Jihad is wereldwijde rage geworden

De middelen die nodig zijn om deze oorlog op langere termijn te winnen zijn geen bommen, maar ideeën en verhalen die de aantrekkingskracht van de jihad op potentiële rekruten ondermijnen, meent Jessica Stern.

De beelden uit het Libanese Qana, waar tientallen vrouwen en kinderen dit weekeinde tijdens een Israëlische luchtaanval werden verpletterd, zijn hartverscheurend. Blootgesteld aan die beelden hebben velen van ons er moeite mee weer gewoon aan het werk te gaan. We kijken met nieuw ontzag naar onze eigen kinderen en realiseren ons hoe gelukkig zij – en wij – zijn.

Niettemin worden we bezocht door nieuwe angsten. Deze zomer leren we opnieuw een les die mensen gedoemd lijken bij voortduring te vergeten: eenmaal ontketend geweld lijkt zijn eigen kwaadaardige stootkracht te ontwikkelen.

Zij die anderen aanvallen, ook al is dat uit zelfverdediging, moeten voorbereid zijn op de indirecte schade die daarvan onvermijdelijk het gevolg is. Die schade wordt niet alleen gemeten in kinderlevens, maar ook in gekwetste zielen, aan alle zijden van het conflict.

Maar vandaag de dag moeten we eveneens rekening houden met een nieuw soort indirecte schade: de manier waarop cynische terroristen hun voordeel doen met militaire vergissingen. En wat we ook nog te weten zullen komen over wat werkelijk plaatsvond in Qana, Haditha of Abu Ghraib, het lijdt weinig twijfel dat de terroristen ervan zullen profiteren.

Terroristen beginnen vaak als ‘ware gelovigen’, die worden verleid door en soms ten slachtoffer vallen aan een slecht idee. De beelden uit Qana zijn een cadeautje voor terroristen die het onjuiste idee willen verspreiden dat het Westen er doelbewust op uit is de islamitische wereld te vernietigen en moslims schade te berokkenen en te vernederen.

De enige manier om erachter te komen hoe dit fenomeen werkt, is door rond te hangen met islamitische jongeren en met hen te praten.

Ik heb dat vrij vaak gedaan in verscheidene delen van de wereld: in westerse steden, in Palestijnse sloppenwijken en in Pakistaanse madrassa’s (islamscholen). En wat ik heb geleerd, is dit: jihad is een wereldwijde rage geworden, net zoals de gangsta rap. Het is een rage die wordt gevoed met de beelden van dode kinderen.

De meeste jongeren, die worden aangetrokken door het jihadistische gedachtegoed, zouden zelf nooit terroristen worden, net zo min als de meeste jongeren die naar gangsta rap luisteren zelf het soort lugubere misdaden zouden plegen waartoe de teksten lijken op te roepen. Maar onder veel moslimjongeren, vooral in Europa, is jihad een ‘coole’ manier om uiting te geven aan hun ontevredenheid over een machtselite, of die nu werkelijk bestaat of niet, en of die macht nu in handen is van totalitaire monarchen of van liberale parlementariërs. En we mogen er niet van uitgaan dat jihad ‘slechts’ een probleem is van het Midden-Oosten of Europa. Ook in Amerika wint het idee aan aanhang.

Jihad is uitgegroeid tot een chiliastische beweging met een massale aantrekkingskracht, die in veel opzichten te vergelijken is met eerdere mondiale bewegingen als die van de anarchisten in de 19de eeuw, of zelfs die van de vredesactivisten van de jaren zestig en zeventig.

Maar de radicale jongeren van vandaag de dag uiten hun ontevredenheid met de status quo niet door het bedrijven van de liefde, maar door het voeren van oorlog. Zij worden eerder verleid door Thanatos (de god van de dood) dan door Eros (de god van de liefde).

Pasgetrouwde jongeren die jihad-aanhangers zijn, brengen hun huwelijksnacht door met het kijken naar de gruwelijke hedendaagse pornografie van het onthoofden van gegijzelde buitenlanders in Irak. Kinderen filmen elkaar terwijl ze deze onthoofdingen naspelen, volgens het geijkte scenario van de goeden die de slechteriken doden om de wereld te redden.

Er schuilt een zekere aantrekkingskracht in het slachtofferschap: als ik het slachtoffer ben van de slechte daden van iemand anders, heb ik een excuus om niet aan de verwachtingen – die van mijzelf of die van anderen – te hoeven voldoen. Er schuilt een zekere aantrekkingskracht in gerechtvaardigde verontwaardiging. En er schuilt een zekere aantrekkingskracht in het wreken van het onrecht dat de zwakken door de sterken wordt aangedaan.

Het verhaal zal verleidelijker zijn als er makkelijke antwoorden mogelijk lijken op lastige morele vraagstukken, als goed en kwaad eenvoudig uit elkaar kunnen worden gehouden, als daders en slachtoffers duidelijk herkenbaar zijn, en als zij nooit van plaats verwisselen, wat in de echte wereld natuurlijk dikwijls het geval is.

Het Westen speelt de terroristische ideologen soms rechtstreeks in de kaart. Hun succes is niet alleen afhankelijk van het verhaal dat ze vertellen, maar ook van de mogelijkheid om dat verhaal met feiten te illustreren, of althans met beelden die feiten lijken te zijn. Irak brengt helaas veel van de beelden voort waaraan de terroristen behoefte hebben. Qana is voor hen een bonus.

Om deze oorlog te kunnen winnen, moet Amerika begrijpen dat we tegen een idee vechten en niet tegen een staat. Militaire actie, minimaal zichtbaar en zorgvuldig gepland en uitgevoerd, kan noodzakelijk zijn om de veldslagen van vandaag te winnen.

Maar de middelen die we nodig hebben om de oorlog op de langere termijn te winnen, zijn geen bommen of martelkamers, maar ideeën en verhalen die de terroristische verhalen ondermijnen en de aantrekkingskracht van jihad op potentiële rekruten ondermijnen.

Jessica Stern doceert terrorisme aan de Universiteit van Harvard en is auteur van ‘Terror in the Name of God: Why Religious Militants Kill.’ © International Herald Tribune