek geconfronteerd, of je nu wil of niet. De sterke nadruk op de bas, het abstracte echo- en effectenspel in de dubreggae: dat zijn lessen die de huidige generatie dubstep-producers ieder op hun eigen manier navolgen.”

Toch blijft dit fenomeen niet beperkt tot Londen. Ergens in Noord-Ierland zit Barry Lynn, die onder de naam Boxcutter zijn muziek de wereld in stuurt en met Oneiric ook al zo’n verbluffend album maakte. Anders dan het gros van de dubstep- en grime-producers, die in de veeleisende hectiek van de stad juist een inspiratiebron en een klankbord zien, moet Lynn niets van dat drukke gedoe hebben. „Al dat beton werkt op mijn zenuwen. Het stadsleven zou me alleen maar afleiden van het maken van muziek. Dat mijn werk soms donker en desolaat klinkt, heeft zeker te maken met de wrede dingen die momenteel in de wereld gebeuren. Maar het gaat over allerlei dingen, niet over een bepaald thema.”

Lynn beantwoordt zijn vragen per e-mail, hij houdt niet van de telefoon en koestert zijn isolement. Burial gaat daarin nog verder: bijna niemand weet wie hij is. Hij beantwoordt een mailtje van mij, maar doet er verder het zwijgen doe. Mocht dubstep dus alsnog net zo’n publiciteitsstorm ten deel vallen als drum ‘n’ bass destijds, dan zullen we Burial in ieder geval niet, zoals boegbeeld Goldie, in een James Bond-film of het bed van Björk aantreffen.

„Burial is verlegen en houdt niet van de druk en de drukte die gepaard gaan met het maken van goede muziek”, zegt zijn labelbaas Goodman. „Hij treedt niet op, gaat zijn eigen gang en wacht tot de storm uitgewoed is.” Intussen is het grote geld nog niet aan de orde in deze scene. „Niemand doet het om er rijk van te worden. De meeste mensen hebben er gewoon een baan bij. Vinyl is het meest prominente medium, maar de belangrijke labels verkopen niet meer dan 1500, 2000 exemplaren per titel.”

Verder speelt veel

van de actie zich af op internet. Ook Hyperdub begon ooit als website. Mp3’s gaan voor redelijke prijzen van de hand, maar via de talrijke blogs die verslag doen van deze scene kun je vrij gemakkelijk aan dj-mixen komen met de hotste nieuwe nummers. „Het groeit, maar langzaam”, zegt Goodman. „We doen steeds meer cd’s, die brengen hopelijk zo veel geld binnen dat we daarmee de 12-inches kunnen financieren.”

En, eh, wordt er eigenlijk wel gedanst op dubstep? Lynn/Boxcutter: „Absoluut! Anders dan in drum ‘n’ bass, waarbij je in het halve tempo beweegt, moet je bij dubstep juist het dubbele tempo aanhouden om de energie te voelen. Maar soms zit het maar in een paar elementen van een nummer. En een goede installatie helpt natuurlijk, je moet de subbassen wel voelen.”

Goodman/Kode 9: „Dat is zeker waar, de basfreqenties zijn het belangrijkste in deze muziek. Dubstep is ongeveer even snel als grime, zo’n 140, 150 bpm (beats per minute). Maar omdat er geen razendsnel gebekte MC aan het woord is, en omdat de stukken zo minimaal zijn opgebouwd, voelt het langzamer.”

Dubstep gaat niet over hi-fi of hi-tech. De meeste producers werken met betrekkelijk simpele progammatuur voor op de pc, als een soort punkers voor het digitale tijdperk. „Dit is geen scene die op technologie drijft, zoals bij drum ‘n’ bass op een gegeven moment wel het geval was”, zegt Goodman. „Vooral de jongere producers gebruiken waar ze maar de hand op kunnen leggen. Goedkope en gemakkelijk verkrijgbare technologie is belangrijker dan hi-tech.”

Het gaat er natuurlijk om wat je ermee doet, mailt Lynn. „Het is lastig om beats in een computer echt aan het swingen te krijgen, en toch is dat juist wat ik zo waardeer in jazz en funk. Het komt erop aan om de beats op de goede plek te krijgen.”

Boxcutter: Oneiric (Planet Mu, distr. Lowlands); Burial: Burial (Hyperdub, distr. Lowlands); The Plastician en Loefah draaien 20/8 op het Lowlands-festival in Biddinghuizen. Digital Mystikz en Kode 9 draaien 25/8 op het Impakt-festival, Tivoli De Helling Utrecht.