De rode loper voor de financiële ‘barbaren’

Acht maanden, drie transacties, drie letters. KKR, een opkoper met hoge winstdoelstellingen, breekt zijn eigen records. Zoals de grootste private equity-overname. Nu ook in Nederland. In afval, informatie en technologie.

Eén blik volstaat. Is dat niet een Renoir? Dat een Monet? Verdraaid, denkt directievoorzitter Ross Johnson van het Amerikaanse voedings- en tabaksbedrijf RJR Nabisco, die man kan rentenieren van alleen al de verkoopopbrengst van zijn woonkamer.

Die man is Henry Kravis, een van de grondleggers van de firma Kohlberg Kravis Roberts, private financiers met hoge winstdoelstellingen. In financieel jargon: private equity. Een schilderijenverzamelaar, inderdaad, klant van kunsthandelaar Noortman in Maastricht.

In zijn appartement aan Park Avenue, hartje New York, praten Kravis en Johnson over een transactie die de grootste private equity-overname zou worden, 31 miljard dollar. Het is 1988. Het boek over die overname zal jaren aan KKR en de private equity-wereld kleven: Barbarians at the gate.

De overname zette een paar van de dominante trends uit het moderne zakendoen in de schijnwerpers: buitenissige beloningen voor topmanagers, koortsachtige overnames en de bijna ongebreidelde beschikbaarheid van kapitaal om zelfs hele grote bedrijven op te kopen.

Deze maand brak een nieuwe superovername het record, opnieuw onder leiding van KKR, zoals de firma inmiddels heet. Een groep financiers betaalde 33 miljard euro voor het Amerikaanse ziekenhuisconcern HCA.

In 1988 maakte Kravis c.s. zich zorgen over de vraag of er wel genoeg banken op de wereld waren om de benodigde kredieten te geven. Want in weerwil van het woord equity, eigen vermogen, bestaat elke private equity-overname voor tweederde of meer uit geleend geld.

Zulke zorgen zijn voorbij. De financiële wereld legt de rode loper uit voor de grote beheerders van private equity, partijen als Permira en CVC, die oorspronkelijk uit Engeland komen, voor KKR, Blackstone en Carlyle uit de VS en voor het Nederlandse Alpinvest, dat aan de slag is met 30 miljard euro van de twee grootste Nederlandse pensioenfondsen, ABP (een miljoen leraren en ambtenaren) en PGGM (ruim een miljoen werknemers in zorg en welzijn).

Land van herkomst zegt niet zo veel in de private equity-wereld, de grote financiers werken mondiaal en putten hun vermogen ook uit mondiale bronnen: pensioenfondsen uit Europa, rijkelui uit Hongkong, Arabisch oliegeld, universiteiten als Harvard en Yale.

Achttien jaar na RJR Nabisco en dertig jaar na de oprichting van de firma staan de zestigers Kravis en diens neef George Roberts nog steeds aan de top. Kohlberg was eerder al uitgestapt. Kravis geldt als de charmeur, Roberts als gereserveerde rekenaar.

De firma KKR werkt nu mondiaal, met kantoren in Londen, Parijs, Hongkong en Tokio. Zij lanceerden afgelopen zomer als eerste een beursgenoteerd beleggingsfonds (op Euronext Amsterdam), zodat ook particulieren indirect konden investeren in private equity. Het was een doorslaand succes: beleggers tekenden voor 5 miljard dollar (4 miljard euro) in.

Eén blik op de KKR-website leert waarom. Op een geïnvesteerd kapitaal van 25 miljard dollar hebben wij 66 miljard dollar verdiend, schrijft de firma. En: meer toegevoegde waarde dan wie ook in private equity.

Twee jaar geleden kreeg Nederland zijn vuurdoop met KKR: de overname van detailhandelsgigant Vendex KBB, afvalverwerker AVR, informatieleverancier VNU en nu de halfgeleiderdivisie van Philips. Partner bij de Philips-transactie is Silver Lake, een financier uit Menlo Park, hart van Silicon Valley. Zij deden samen eerder ook grote investeringen in technologiebedrijven, zoals SunGuard Data.

Ook de vaste partner van KKR in Nederland, Alpinvest, is van de partij. Alpinvest stak ook geld in de overnames van Vendex KBB en VNU. De samenwerking duidt op innige relaties, zoals beduidende investeringen van Alpinvest in de KKR-investeringsfondsen. Maar dat soort relaties valt in de categorie bedrijfsgeheimen. Vanochtend meldde de KKR-website de overname à 6,4 miljard euro van de Philips-divisie. De laatste melding op de Alpinvest-site dateert van 14 december 2005.