Rus eet uit de muur

Jaarlijks vieren zo’n 69.000 Russische toeristen vakantie in Nederland.

Ze bezoeken het Czaar Peterhuisje in Zaandam en eten verse haring.

Het stadsurinoir, het fietsenrek en de ja-nee sticker: het is niet het eerste waar je aan denkt als je iets typisch Nederlands moet noemen. Toch zijn het de praktische voorzieningen die de Russische toerist na aankomst in Amsterdam meteen opvallen.

„In Nederland lijkt alles voor het gemak van de burger gemaakt en is er een overheid die ervoor zorgt dat dat mogelijk is”, zegt Sasja Radzievski (30), een Moskoviet die Nederland sinds 1999 vaak bezocht. „Hier ligt het grasveld waar dat handig is, niet waar de burgemeester of een rijke zakenman vindt dat het moet komen.”

De Russische reisgids Afisha Amsterdam (2002) besteedt een aparte alinea aan de Nederlandse nummertjesautomaat. Anders dan in de vormeloze winkelrijen van Rusland hoef je in Nederland nooit te vragen wie zich als laatst wachtende heeft aangesloten, verklaart de gids. „Uit een speciaal machientje (meestal rood van kleur) moet je gewoon een briefje met een nummer trekken en afwachten totdat dit nummer met een melodieus geluidje op een display verschijnt. Dit bijzonder handige systeem, inmiddels in heel Europa in gebruik, voorkomt onnodige opwinding en gebekvecht...”

Het aantal Russen dat naar Nederland op vakantie gaat, is de afgelopen vijf jaar gestegen van 44.000 naar 69.000 toeristen per jaar. Ze komen vaak voor een korte stedentrip en bezoeken dan veelal Amsterdam, Madurodam en de Zaanstreek. In Zaandam, waar tsaar Peter de Grote in 1697 anoniem verbleef om het scheepstimmervak te leren, staat nog het huisje waar hij logeerde.

„Op school hebben de Russen die geschiedenis erin gestampt gekregen, dus vinden ze dat ze even het Czaar Peterhuisje moeten komen bekijken”, vertelt beheerder Gerard Horneman van het museum. „Van alle bezoekers komt nu zo’n 30 procent uit Rusland, ongeveer tweeduizend man per jaar. Ik zie drie verschillende typen Russische bezoekers: de nieuwe rijken en maffiosi, die vaak totaal ongeïnteresseerd zijn, maar vinden dat ze iets te vertellen moeten hebben als ze thuis komen, Russen die hier beroepsmatig op bezoek zijn of een bedrijfje hebben en beeldschone Russische vrouwen met oudere Nederlandse mannen.”

Russen hebben ook zo hun beeldvorming over Nederlanders. De reisgids van Afisha vermeldt vier typen die de Russische toerist in Amsterdam kan tegenkomen. De hoofdstedelijke yup (jappi) onderscheidt zich van alle andere yuppen „door zijn voorliefde voor gerestaureerde oldtimers”. De provinciaal (provintsial) heeft met gel naar achteren gekamd haar en een gouden ketting. „Hij kan van ver komen, maar ook uit bijvoorbeeld Zaanstad of Osdorp.” De kraker (skvotter) „rijdt op een fiets met een ongewone constructie: twee wielen voor, één achter. De eigenaar van de fiets ligt bijna parallel aan de grond in een speciale zitting en trapt op de pedalen vóór zich, zoals bij de bekende gymnastiekoefening-‘fiets’.” En de Marokkaan (marokkanets) „rijdt het liefste op een scooter, die langzaam gaat maar meer herrie produceert dan een een laag overscherende bommenwerper”.

Nederlands eten komt er bij de Russen niet goed van af. „Nederlanders zijn traditioneel veel beter in het afbeelden van eten op schilderijen dan in het klaarmaken ervan. Ze hebben de wereld slechts één culinair wonder geschonken: verse haring”, stelt Afisha. De gids noemt stamppot een „smakeloos mengsel van groente en vlees, doorgekookt tot volledige onherkenbaarheid” en appeltaart „een berg gekookte appels, aan elkaar geplakt met zwaar, ongaar deeg”. Gelukkig is er één zeer praktische Nederlandse voorziening die dat allemaal goedmaakt, zegt Moskoviet Radzievski. De Febo. „Eten uit de muur is echt geweldig.”