De Man Die De Wereld Wilde Veranderen

Een absolute aanrader voor wie van psychologisch drama houdt, of van puzzels en raadsels. Een inkijkje in de gekwelde geest van De Man Die De Wereld Wilde Veranderen (en er achter kwam hoe gevaarlijk dat is). En ideale lectuur voor op reis: want hoewel nog geen zeven kantjes lang, kun je er eindeloos zoet mee zijn voordat je begrijpt wat er staat.

De toespraak waarin Tony Blair deze week kritisch filosofeerde over zijn avonturen met George Bush in de oorlog tegen terreur, is een sterk staaltje van Blairs politieke talent. Aan de ene kant lijkt hij te erkennen dat de Amerikaans-Britse politiek na ‘11 september’ volkomen gefaald heeft. We moeten „de kern van ons beleid dramatisch veranderen”, zegt hij. Niet minder dan een „complete wedergeboorte (renaissance) van onze strategie” is nodig. De Financial Times vatte de rede samen met de kop: ‘Blair erkent dat het Westen de oorlog tegen terreur verliest’.

Maar tegelijkertijd is de toespraak ook een gloedvolle verdediging van de nu al bijna vijf jaar durende strijd tegen Al-Qaeda & Co., tegen de „boog van extremisme die zich uitstrekt over het Midden-Oosten”. De interventies in Afghanistan en in Irak waren van het grootste belang, zegt Blair, net als het aanmoedigen van democratie elders in de Arabische wereld. Want we voeren niet alleen een oorlog tegen het terrorisme, we voeren een oorlog over waarden, ónze waarden.

De inzet is modernisering, binnen de islam en daar buiten, aldus de premier. Gematigdheid tegenover (religieus) extremisme, tolerantie en respect tegenover haat en verdeeldheid. Hij heeft het eerder gezegd, maar hij heeft gelijk: als dát op het spel staat, is een goede afloop van het grootste belang, ook voor ons.

Het gaat dus niet alleen om veiligheid en militaire tactiek, zegt Blair nadrukkelijk, maar ook om het inspireren en overtuigen van mensen, hen te laten zien waar onze waarden voor staan. En daar raakt hij een gevoelig punt. Want politiek en militair mag het tegen zitten, maar ook die meer ideële doelstelling, zo valt helaas iedere dag te constateren, is jammerlijk aan het mislukken.

Als een van de twee politieke aanvoerders van deze grote strijd van onze tijd de moed heeft bij dat falen stil te staan, en vraagt „Waarom zijn we nog niet geslaagd in onze opzet?”, dan spits je je oren. En Blair is niet alleen een inspirerend en bevlogen spreker, hij is ook intelligent. Hij sluit zijn oren niet voor de harde kritiek op zijn beleid (wat in het Britse politieke systeem ook niet goed kan), hij stelt het zelfs expliciet aan de orde.

Maar net als je denkt dat hij onder ogen durft te zien dat hij misschien wel de verkeerde koers heeft gevolgd, of althans de verkeerde middelen heeft gebruikt om zijn overigens nobele en belangrijke doelen te bereiken, dan vermant hij zich. Waarom het niet goed gaat? „Omdat we niet daadkrachtig genoeg zijn, omdat we de strijd niet grondig genoeg voeren.” Het roer moet dus helemaal niet om, dubbele kracht vooruit! Dat is de nieuwe strategie waar hij voor pleit.

Met zoveel woorden zegt Blair dat we oorlog voeren ,,over de vraag hoe de wereld zichzelf moet regeren’’. Dat is nogal wat. In het Midden-Oosten en Afghanistan zijn we verwikkeld in „a struggle for the soul of the region”. Onze mannen en vrouwen in Uruzgan moeten dus behalve opbouwen en vechten, ook nog de Afghaanse ziel zien te veroveren en te veranderen. Ik hoor het minister Kamp nog niet zeggen.

Blair hield zijn toespraak in de Verenigde Staten, waar hij populairder is dan thuis. Na afloop vroeg een journalist hem op wat voor manier „onze hartstocht voor Westerse democratie het oplossen van problemen in de regio en de wereld in de weg staat”. Alleen op korte termijn kan dat problemen opleveren, antwoordde Blair zonder een spoor van twijfel.

Maar zou het toch niet zo kunnen zijn dat de gedrevenheid van het Westerse offensief voor gematigdheid contraproductief heeft gewerkt? Dat te makkelijk naar het middel van oorlog wordt gegrepen, in wat volgens Blair zelf een strijd is over waarden en ideeën? Dat de wereld daarom geen Westerse gematigdheid aan het werk ziet en heeft gezien in het Midden-Oosten, maar een moreel absolutisme? Blair lijkt te denken, schreef een Britse krant, dat we mensen naar gematigdheid kunnen bombarderen.

Maar als je er eenmaal van overtuigd bent dat je het moet opnemen tegen een As van het Kwaad, of een Boog van Extremisme, wil je ook voluit gaan. Dan schilder je de strijd in heldere contrasten. En dan heb je haast en dus geen geduld met de bescheidener middelen die diplomatie, verdragen en het overleg in multilaterale organisaties kunnen bieden.

Maar als het verspreiden van de geest van gematigdheid het doel is, moet dat dan niet terug te zien zijn in de middelen? We lijken steeds te vergeten, schreef terrorisme-expert Jessica Stern gisteren op deze pagina naar aanleiding van de oorlog in Libanon en Israël, dat geweld dat eenmaal ontketend is zijn eigen kwaadaardige dynamiek ontwikkelt.

Blair zegt dat het in Afghanistan en het Midden-Oosten gaat om het veranderen van waarden, en niet om het veranderen van regimes. Maar dat is niet altijd duidelijk, ook niet voor de regimes in kwestie.

Syrië en Iran staan voor de keus, zegt Blair, tussen aansluiting zoeken bij de internationale gemeenschap en onze regels volgen, of anders: de confrontatie. Het klinkt dreigend. En daar is ook wel een rechtvaardiging voor aan te voeren. Maar na de ‘waardenveranderingen’ in Afghanistan en Irak kan niemand de vraag nog negeren hoe effectief een militaire escalatie kan zijn.

Als regime change echt niet de inzet is, dan zou het misschien goed zijn om dit de leiders in kwestie ook expliciet te laten weten. Zo’n benadering is retorisch een stuk minder bevredigend, maar er zijn in het verleden wél resultaten mee geboekt. De Libische leider Gaddafi, ooit een soort lid van de As van het Kwaad avant la lettre, is nog steeds geen fijne jongen, maar hij heeft zich – zonder oorlog – wel de waarde van gematigdheid meer eigen gemaakt. Als veiligheidsrisico is hij grotendeels onschadelijk gemaakt. Met dank aan geduldige diplomatieke inspanningen – met realistische doelen en gematigde middelen.

Juurd Eijsvoogel is redacteur van NRC Handelsblad.

Toespraak Blair: www.nrc.nl/opinie