‘120.000 euro, voorwaar geen kattenpis’

Publieke instellingen moeten hun topsalarissen bekendmaken. Dat zou loonmatiging in de hand werken. Maar werkt dat wel zo? „Als je weet wat je collega verdient, onderhandelt dat makkelijker.”

In juli 2004 beantwoordt Nova-presentator Clairy Polak een e-mail van een kijker. Hij had haar gevraagd of het waar was dat ze 200.000 euro verdiende. Dat is niet waar, schrijft zij. „Ik heb er overigens geen enkel probleem mee mijn salaris openbaar te maken. Dat is 120.000 euro per jaar, voorwaar ook geen kattenpis.”

De kijker stuurde de e-mail naar de krant. Daarin schrijft Polak ook: „Als u nog prijs stelt op een waardeoordeel over dat bedrag: ja, ik vind dat ook buitenproportioneel veel. Dat ik er niettemin op heb gestaan dit bedrag te krijgen – hoewel mij aanvankelijk minder was geboden – had te maken met het feit dat mijn directe collega’s (waartoe toen ook Matthijs van Nieuwkerk en Felix Rottenberg behoorden) minimaal hetzelfde kregen.”

Het is een principieel punt voor Polak. Zij vindt dat mensen die volstrekt hetzelfde werk doen, daarvoor ook dezelfde beloning moeten krijgen. Ze zegt vandaag in een e-mail aan de krant: „Dat zou – ik geef toe theoretisch – ook tot een lager honorarium kunnen leiden.”

Per 1 juli van dit jaar moeten alle semi-publieke instellingen openbaar maken hoeveel medewerkers zij meer betalen dan het gemiddelde salaris van een minister. Dat is 158.000 euro. De VARA heeft er negen, de TROS zeven en de NOS en het bestuur van de Publieke Omroep samen twaalf. De medewerkers worden niet bij naam genoemd, maar met hun functie omschreven.

Een aantal omroepen heeft de wettelijke termijn van 1 juli niet gehaald, zegt het ministerie van Binnenlandse Zaken. Zij moeten voor 31 augustus alsnog de gegevens overleggen. Dat geldt overigens niet alleen voor omroepen, ook een aantal andere publieke instellingen hebben de termijn overschreden. In het najaar stuurt Binnenlandse Zaken een overzicht naar de Tweede Kamer.

Bedoeling van de WOPT (Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde topinkomens) is dat deze loonmatiging in de hand werkt. Openheid remt af. Maar is dat ook zo? Laurens Drillich (166.000 euro), de directeur van jongerenomroep BNN denkt van niet. „Als iemand weet wat zijn collega verdient, onderhandelt dat voor hem een stuk makkelijker.” Hij had het kort geleden nog bij de hand. Een medewerker wilde meer omdat hij wist wat iemand anders verdiende. In het bedrijfsleven blijkt hetzelfde: sinds enkele jaren publiceren bestuurders van beursgenoteerde ondernemingen hun salarissen en bonussen en als gevolg daarvan zijn die salarissen veelal gestegen. De één wil evenveel verdienen als de ander.

En voor BNN wordt het lastiger onderhandelen. „Wij zeggen: je werkt hier ook omdat het leuk is, als je voor het geld gaat, moet je naar een commerciële omroep. Dat kan niet bij de publieke omroep. Maar nu is gebleken dat bijvoorbeeld de VARA ook marktconforme salarissen betaalt, valt dat argument weg.”

Overigens is het niet zo dat je bij BNN niet goed kunt verdienen, zegt Drillich. „Een presentator die zich echt bewezen heeft, kan hier ook een topsalaris krijgen.” Dat blijkt ook uit het overzicht dat de omroep naar Binnenlandse Zaken stuurde. Twee presentatoren verdienden bijna een kwart miljoen euro: 233.000 en 248.000 euro. Dat waren vrijwel zeker Bridget Maasland en Katja Schuurman.

Volgens Drillich is het niet zo dat in Hilversum iedereen toch al wist wat er verdiend werd. Veel presentatoren laten zich vertegenwoordigen door een zaakwaarnemer. „De echt grote jongens die veel mensen vertegenwoordigen weten het wel zo’n beetje, maar de kleintjes niet. Omroepen vragen geheimhouding.”

Zelf vindt Drillich dat hij genoeg verdient. Al is hem in de overzichten wel opgevallen dat andere bestuurders vaak ook nog een fors bedrag aan pensioenbijdrage krijgen bovenop hun salaris.