‘Het gaat om het wow!-gevoel’

Cornelis de Bondt gebruikte een oude hofdans voor een reeks moderne composities. Vrijdag speelt het Jeugdorkest Nederland de première van Quene Note - Double .

Aan de Europese hoven was het in de vijftiende eeuw een populaire, statige dans. „Maar het unieke aan de ‘basse danse’ is vooral dat de muzikale vorm niet vastligt”, vertelt componist Cornelis de Bondt (1953) in zijn zonnige Haagse achtertuin. „Er is wel een aantal vaste danspassen: de ‘passe simple’, ‘passe double’, enzovoorts. Maar het aantal passen dat je in de basse danse gebruikt, en hun volgorde, is vrij.”

Op internet vond De Bondt een aantal basismelodieën (‘cantus firmi’) van basses danses, gedigitaliseerd en wel. Gefundenes Fressen voor een componist die altijd historische modellen gebruikt, en de computer als standaardgereedschap beschouwt.

Al in eerder werk, zoals de cyclus Het gebroken oor (1983-96), gebruikte De Bondt materiaal van illustere voorgangers (Bach, Schönberg, Stravinsky), om het met hulp van de computer tot onmiskenbaar eigen muziek te transformeren. Zelf spreekt hij over de ‘legosteentjes’ van andere componisten, waamee hij zijn eigen composities bouwt. Nu waren nog oudere, anonieme voorbeelden onderwerp van De Bondts ontleding en creatieve hersynthese.

De basismelodie van het oorspronkelijke Quene note (De Bondt weet overigens niet zeker of dat wel echt een basse danse is), bepaalt bijvoorbeeld – tot extreme lengte opgerekt – het modulatieplan van de nieuwe compositie. Op vergelijkbare wijze stond het ritme van de basismelodie model voor de duurverhoudingen op grotere schaal.

Op zich niets nieuws, vertelt De Bondt: „Guillaume de Machaut maakte in de veertiende eeuw al gebruik van een cantus firmus waar hij losse ritmische en toonhoogtereeks uithaalde. Ik werk het met de computer alleen wat meer uit, rek het nog verder op en gebruik de verhoudingen in meer lagen tegelijk, maar het principe is hetzelfde.”

Hard en energiek, dat waren de kenmerken van wat lang de ‘Haagse School’ in het Nederlandse componeren werd genoemd. De Bondt was er één van de vertegenwoordigers van, samen met bijvoorbeeld zijn oud-leraar Louis Andriessen. De partituur van Quene Note - Double ziet er nog onverminderd luid en druk uit, met lange koperakkoorden en een doorgaande pulsbeweging in de strijkers. Hebben de jonge spelers van Jeugdorkest Nederland wel genoeg power om een De Bondt-klank te realiseren?

„Dat wordt natuurlijk de vraag. Op zich is dat ‘harde’ maar de buitenkant, die voor mij slechts gevolg is van de veel interessantere binnenkant. Ik heb liever musici die enthousiast zijn en er energie instoppen dan iemand die waanzinnig kan spelen maar het eigenlijk als een kantoorbaantje ziet. Daar gaat muziek niet over; het gaat juist over die passie. Ik herinner me uitvoeringen waarbij ik dacht: ‘wow!’ Maar als je die later terughoort, blijkt er veel mis te zijn gegaan. En toch gebeurt er in die zaal kennelijk iets. Díe energie interesseert me, veel meer dan of het allemaal wel precies klopt.”

Jeugdorkest Nederland o.l.v. Jurjen Hempel. Werken van Strauss, De Bondt en Mahler. 4/8 Wageningen, 5/8 Apeldoorn, 6/8 Veere, 8/8 Berlijn (D), 11/8 Lengerich (D), 13/8 Amsterdam. Info: www.jeugdorkest.nl.