VVD sloeg er destijds in Indië niet op los

De columns van J. L. Heldring lees ik altijd met belangstelling. Ditmaal moet ik echter bezwaar aantekenen. In zijn column `De reikwijdte van een Nederlandse stem` (Opiniepagina, 27 juli) schrijft hij over de borrelstrategie: erop los slaan en alles komt in orde (de VVD dacht zo in de jaren `40 de Indonesische kwestie te kunnen oplossen).

Dit is onjuist. Ik neem aan dat hij met `erop los slaan` doelt op de twee politionele acties in Indonesië. Welnu, de eerste politionele actie die op 21 juli 1947 begon werd ingezet door het kabinet- Beel, waarvan de VVD geen deel uitmaakte. Voor de tweede politionele actie van 18 december 1948 was een kabinet van andere samenstelling verantwoordelijk. Bij het z.g. Renville Akkoord van 17 januari 1948 was de Indonesische Republiek in eerste instantie akkoord gegaan met een conceptie waarbij Indonesië een onafhankelijke soevereine staat zou worden, deelgenoot van een Nederlands-Indonesische Unie onder de Koningin der Nederlanden

In Nederland werden op 7 juli 1948 verkiezingen gehouden in verband met de grondwetswijziging, nodig voor de verandering in het staatsbestel. Een tweederde meerderheid was daarvoor nodig. Op 6 augustus 1948 kwam het kabinet Drees-Van Schaik tot stand van PvdA, KVP, CHU en VVD. Buitenlandse Zaken ging naar D.U. Stikker (VVD). Deze schreef over de vice-president van de Republiek, Hatta, met wie hij in Djokjakarta overleg voerde: ”Ik had voor deze vriendelijke en intelligente man grote waardering.” Niet bepaald woorden van iemand die erop los wilde slaan.