Oppositie Cuba: de transitie begint nu

Dissidenten zijn gematigd positief over de machtsoverdracht door de zieke Fidel Castro. De transitie is nu begonnen, stellen ze. Raúl is pragmatischer. ‘Hij brengt zijn aspiraties wél in overeenstemming met de omvang van ons eilandje.’

„We leven nu niet alleen in een dictatuur, maar ook in een monarchie.” Geraldo Sánchez zegt het smalend aan de andere kant van de telefoon in Havana. Hij reageert op het nieuws dat Fidel Castro na een maagoperatie voor weken is uitgeschakeld en tijdelijk de macht heeft overgedragen aan zijn broer Raúl. „Als ons land er niet zo miserabel aan toe was, had ik er om kunnen lachen”, vertelt hij.

Sánchez is werkzaam in de Cubaanse mensenrechtencommissie van zijn broer Elizardo, een van de bekendste dissidenten van het eiland. Hun commissie brengt elk halfjaar een rapport uit over het aantal politieke gevangenen in Cuba. Bij de laatste telling waren het er 316. Bij de dissidenten die nog vrij rondlopen, is het nieuws over Castro’s ziekbed ingeslagen als een bom.

Manuel Cuesta Morúa is sindsdien zoveel mogelijk de straat opgegaan. Om de sfeer te proeven, vertelt de voorman van de sociaal-democratische oppositiegroep Arco Progresista. „Het was relatief rustig. Op veel plaatsen stonden mensen het nieuws onderling te bespreken.”

Behalve de twee verklaringen van maandag en dinsdag (‘Fidel wordt geopereerd’ en ‘hij is stabiel en opgewekt’) zwijgt de staatstelevisie. „Waarom bel je mij? In Europa weet jij waarschijnlijk meer dan ik”, schampert Morúa. Bij gebrek aan feitelijke informatie komen de straatgesprekken niet verder dan vragen en speculaties: hoe erg was de kwaal van Fidel? Waren de interne bloedingen zo heftig dat hij de verklaring niet zelf kon opstellen? Of lag deze klaar en hoefde hij slechts te tekenen? In welk ziekenhuis ligt hij?

De staatstelevisie heeft alleen beelden laten zien van een pro-Castro betoging in het oude centrum van Havana. „Opgezet door de [communistische] partij”, zegt Sánchez. Op de Amerikaanse propagandazender Radio Martí hoorde hij dat ze in Miami feestvierden. „Nee, dat hebben ze hier niet uitgezonden.”

Ondanks alle discussie op straat zag Morúa nergens ook maar het begin van een manifestatie. En ook in de provincies buiten Havana heerst rust, zo leerde een telefonische rondgang langs mede-dissidenten door Morúa en Sánchez. „De surveillances van politie en de leden van de revolutionaire wijkcomités zijn opgevoerd”, bevestigt ook onafhankelijk journaliste Niurvys Díaz vanuit de oostelijke provinciehoofdstad Santa Clara. „Maar ze hoeven niet op te treden, iedereen ondergaat het nieuws passief.” De apathie onder bevolking is groot.

Wanneer het regime het overlijden van Fidel (nu of over een paar jaar) naar buiten zal moeten brengen, zal het ‘nerveuzer’ optreden, voorspelt Sánchez. „Het zal elk mogelijk verzet bij voorbaat het zwijgen willen opleggen.” Dat betekent meer politie op straat en het oppakken van een paar dissidenten, als waarschuwing voor de rest. „Ken je Galileo Galilei? Zijn inquisiteurs hoefden hem slechts de martelinstrumenten te laten zien om hem te laten zwijgen.”

De partijtop heeft de macht de laatste maanden weer verder gecentraliseerd, in voorbereiding op een ordentelijke machtsoverdracht. „ Er is maar één ideologie: het castrisme. Het regime wil allereerst overleven.”

Met het tijdelijk aftreden van Fidel is de transitie nu begonnen, stelt Morúa. „Castro staat bekend als iemand die macht niet kan delegeren. Dat hij dat nu toch moest doen, geeft een nieuwe dynamiek aan de politiek. In ieder geval op de middellange termijn.”

Want wanneer Fidel daadwerkelijk van het toneel verdwijnt, zal Raúl zeker een nieuwe koers varen, menen Sánchez en Morúa. Beiden voorzien een ‘Chinees’ model voor Cuba: er zal geëxperimenteerd worden met de vrije markt, terwijl de politieke onvrijheid blijft. Volgens Sánchez is dit de aard van Raúl. „Men noemt hem orthodox, maar hij is pragmatischer dan Fidel. Hij is iemand die zijn persoonlijke aspiraties wél in overeenstemming brengt met de omvang van ons kleine eilandje.”

De grootste uitdaging voor zo’n ‘Chinees’ regime in Havana, wordt het ontstaan van een rijke middenklasse, menen beiden. De geschiedenis leert dat welvarende burgers meer rechten eisen, doceert Sánchez. Het is daarom van belang dat de leefbaarheid op het eiland verbetert. „De voedsel-, energie- en watervoorziening moeten betrouwbaarder worden.” Blijven zulke verbeteringen uit, dan zal de onvrede toenemen. In plaats van de repressie op te voeren, stelt hij, moet „de samenleving geopend worden”. Eigen initiatief moet gestimuleerd worden, „zowel zakelijk als politiek”, meent ook Morúa. „Mocht ons land zich namelijk een keer echt openen dan zijn we nergens in deze geglobaliseerde wereld. Dan staan we daar, poedelnaakt.”