De beeldenpoederaar

Al zijn ze onzichtbaar, ze zijn onmisbaar voor de kunst. Deze zomer staan de stille krachten van de kunstwereld in de schijnwerpers. Deel 4: de staalbouwer.

Rotterdam is een prima stad voor buitenkunst en ook voor een constructie- en montagebedrijf dat niet bang is voor het soort werk dat daar bij hoort. Niet alleen kunstenaars komen langs om te praten over een nieuw plan, maar ook de gemeente weet Van Campenhout te vinden voor het herstel van een omgevallen of omgegooid standbeeld. Of voor tijdelijke opslag in afwachting van een vriendelijker standplaats. Ze liggen dan zo lang in een van de grote loodsen van het bedrijf in de Waalhaven.

Ook Rotterdams beruchtste buitenbeeld vond een schuilplaats bij Van Campenhout: Kabouter Buttplug, zoals in die stad Paul McCarthey’s metershoge beeld Santa Claus wordt genoemd. Dick van Campenhout (57) wijst waar de kabouter heeft gestaan. „Ik zag hem elke dag. Persoonlijk vond ik er niets aanstootgevends aan.” Toen het beeld dit jaar eindelijk een plaats vond op de binnenplaats van Museum Boijmans Van Beuningen, kwam het Roemeense bedrijf waar het was gegoten naar de werkplaats voor het aflassen. Zelf heeft Van Campenhout er weinig aan gedaan, behalve een gat boren in het hoofd en van binnen een stalen hijsconstructie aanbrengen, zodat Buttplug makkelijk met een kraan vervoerd kan worden. Want de huidige plaats bij het museum is maar tijdelijk.

Dick van Campenhout – „Ik zit al 29 jaar in het ijzer” – leidt het bedrijf samen met zijn zoon Bryan. Vroeger deden ze wel eens iets kleinschaligs met kunst, maar sinds het bedrijf vier jaar geleden verhuisde naar de 5.000 vierkante meter grote locatie aan de Waalhaven is het gaan lopen. „Mond tot mond-contacten, relaties, zo is het gegroeid”, zegt Dick van Campenhout. „Het begon met Rex Mundio, die wilde een beeld van hem laten poedercoaten. Toen werden het projecten. We begeleiden kunstenaars van begin tot eind. Ze komen met een schetsje en dan gaan we praten. Nog wat praten, tekeningetje maken. Zo wordt het een geslaagd project voor hen. Probleemloos.” Beeldhouwer en tentenbouwer Dré Wapenaar werkt veel met Van Campenhout. Ze bouwden zijn grote concerttent Viervleugelpaviljoen en een aantal boomtenten.

Van Campenhout werkt ook voor een van Nederlands belangrijkste verzamelaars van moderne kunst. „Voor Joop van Caldenborgh hebben we laatst een Iglotent van de Italiaanse kunstenaar Mario Merz gerestaureerd. Het oude frame hebben we meegenomen en hier exact in roestvaststaal nagemaakt. In die iglo zat verwarmingspijp! Je weet hoe kunstenaars zijn. Het was helemaal doorgerot. Nu is het roestvrij staal met drie lagen poedercoat erop. Over honderd jaar staat het er nog. Van Caldenborgh wilde exact dezelfde lijmklemmen [waar de leistenen dekplaten op rusten, red.] hebben als die Merz gebruikte. Die had Merz bij de Gamma gekocht. Helemaal verrot. Ik heb ze gestraald, gerestaureerd en gepoedercoat. De tegels zitten er weer op. Alles past weer. Het staat weer in zijn tuin in Wassenaar.”

Van Campenhout houdt van kleinschalig. „We doen stalen puien, bordessen, trappen; alles op het gebied van staal. Maar geen serie-werk. Elke dag hebben de jongens wat anders. Als de grotere staalbouwers het niet zien zitten, dan komen ze bij ons. We hebben Pim zijn hek nog gemaakt. En toen werd hij neergeschoten. Zielig! Het stond net een paar dagen, de jongens hebben nog binnen bij hem koffie gedronken.”

Kunst is nog geen tien procent van de omzet. „Het is ook niet dat ik echt een kunstliefhebber ben, het is toch een boterham. Maar wel een met een grote uitdaging. Kunstenaars komen met een idee vaak na werktijd langs. Ik heb hier vier werkvoorbereiders en met een pilsje erbij kijken we hoe we het gaan doen.”

Hij vindt kunstenaars niet moeilijker dan andere opdrachtgevers. „Bij iedereen moet je soepel wezen. Maar kunstenaars vragen wel meer aandacht. Die verzinnen alles ter plekke als je bezig bent. Soms blijf je aan de gang. Met Dré Wapenaar ook, dan loopt hij hier in de werkplaats en vraagt ‘kunnen we het ook zo doen?’ Aardige man, Dré. Hij heeft altijd ruzie met zijn zeilmaker, die snapt niet wat hij bedoelt. Je hebt van die ondernemers die maken wat op de tekening staat, die denken niet mee. Dat is juist onze kracht, we doen alles in overleg.” Dat geldt ook bij het betalen. „Het is een vertrouwenskwestie.”

Hij heeft laatst De Waslijn geïnspecteerd, vertelt Van Campenhout. Onder die naam kent Rotterdam het 200 meter lange Maasbeeld van Auke de Vries, een stalen kabel met voorwerpen die sinds 1982 aan de Willemsbrug hangt. Het andere einde is een resterende pijler van een gesloopte spoorbrug verderop. „We gaan De Waslijn volgend jaar restaureren. Men zegt dat hij in deze hallen is gemaakt, toen Van der Cammen Staalbouw hier nog zat. We willen hem demonteren en hierheen brengen met een sleepbootje en een kraan. Kunstenaars denken er niet bij na dat hun kunstwerk jaren moet staan. Er blijft water in staan en het roest door.”