Oorzaken en gevolgen van geweldsspiraal

J.L. Heldring doet zichzelf en de lezer in zijn column van 27 juli tekort. Storend is vooral dat hij aan zijn vergelijking van Nederland met Israël de oorzaken en gevolgen van de almaar oplopende geweldsspiraal geheel buiten beschouwing laat en onomwonden kiest voor Israël.

Natuurlijk heeft Israël het recht te proberen gegijzelde militairen te bevrijden, maar de vraag behoort te zijn wie daarvoor welke prijs betaalt. Dat zijn tot dusver in overwegende mate onschuldige mensen die met dit conflict niets te maken hebben en wier voortijdige dood het hun onmogelijk maakt te zeggen dat ze het met de ontvoeringen van Hezbollah en Hamas helemaal niet eens waren.

Aan de rechtmatigheid van `de` actie kan niet getwijfeld worden, ”zij is een daad van zelfverdediging, ja een kwestie van overleven”, schrijft Heldring. En dan, in een vlaag van pragmatisch realisme, vraagt hij zich af of al dit geweld van de staat Israël wel enig effect zal sorteren, ”ja misschien niet een averechts gevolg zal hebben”. Desalniettemin concludeert Heldring dat deze legitieme vraag de legitimiteit van `de` actie niet aantast.

De Nederlandse commentator moet volstaan met uitleggen, beweert Heldring, een begrip dat hij overigens ten onrechte synoniem verklaart met analyseren. Elke leraar kan hem uitleggen dat daar een scherp onderscheid tussen bestaat.

En dan komt de aap uit de mouw: Heldring erkent dat hij nu eenmaal meer affiniteit heeft met joden of Israëliërs dan met Arabieren. Dat mag, maar het beperkt vanzelfsprekend wel in hoge mate zijn imago van de afstandelijke waarnemer, wiens oordeel is ingegeven door een onafhankelijke analyse van de feiten, die zich helaas al zo lang aan de wereld voordoen, in het bijzonder aan de mensen in de regio.