‘Grootste milieuschade ooit  in Libanon’

Het milieu in en rond Libanon lijdt onder de oorlog.

Gelekte olie kan niet opgeruimd worden zolang Israël de toegang tot zee blokkeert.

Waarom zou je je druk maken over olievervuiling, bosbranden en bodemverontreiniging met chemische stoffen „als mensen sterven, anderen op de vlucht zijn en hun huizen en fabrieken in brand staan”? In The New York Times relativeerde Mounir Abou Ghamen, directeur van de Libanese organisatie voor de ontwikkeling en conservering van bossen, deze week zijn werk.

De oorlog in Libanon veroorzaakt volgens het Libanese ministerie van Milieu grote schade aan het milieu, ook al is dat niet de eerste zorg van de autoriteiten. Op 13 en 15 juli bombardeerde de Israëlische luchtmacht de elektriciteitscentrale van Jiyyeh, dertig kilometer ten zuiden van Beiroet, en de zes olieopslagtanks naast de centrale. Zeker 10.000 ton, maar waarschijnlijk eerder 35.000, ruwe olie stroomde de Middellandse Zee in. Een van de tanks vloog in brand – en brandt nog steeds. Een andere bleef heel, maar dreigt alsnog te ontploffen. Ook een Israëlisch marineschip, dat op 15 juli werd getroffen door een raket van Hezbollah, heeft de zee vervuild met enkele tonnen dieselolie.

„We hebben in de Libanese geschiedenis nog nooit zo’n enorme olievervuiling meegemaakt”, zei minister van Milieu Yacoub al-Sarraf tegen het persbureau Reuters. „We hebben materieel om kleine hoeveelheden olie te bestrijden. We hebben het wel eens gebruikt om vijftig ton olie op te ruimen. Maar voor deze vervuiling hebben we een complete armada nodig.”

De olie is de afgelopen weken door de noordoostelijke wind deels naar het noorden gestroomd en heeft de kust tussen Beiroet en Tripoli vervuild. De taaie zwarte smurrie over een strook van tachtig kilometer vormt op dit moment een direct gevaar voor de zeeschildpadden, waaronder de met uitsterven bedreigde groene schildpad. In deze weken komen de eieren uit en de jongen moeten dan zo snel mogelijk naar de diepe zee, maar de olie vormt een moeilijk te nemen barricade. Ook de tonijn, die het door overbevissing toch af moeilijk heeft en die juist in deze tijd naar het oosten van de Middellandse Zee trekt, is in direct gevaar. Evenals sommige haaiensoorten. Veel vogelsoorten lijken aan het drama te ontsnappen, omdat het trekseizoen voorbij is.

„Om alle vervuiling op te ruimen, moeten we toegang hebben tot de zee. En die hebben we nu niet”, aldus minister Sarraf, met een verwijzing naar de voortdurende bombardementen en de blokkade van aanvoerroutes naar Libanon door Israëlische schepen. Koeweit heeft bestrijdingsmaterieel toegezegd, maar het is tot nu toe niet gelukt om dat het land binnen te krijgen.

Volgens bosconservator Mounir Abou Ghamen zal de olievervuiling op termijn worden opgeruimd, maar is de schade aan de bossen onherstelbaar. „Israël heeft vliegtuigen om bosbranden te bestrijden. Maar in Libanon worden dergelijke branden niet geblust, en vaak zelfs niet eens opgemerkt.”

Libanon – dat de milieuschade nu al beraamt op 130 miljoen dollar – heeft UNEP, de milieuorganisatie van de Verenigde Naties, om hulp gevraagd. „We delen de zorgen van de Libanese regering over de gevolgen voor kustplaatsen waar zich een milieudrama voltrekt dat snel een dimensie krijgt die het hele land, de hele regio raakt”, aldus UNEP-directeur Achim Steiner in een reactie. Hij herinnerde eraan dat veel mensen in het toerisme en in de visserij voor hun levensonderhoud afhankelijk zijn van de kwaliteit van het zeewater. „Als de strijd voorbij is, moeten we zo snel mogelijk de zwaarst vervuilde plekken in rivieren, in de zee en op het land aanwijzen.” De UNEP-afdeling Post Conflict Assessment Branch, die eerder ook op de Balkan, in Afghanistan en in Irak actief was, staat al klaar.

Meer informatie via het Libanese ministerie van Milieu: www.moe.gov.lb