Daar is het gat van de deur

Bootladingen intellectuelen werden door de bolsjewieken gedeporteerd. Is Poetin de erfgenaam van Lenins politiek?

Lesley Chamberlain: The Philosophy Steamer. Lenin and the Exile of the Intelligentsia. Atlantic Books, 414 blz. € 39,95.

In de late avond van 28 september 1922 verliet het Duitse schip de Oberbürgermeister Haken de haven van Petrograd. Aan boord bevonden zich 25 Russische families (vooraanstaande intellectuelen en hun gezinsleden) en een handjevol medewerkers van de staatsveilig- heidsdienst. Zes weken later vertrok een tweede schip met een zelfde lading. Op deze manier ontdeden de bolsjewieken zich van een belangrijk deel van de oude Russische intellectuele elite en zetten ze een zwarte politieke traditie voort: politieke deportatie.

De filosofen Nikolaj Berdjajev en Semjon Frank, de historicus en politieke activist Alexander Kizevetter, de schrijver Michail Osorgin en een zestigtal anderen – ze werden opgepakt, ingescheept en afgevoerd. In The Philosophy Steamer vertelt de Britse schrijfster Lesley Chamberlain de geschiedenis van deze deportaties: waarom haalden de bolsjewieken dit oude terreurmiddel van stal; hoe verging het de ‘emigranten’ in de ‘Russische hoofdsteden’ van Europa (Praag, Berlijn en Parijs) en vooral, wat zijn de politieke en maatschappelijke gevolgen geweest van wat ze typeert als een ‘unforgettable experience of loss’?

In 1922 was de burgeroorlog in Rusland voorbij. De Nieuwe Economische Politiek (NEP) stelde de bolsjewieken in staat hun macht te bestendigen en ze bood de Russische samenleving de gelegenheid een beetje op adem te komen. De NEP was een tactische manoeuvre: de economische terugtocht werd gecombineerd met de politieke aanval.

De gedeporteerde intellectuelen behoorden tot de eerste slachtoffers van het voortgaande proces van politieke Gleichschaltung. De deportatie kwam als een verrassing. Na de Oktoberrevolutie was weliswaar een politieke en intellectuele uittocht op gang gekomen maar van een van staatswege verordonneerde verbanning was nog nauwelijks sprake. Met wat goede wil zouden de intellectuelen die in 1922 op de boot werden gezet, kunnen worden beschouwd als de eerste dissidenten van de Sovjet-Unie.

Met uitzondering van de jaren onder Stalin, toen de meeste politieke tegenstanders zelfs niet de keuze van een gedwongen vertrek werd gelaten, zouden de sovjetleiders zich van dit terreurmiddel blijven bedienen. De historicus Andrej Amalrik (Haalt de Sovjet-Unie 1984?) en de schrijvers Lev Kopelev en Alexander Solzjenitsyn waren de bekendste slachtoffers. Zij werden in de jaren zeventig, op gezag van Leonid Brezjnev, uitgewezen.

De communistische leiders gingen in geen enkel geval over één nacht ijs. De deportatie van Berdjajev en de overige intellectuelen werd minutieus voorbereid. ‘Wat betreft de deportatie van de schrijvers en professoren die de contrarevolutie helpen, dat moet beter worden voorbereid’, schreef Lenin in het voorjaar van 1922 aan de toenmalige chef van de staatsveiligheidsdienst, de Pool Felix Dzjerzjinski. ‘Zo niet, dan slaan we een modderfiguur’ . Het politbureau van de communistische partij sprak meer dan dertig keer over de kwestie.

De mogelijke reactie in het westen heeft altijd een prominente rol gespeeld in de afwegingen van de sovjetleiders. Ook de gehanteerde argumenten vertoonden een opmerkelijke continuïteit. ‘Dissidenten’ zijn altijd voorgesteld als luiaards, als ‘parasieten’ die geen enkele zinvolle bijdrage aan de samenleving leverden. Deportatie werd voorgesteld als een blijk van progressieve rechtvaardigheid en mededogen. ‘Vooruitziende humaniteit’ kopte de Pravda boven een interview met Leo Trotski, waarin de deportaties van september 1922 werden aangekondigd. ‘Als deze heren het niet naar hun zin hebben in de Sovjet-Unie, dan moeten ze zich maar elders wentelen in de geneugten van de van de burgerlijke vrijheid.’ Michail Soeslov, Brezjnevs opper-ideoloog, had het vijf decennia later niet scherper kunnen formuleren.

De intellectuelen die in 1922 werden gedeporteerd, koesterden uiteenlopende maatschappelijke opvattingen. Lesley Chamberlain typeert ze als veelal ‘idealistische’, christelijk geïnspireerde denkers van doorgaans liberale politieke snit. Ze werden sterk beïnvloed door een aan hun geloof ontleende moraliteit en waren bijzonder gehecht aan Rusland en het Russische volk. Ze stonden derhalve op gespannen met alles waar het bolsjewisme voor meende te staan, stelt Chamberlain. Dit is de kern van haar betoog.

De deportatie van deze intellectuelen nam de laatste barrière weg voor de vestiging van een totalitair regime. Ze markeerde de ondergang van het ‘oude Rusland’ en het begin van de bolsjewistische ‘tirannie van de vulgariteit’. De deportaties beroofden Rusland van zijn meest getalenteerde onderdanen. Ze elimineerden de restanten van een weldenkende en gematigde politieke klasse. ‘De vaart van The Philosophy Steamer – de ‘stoomboot van de filosofie’, zoals het transport werd genoemd – had een universele symbolische betekenis’, concludeert Chamberlain. ‘Ze verdient een mythische status in de geschiedenis.’

Chamberlain plaatst de deportaties in het licht van het ‘grote culturele experiment’ van de 20ste eeuw: de botsing tussen religieuze traditie en mystiek enerzijds en de rationalistische en seculiere moderniteit anderzijds. Lenin zou de radicale exponent van een Europees vooruitgangsdenken zijn geweest. Vandaar dat de geschiedenis van de deportaties nooit de aandacht heeft gehad die ze verdiende. Het Westen was te liberaal om zich iets gelegen te laten liggen aan de moralistische boodschap van Ruslands dissidenten – van Berdjajev tot en met Solzjenitsyn.

Het zou interessanter zijn geweest als Chamberlain haar apodictische interpretatie van de deportaties niet had gekoppeld aan een generale cultuurkritiek van ‘het Westen’ maar aan een analyse van het verloop van de Russische geschiedenis. Wat betekent het voor een staat en een samenleving als het gematigde, ondernemende en kritische deel van de bevolking wordt geëlimineerd? Is het semi-autoritaire regime van Vladimir Poetin een uitvloeisel van Lenins politieke vulgariteit? Rusland is niet het enige voorbeeld. Het isolement en de deprimerende politieke staat waarin Servië thans verkeert, moet toch iets te maken hebben met het vertrek van een half miljoen burgers na het uiteenvallen van Joegoslavië? Dit lijkt me de werkelijke betekenis van die ‘onvergetelijke ervaring van verlies’ die Chamberlain voelde toen ze enkele jaren terug Victor Frank, zoon van Semjon, passagier op de Haken, interviewde over The Philosophy Steamer.