Inflatie blijft zeer laag in juli

Goedkopere overheidsdiensten en consumptiegebonden belastingen, waarvan vooral de belasting op auto’s, hebben de inflatie afgelopen maand extra laag gehouden.

Dat blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De inflatie kwam uit op 1,3 procent, en bleef daarmee even laag als vorige maand. Als belastingen en diensten van de overheid, die gemiddeld met 14 procent daalden, niet worden meegerekend, dan zou de zogenoemde ‘afgeleide’ inflatie 1,7 procent hebben bedragen.

Van grote invloed is de belasting op auto’s. Op energiezuinige auto’s wordt minder belasting geheven, terwijl de belasting op auto’s die veel energie gebruiken juist verhoogd is. Netto had dit een verlagend effect. De overheid oefent al vanaf het begin van dit jaar een neerwaartse druk uit op het gemiddelde prijspeil. Doorgaans trekken de sterker stijgende prijzen van overheidsdiensten en consumptiegebonden belastingen het inflatiecijfer juist extra omhoog. Zo zorgde de overheid in 2001 voor 1,1 procentpunt extra inflatie, in 2002 voor 0,1 procentpunt, in 2003 voor 0,2 procentpunt, in 2004 voor 0,3 procentpunt en vorig jaar voor eveneens 0,3 procentpunt inflatie.

Neerwaartse druk werd ook uitgeoefend door de prijs van kleding, die licht daalde. Dat geldt ook voor communicatie, computers en software.

Prijsopdrijvend waren de huren, die met 2,8 procent stegen op jaarbasis. Ook verse groenten en energie stegen in prijs.

Berekend volgens de eenvormige Europese methode had Nederland in juli een inflatie van 1,8 procent. Dat is hetzelfde als in juni. Ons land is binnen de eurozone een van de landen met de laagste inflatie. Ook Oostenrijk, met 1,8 procent, kent een lage inflatie en het cijfer in Finland is met 1,5 procent nog lager. Spanje heeft, met 4 procent, juist de grootste prijsstijgingen.