Zelfbeheersing helpt zwemster aan zilver

Goud en zilver voor Nederland bij EK zwemmen.

Duitse Britta Steffen verbreekt wereldrecord.

Verstaat ze eindelijk de kunst van het zwemmen van een finale, verschijnt daar plotseling een Duitse die ‘zomaar’ ruim een seconde sneller blijkt te zijn. Marleen Veldhuis erkende gisteravond, na haar zilveren medaille op de 100 meter vrije slag, „best een beetje jaloers” te zijn op Britta Steffen, de ongenaakbare winnares van de 100 meter vrije slag op dag drie van de Europese zwemkampioenschappen op de langebaan (50 meter) in Boedapest.

Op de race van de oud-waterpoloster viel weinig tot niets aan te merken. Anders dan voorheen liet ze zich het hoofd in de eerste vijftig meter niet op hol brengen. Het was ‘zwemmen met beleid’, om te voorkomen dat ze zichzelf na het keerpunt zou opblazen. Keurig hield Veldhuis zich aan de opdracht: ze ging – zoals dat in zwemmerstaal heet – ‘af’ in 26,22 seconden. Met als gevolg dat ze voldoende lucht over had voor het tweede deel van haar race, die ze afsloot in een scherpe 54,32.

Maar op Steffen stond gisteren geen maat in het Alfréd Hajós-complex. De 22-jarige studente uit de voormalige DDR verpulverde haar eigen persoonlijk record (54,21) met bijna één seconde: 53,30. Daarmee haalde ze twaalfhonderdste af van de mondiale toptijd van de Australische Lisbeth Lenton.

Het zwemmen van een afstand langer dan vijftig meter vergt beleid en dus zelfbeheersing. Zo gretig is Veldhuis van nature dat ze zichzelf al meer dan eens de vernieling in zwom. Het leverde haar het stempel op van ‘het eeuwige talent dat geen finales kan zwemmen’. Gisteren brak de 27-jarige Twentse met die naargeestige traditie, al hield ze ‘slechts’ een tweede plaats over aan haar nieuwe zakelijkheid. „Maar dit was wel de race zoals ik ’m moest zwemmen.”

Pieter van den Hoogenband verstaat de kunst van de race-indeling als geen ander. Dat bewees de drievoudig Olympisch kampioen gisteren opnieuw, met een bewonderswaardig optreden op de 200 meter vrije slag, die hij afsloot met een winnende tijd van 1.45,65. Daarmee voldeed hij aan de opdracht die hij zichzelf voorafgaand aan het toernooi had gesteld.

Toch begroette VdH de 22ste gouden medaille uit zijn carrière, Nederlands eerste in Boedapest, met een voor zijn doen ongekende blijdschap. Maar de sprinter was het afgelopen jaar dan ook door „een heel diep dal” gegaan, waarbij zijn carrière op het spel stond na een hernia-operatie.

Zijn titelprolongatie, bij zijn eerste grote toernooi sinds de Spelen van Athene (2004), was „de beloning voor alle offers die ik heb moeten brengen”. Het bewijs ook dat hij nog steeds in staat is zichzelf te pijnigen in trainingen, en nog altijd een stevig woordje meespreekt in het internationale zwemmen. Al beseft hij dat de concurrentie op de dubbele sprintafstand van buiten Europa komt.

Indrukwekkend was het optreden van Laure Manaudou, die op de 800 vrij het oudste (individuele) Europese record verbrak. Met 8.19,29 was de Française sneller dan de 8.19,53 van de Oost-Duitse Anke Möhring, die later van dopegebruik werd verdacht.