Selectieve kap leidt alsnog tot ontbossing

Selectieve kap van tropisch hardhout is niet zo duurzaam als het lijkt. Zestien procent van de bossen in Brazilië waarin selectief is gekapt is na een jaar helemaal verdwenen.

Sander Voormolen

Uit een studie op basis van satellietbeelden blijkt dat selectieve houtkap leidt tot ontbossing. In het eerste jaar na de kap verdwijnt 16 procent; vier jaar na de selectieve kap is bijna eenderde van deze bossen (32,7 procent) verdwenen. De studie, onder leiding van Gregory Asner van de Carnegie Institution of Washington, is deze week gepubliceerd door het Amerikaanse wetenschapsblad Proceedings of the National Academy of Sciences.

Selectieve houtkap en ontbossing werden altijd gezien als twee aparte fenomenen omdat de een het werk was van houthakkers en de ander van boeren en veehouders. De omvang van de selectieve houtkap in Brazilië is bijna even groot als de ontbossing (respectievelijk 15.383 en 17.200 vierkante kilometer per jaar), maar werd altijd gezien als minder schadelijk, omdat immers een deel van het bos bleef staan, waardoor het woud zich zou kunnen herstellen. Maar volgens Asner richten houthakkers bij selectieve kap zoveel schade aan in het bos, dan het uiteindelijk toch verdwijnt door verdroging en branden.

Asner berekende dat als de gaten in het bos als gevolg van de selectieve kap een aandeel krijgen van meer dan tien procent van het oppervlak, het bos gevoelig wordt voor uitdroging. In de periode tussen 1999 en 2002 bleek zeventig tot tachtig procent van de kapgebieden in de gevarenzone te komen. In 8 tot 17 procent van de percelen kwam het aandeel gaten zelfs boven de 40 procent, vooral in de provincie Mato Grosso.

In een bijgaand commentaar schrijven de Amerikaanse bosbouwdeskundigen Lisa Curran en Simon Trigg dat het onderzoek van Asner aantoont dat de selectieve kap de waarschijnlijkheid van ontbossing aanmerkelijk vergroot. Dat betekent dat de huidige wijze van de winning van tropisch hardhout niet langer als duurzaam gezien kan worden.

Volgens Sandra Mulder, directeur van FSC Nederland is selectieve kap „een heel brede verzamelterm”. Als er goede eisen worden gesteld is selectieve kap wel degelijk duurzaam, zegt zij, zoals ook geldt voor het FSC-keurmerk. Mulder: „Een van onze uitgangspunten is dat er niet meer gekapt mag worden dan erbij groeit. Daarbij kijken we zowel naar volume als soortenrijkdom. Maar inderdaad is het areaal dat duurzaam beheerd wordt nog klein.”

Ecoloog Roderick Zagt van Tropenbos International in Wageningen zegt dat de problemen na selectieve houtkap niet beperkt zijn tot Brazilië. „Ook de grootschalige bosbranden in Indonesië hadden daarmee te maken. Bij selectieve houtkap blijft heel veel dood hout achter, de kronen laat men meestal liggen. Door de open plekken kan het bos makkelijk uitdrogen en is het heel gevoelig voor brand.”

Volgens Zagt is het nauwelijks mogelijk om te voorkomen dat er grote gaten in het bos vallen bij selectieve houtkap. „Het weghalen van één boom levert al een gat op van 300 vierkante meter.”

Er kunnen wel maatregelen genomen worden om te voorkomen dat er brand komt. „Je kunt brandgangen aanleggen en onnodige kapschade beperken. Maar dat vereist wel een georganiseerd type bosbouw.”