Smerige wc blijft probleem op school

Basisschoolkinderen in de grote steden in Nederland moeten op vieze wc’s zitten. In de provincie en op het platteland is de situatie over het algemeen beter, maar de landelijke cijfers zijn alarmerend te noemen: 72 procent van de school-wc’s is niet schoon volgens de normen van de Vereniging voor Schoonmaak Research (VSR). Daarbij geldt: niet alleen de toiletpotten en de vloeren moeten schoon zijn, maar ook bijvoorbeeld de wc-rolhouders, de wanden, de wastafels, de spiegels en de lichtschakelaars.

Van de leslokalen is 37 procent niet schoon. De gangen scoren het beste, daar is ‘slechts’ 26 procent niet in orde. De cijfers komen uit onderzoek dat het ministerie van Onderwijs heeft laten uitvoeren. Honderd scholen verspreid over het land hebben meegedaan. Andere uitkomsten: kleine scholen presteren beter dan grote en oude scholen zijn blijkbaar gemakkelijker schoon te houden dan nieuwbouwscholen. Scholen met eigen schoonmakers scoren beter dan scholen die dat werk hebben uitbesteed aan schoonmaakdiensten. Vooral in de sanitaire ruimten laten deze diensten het afweten, op het vegen en dweilen van de gangen is weinig aan te merken.

Het ministerie heeft vier jaar geleden ook al laten onderzoeken hoe het gesteld is met de hygiëne op de basisscholen. Het nieuwe onderzoek laat zien dat er weinig is verbeterd, ondanks de in 2002 gevoerde campagne ‘Schoon op school, Fris in de klas’, die voorlichting gaf over de schoonmaak in grote gebouwen. Die campagne is blijkbaar niet goed aangekomen op de scholen, 61 procent had er nooit van gehoord. De 31 scholen uit het onderzoek die er wel mee aan de slag waren gegaan, scoren overigens niet beter dan de rest.

Het ministerie heeft met het onderzoek ook willen achterhalen of de vergoeding die scholen voor de schoonmaak krijgen, wel voldoende is. Voor de onderzochte scholen gold dit in ieder geval niet altijd: eenderde ontving zelfs minder dan de norm. Ongeveer een derde van de scholen geeft dan ook méér uit dan vergoed wordt. Maar ook een derde geeft juist nog minder uit dan de al beperkte vergoeding.