‘Hele Libanese samenleving steunt Hezbollah’

Libanon wordt verwoest, maar Hezbollah komt sterker uit de strijd te voorschijn, zegt Hezbollah-woordvoerder Moussawi. Het was ook niet Hezbollah dat deze crisis provoceerde.

Even over half twee vannacht werden de zuidelijke buitenwijken van Beiroet, waar Hezbollah haar hoofdkwartier heeft, opnieuw zwaar gebombardeerd. Onbemande Israëlische verkenningsvliegtuigjes cirkelden gisteren al boven de wijken, waar hoofdzakelijk arme shi’ieten wonen en die eerder al tot een maanlandschap waren gereduceerd.

Gewapende Hezbollahstrijders bewaken Haret Hreik en Bir Abed, de wijken waar de verwoeste woning van de geestelijk leider van Hezbollah, Mohammed Fadlallah, en het nog nasmeulende hoofdkwartier staan. Veel omliggende flatgebouwen zijn opengereten als kartonnen dozen of ineengeklapt als een kaartenhuis.

Maar volgens de woordvoerder van de radicale shi’itische Hezbollah (Partij van God), Ibrahim al-Moussawi, is de partij allerminst verzwakt door al die aanvallen. Moussawi: „Als Israëls doel de verwoesting van Libanon is, dan is het zeker goed geslaagd, maar als het de bedoeling is om Hezbollah te verzwakken of onze wil te breken, dan heeft het niets bereikt. Kijk maar naar de jongste aanvallen. En wat onze aanhang betreft en onze wil om ons te verzetten bereiken ze hiermee juist het tegenovergestelde. We staan nu sterker en hebben de steun van de hele Libanese samenleving.”

Deze crisis is niet het werk van Hezbollah, aldus Moussawi. „De crisis begon niet met een ‘niet-geprovoceerde agressie’ van onze strijders op 12 juli, zoals het door Israël en in het Westen wordt voorgesteld. Die operatie moet worden gezien in het kader van de laatste in 2004 uitgevoerde uitwisseling van gevangenen. Drie Libanezen die al meer dan 28 jaar in Israëlische gevangenissen zitten zouden toen vrijkomen, maar het Israëlische kabinet besliste daar anders over. Sindsdien heeft Hassan Nasrallah gezworen Israëlische soldaten te doden of te grijpen om hen te dwingen de eerder gedane beloftes na te komen en onze mensen vrij te krijgen. Dat mislukte tot die keer op 12 juli. Nasrallah heeft toen onmiddellijk gezegd indirecte onderhandelingen te willen over de vrijlating van onze gevangenen. Maar Israël stuurde als antwoord zijn F16’s en is gaan bombarderen. Wij hebben toen gereageerd met een raketaanval om duidelijk te maken dat zij niet straffeloos de hele infrastructuur konden vernielen.”

Hebben jullie de reactie van Israël niet onderschat?

„Iedereen in Libanon is verrast door de Israëlische reactie op het gevangennemen van twee soldaten: dat is geen reden voor de verwoesting van het hele land.”

Wat doen jullie als de Libanese regering onder toenemende internationale druk komt te staan om Hezbollah te ontwapenen?

„Voor ons is dit onaanvaardbare inmenging in de interne Libanese politiek. Het is niet aan de VN, de VS of aan Israël om te bepalen wat hier moet gebeuren en hoe wij ons land mogen verdedigen. In de officiële regeringsverklaringen staat dat premier Fouad Siniora het werk van het verzet als legitiem heeft erkend en hij heeft op basis daarvan het vertrouwen van het parlement gekregen. Zo gaat dat in een democratie. De ontwapening van het verzet is een politieke kwestie die alleen de Libanese partijen onderling zullen regelen.”

In het Westen wordt dit gezien als een bewijs van de zwakte van de Libanese regering en de staat.

„Als onze regering zo zwak is en niet in staat om het territorium te controleren, dan is dat in eerste instantie het werk van Israël, dat continu de soevereiniteit van Libanon verkracht. Wij willen een staakt-het-vuren, onmiddellijk en onvoorwaardelijk, maar gekoppeld aan een gevangenenruil. Dan kunnen we over alle andere aspecten praten.”