De tijd was rijp voor haar

Dit weekeinde treedt de Martha Graham Dance Company op in Rotterdam. In 1954 kwam de groep voor het eerst naar Nederland onder leiding van haar legendarische naamgeefster. Het succes was enorm. Vier brieven aan de toenmalige impresario bieden een kijkje achter de schermen.

Op een merkwaardige manier verandert beweging alle benul van tijd. Anders viel het niet te verklaren dat het leek of er jaren waren verstreken. Laat op de avond van dinsdag 13 april 1954 zocht Craig Barton, secretaris van Martha Graham, zijn kamer op in het Grand Hotel van Stockholm om voor het slapen gaan een brief te schrijven aan de Nederlandse impresario Johanna Beek. Op de kop af een week eerder hadden ze afscheid genomen op het perron van het Centraal Station in Amsterdam, waar de veertien dansers, het orkest, de technici en de staf van Martha Grahams dansgroep, aangevuld met enkele Nederlandse musici, op de trein stapten voor het vervolg van hun eerste Europese tournee. Nu hadden ze de Deense optredens reeds achter de rug plus de openingsavond in Zweden, in Malmö, voor een omvangrijk en enthousiast publiek. Alles in één week. Onmogelijk scheen het Barton toe: „Movement in some curious way changes all time.”

Meer dan een halve eeuw is verstreken sinds de briefschrijver zijn enigszins cryptische constatering ten beste gaf. Dit weekeinde treedt de Martha Graham Dance Company op in Rotterdam. Behalve het repertoire – drie choreografieën van Martha Graham – is er niets wat overeenkomt met de omstandigheden van destijds. Niet eens de naam van de groep. ‘Martha Graham and Dance Company’ stond er in de aankondigingen en op het programmaboek. Aan de vooravond van haar zestigste verjaardag danste de bij leven al legendarische Amerikaanse dansvernieuwster nog altijd zelf mee. Vandaar het veelbetekenende voegwoord ‘and’. De symboliek van dat ene woordje leidde na Grahams overlijden in 1991 tot een lange juridische strijd. Haar erfgenaam Ron Protas, een Graham-adept die haar de laatste twintig jaar had bijgestaan toen ze niet langer optrad, ontzegde de dansgroep op een gegeven moment het recht tot uitvoeringen. Hij claimde het auteursrecht van het oeuvre van zo’n honderdtachtig choreografieën en bovendien van de merknaam Martha Graham. In 2002 besliste uiteindelijk de federale rechter in zijn nadeel: het copyright van veertig belangrijke werken ligt wel degelijk bij het Martha Graham Center, dat zowel groep als school omvat, aangezien de choreografe in feite bij het centrum in dienst was toen ze de werken creëerde. De overige werken behoren tot het publieke domein en vijf zijn eigendom van de toenmalige opdrachtgevers.

De groep zit diep in de schulden. Tournees moeten de monumentale artistieke erfenis veilig stellen en vooral: levend houden. En zo zorgt Martha Graham, vijftien jaar na haar dood, nog steeds voor ophef. Craig Barton had het in zijn brief aan Johanna Beek over „Martha’s persoonlijke eigenaardigheden, waar we allemaal mee te maken hebben, en waar jij zo tactvol mee wist om te gaan.”

Hoezeer Martha Graham

(1894-1991) de dienst uitmaakte, blijkt uit deze en drie volgende brieven aan Johanna Beek die zich in een privéarchief bevinden. Drie van Grahams steun en toeverlaat Craig Barton, en een van Gertrude Macy, haar bedreven zakelijk leidster. Ze bieden een onomwonden kijkje in de besognes onderweg. Het kost de lezer van nu geen moeite om ermee terug te schieten in de tijd. Terug naar die magere jaren toen Nederland opkrabbelde uit de kaalslag van de bezetting. De theaters werden geregeld bezocht door buitenlandse, veelal Engelse en Amerikaanse podiumkunstenaars. Dikwijls waren het gebeurtenissen van de hoogste orde en vaak was het gebodene hier nog nooit vertoond. De zalen zaten vól. Ook bij Grahams groep die eind maart tot begin april twaalf voorstellingen gaf in acht steden. De ontelbare publicaties over Grahams leven en werken besteden vrijwel alleen aandacht aan de vijandige ontvangst in Londen en de triomf in Parijs. Nederland wordt hooguit in een bijzin genoemd. De optredens zouden grote invloed hebben op de ontplooiing van de Nederlandse hedendaagse dans.

Johanna en haar man John Beek bestierden al sinds 1928 het impresariaat Nederlandse Concertdirectie J. Beek, dat de belangen behartigde van een grote schare wereldberoemde musici. Voor de logistiek van een dergelijke tournee was de firma uitstekend toegerust. Volgens Barton was Martha Graham „nimmer, nergens en door niemand” zo perfect behandeld als in Nederland. De mecenas van het gezelschap, de miljonaire Bethsabée de Rothschild onder wiens auspiciën de tournee was georganiseerd, wist er al van. Barton gebruikte het postpapier van de B. de Rothschild Foundation For the Arts and Sciences dat op hetzelfde adres in de New Yorkse Upper Eastside was gevestigd als de school en groep, en waar Graham tot haar dood een etage zou bewonen. (Op het perceel van de brownstone in de 63ste straat verrees enige jaren geleden een nieuw gebouw.) Het briefhoofd vermeldt Barton als assistent, onder het bestuur dat wordt aangevoerd door barones De Rothschild zelf en haar zwager, de befaamde cellist Gregor Piatigorsky.

Barton citeerde uit een brief van de barones: „Het zal lastig worden in Parijs, want daar ontbreekt iemand zoals mevrouw Beek”, en hij voegde eraan toe dat Johanna voortdurend werd gemist door de hele groep, die „zonderlinge familie die we noodgedwongen zijn geworden”. Tijdens een spoedberaad van de staf was besloten om haar bij het vervolg te betrekken. „Martha Has Spoken”, tikte Barton met van gehaastheid wippende hoofdletters. Er werd al gedacht aan een tournee in Japan dus „if Martha is to cover the world, so must you.” Ze kon hierover een brief verwachten van Gert, die geïmponeerd was, „wat doorgaans alleen door de klank van klinkende munt gebeurde”.

Broadwayproducente Gertrude ‘Gert’ Macy, eveneens bestuurslid van de De Rothschild Foundation, schreef nog dezelfde avond aan ‘Dearest Johanna’. Kopenhagen was een beetje griezelig geweest omdat ze op eigen risico geboekt hadden. Nadat Martha weer ‘een van haar briljante interviews’ had gegeven, trok het aan en vielen de inkomsten enigszins mee. Gelukkig leek het erop dat Zweden meer zou opbrengen.

„How we miss you! En wat was het een afschuwelijk afscheid op het perron in Amsterdam waar jij nog meer geschokt leek dan ik over de condities in de trein.” De reis was uiteindelijk meegevallen. Simon Sadoff, de dirigent, had een eerste klas coupé gereserveerd en Macy had de conducteur omgekocht voor een tweede, zodat de dansers bij toerbeurt konden uitrusten. De orkestleden namen de ongemakken sportief op. Overigens viel de kundigheid van de drie Nederlandse musici nogal tegen, maar daar kon Johanna niets aan doen. Het belangrijkste van alles was Martha’s ommezwaai na het debâcle in Londen. Omdat het zo goed was gegaan in Holland kon ze zich het genoegen permitteren bescheiden te blijven en de geestdriftige ontvangst van haar werk simpelweg verklaren uit het feit dat de tijd blijkbaar rijp was, dat men in Holland toe was aan een nieuwe uitdrukkingsvorm op het gebied van de danskunst, „and that it was her good fortune to arrive when their subconcious needed her”. Grahams „great talent” daargelaten was het succes te danken aan Johanna’s doordachte „planning and management”. Macy spoorde haar aan naar Florence te komen voor verdere besprekingen.

De impresario zal van

de stortvloed aan recensies in dag- en weekbladen alleen de positieve hebben overgedragen. Een minderheid laakte de theatraliteit, de psychologische en mythische thematiek en de erotische vervoering.

Maar Graham had de spijker op zijn kop geslagen: Nederland bleek haar inderdaad „onbewust nodig te hebben”. De voorstellingen en de openbare lessen werden bijgewoond door enkele zeer gemotiveerde dansers, de twintig net gepasseerd. Grahams revolutionaire techniek, door het gebruiken van de zwaartekracht een tegenhanger van het lichtvoetige ballet, was een openbaring. Haar invloed bleek snel: al in januari 1955 in Het proces van Jaap Flier en Nachteiland van Rudi van Dantzig en in december 1957 in Hans van Manens Feestgericht.

Bartons brief van 4 mei nuanceert het beeld van de Parijse triomf. Het premièrepubliek – dat belachelijke gebruik om de beau monde te inviteren – roerde zich luidkeels. De reacties op Letter to the World, over het leven van Emily Dickinson, waren het ergste. „It’s New England Protestantism and revolt was a mystery to most.” Onverstandig om het meteen te brengen. „What a far cry from Holland!” Ze hadden een stormachtig weekend achter de rug met Martha, die tenslotte „acht minuten uit Letter schrapte”. Ook had ze gecoupeerd in Death and Entrances en Dark Meadow. De staf dacht er gemengd over. De groep voelde zich hoogst ongemakkelijk. Lente in Parijs mocht er met de witsneeuwende kastanjes en de klaterende fonteinen op Rond Point op haar „dazzling best” uitzien, het waren bepaald geen „jolly times”. Wijselijk zal Johanna Beek niet hebben bericht over de felle polemiek die na hun vertrek uit Nederland losbarstte tussen tegenstander Leo Hornstra en voorstander Jos de Gruyter.

Vier dagen later draait Barton het velletje weer in zijn tikmachine. Parijs heeft Martha Graham omarmd. Elke avond ovaties, er wordt zelfs tussen de delen geapplaudisseerd, de recettes zijn verdubbeld, eindelijk juichende recensies, en ze heeft tijdens een kleine ceremonie op het stadhuis „a lovely medallion” van de stad opgespeld gekregen.

Gezeten in een kantoortje boven het Théâtre Champs-Elysées probeert hij zijn aandacht vast te houden onder het kabaal van VE (Victory in Europe) Day. Drumbands spelen dat het een lieve lust is, vliegtuigen scheren over de Champs Elysées en de torenklokken in heel Parijs beieren. In het krappe kantoor drommen de musici bijeen voor hun gage. Tegenover hem dicteert Gertrude Macy een brief en voert onderwijl een gesprek met impresario Anatole Heller, die net Zurich en Wenen heeft geboekt.

Barton tikt verder: „Gisteren is Dien Bien Phu gevallen en de première vanavond van het Sovjet Ballet is afgelast. Alle nationale theaters zijn gesloten. Voor ons betekent het een beter gevuld huis vanavond, but under sad circumstances.”

Het moet een bizarre sensatie zijn geweest, voor Barton die in de oorlog gevochten had in India, en zeker voor de barones die negen jaar eerder met het leger van generaal De Gaulle Parijs was binnengetrokken: terwijl bevrijdingsdag herdacht wordt, zijn de Franse troepen in Vietnam verslagen. In die ene alinea komt de opwarming van de Koude Oorlog heel dichtbij.

Hij wilde dat hij bij het vervolg kon zijn, maar Italië wachtte. Iedereen rekende erop dat Johanna zich in Florence bij hen voegde. Ze moest vooral genoeg geld meenemen voor kerstcadeautjes voor haar dochtertje Yolanda, want alles was er mooi en goedkoop. „Bring Johnny’s shoe sizes, and shirt and belt sizes and we’ll go to Arfango, a small and wonderful men’s shop.”

Uit Florence meldde hij

op 22 mei hoe verdrietig ze waren over het telegram. Maar wat een geluk bij een ongeluk dat Johanna verhinderd was: „Your guardian angel is on the ball.” Vreselijk slecht weer en een nog vreselijker publiek. De Florentijnen waren snobs die het festival avond aan avond aandeden om gezien te worden. Een smakeloos en ongemanierd stelletje. Ze lachten luid om Bertram Ross als de Evangelist in Appalachian Spring en aan het slot klonk een kakofonie van bravo’s, boe’s, gescheld en gefluit. Zoiets had Martha nog nooit meegemaakt, „she was devastated and nearly ill”. Zwetend van de zenuwen wachtten Gert en hij de volgende avond tot het doek opging. „They were all so beautiful, so disciplined, with that curious purity that surrounds the group.” Kunstenaars in het diepst van hun wezen tot en met het buigen. „Onze kleine Martha” dankte maar één keer, met dirigent Sadoff. Ze boog alleen voor hem, met haar ‘derrière’ opzettelijk, zo leek het tenminste, naar het publiek toe, aldus Barton.

Wat er vervolgens gebeurde, hoorden ze naderhand. In de coulissen had Martha Graham drie toneelknechten vol in de maag gestompt. De overigen maakten dat ze wegkwamen. Ach, de toneelknechten waren zo dol op de groep, want elke avond klapten ze als gekken. „As that awful sound came over the footlights, one of them said to Helen McGehee, It’s a triumph! It’s a triumph!” Maar dat was het niet. Het was allemaal verschrikkelijk geweest. Alleen Antonio Votto adoreerde Martha Graham, omdat het festival eindelijk iets controversieels te zien gaf. Een droom die uitkomt, had de beroemde dirigent gezegd.

Vlak voor de groep een driedaagse vakantie in Assisi inlaste, wenste Barton heel veel beterschap aan Johanna’s echtgenoot wiens werk ze nu in zijn geheel moest overnemen. Yolanda Frenkel Frank-Beek was toen tien. Ze herinnert zich de galavoorstelling van de groep in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag. Ze bezit een souvenir, in het album dat haar ouders voor haar bijhielden: „Dear Yolanda. May the sun and the stars shine with a special lovely gay light for you always”, gesigneerd ‘with love’ door Martha Graham.

Voorstellingen van de Martha Graham Dance Company: Nieuwe Luxor Theater Rotterdam, 5 en 6 augustus. www.luxortheater.nl