‘Gezond boeren moet als we willen overleven’

In het oerwoud van Peru verbouwen steeds meer boeren koffie op een ecologisch verantwoorde manier. De vraag naar deze duurdere koffie neemt toe. „Mensen zijn bereid meer te betalen.”

De koffieplantage van Maria Justina Llatas Munoza oogt zeker van een afstandje meer als een oerwoud dan als een regulier landbouwterrein. De planten met de rijprode bonen zijn amper zichtbaar tussen de weelderige bomen en uitbundige struiken. Er groeien ook sinaasappels, overal fluiten vogels en onder sommige bladeren zitten dikke rupsen die een blote mensenarm achteloos gemeen in brand zetten.

De plantage is een wildernis en dat is ook precies de bedoeling. Llatas Munoza behoort tot de groeiende groep boeren die hier in het noordoosten van Peru op een ecologisch verantwoorde manier boeren. In plaats van het platbranden van het oerwoud zoeken ze een manier om letterlijk temidden van de natuur hun producten te verbouwen. „Bomen kappen was vroeger heel gewoon”, zegt ze. „Het beschermen van het milieu kwam niet in je op. Nu zijn we een stuk voorzichtiger geworden.”

Alternatief boeren is in de mode in Peru. „Als wij hier willen overleven, is het belangrijk om gezond te boeren”, vertelt haar buurman Mauro Fernandez Tarijo. Hij zit onder een rieten afdakje lachend op een fiets waarmee hij trappend via een vernuftige constructie een molen bedient die de koffiebonen pelt. „Ik gebruik geen chemische bestrijdingsmiddelen meer. Want uiteindelijk sterven niet alleen het onkruid en de insecten maar gaat ook de mens dood door het gif.”

Het is een commerciële landbouwclub, maar de oprichter van de organisatie voor milieuverantwoorde boeren Pronatur – de Peruaan van Zwitserse afkomst Jan Bernhard – zegt dat zijn vereniging iets heeft van een „genootschap met strikte reglementen”. De leden zijn boeren die het licht hebben gezien. „Landbouwers in dit soort oerwoudgebieden zijn gewoonweg vergeten hoe ze in harmonie met de omgeving hun producten kunnen verbouwen. We hebben ze weer moeten leren dat ze geen bos moeten vernietigen en verantwoord moeten omspringen met het schaarse water.”

Wereldwijd zijn er circa 25 miljoen koffieverbouwers. En ook al gaat het nog om een fractie, een groeiend aantal boeren in landen van Mexico tot Brazilië probeert het product op een schone manier te produceren. Pronatur begon in 1992 met 175 leden en het afgelopen jaar was dat aantal gestegen tot 1.270. „Veel leden verbouwden cocaplanten. Maar door onze benadering en de wetenschap dat ze met ecologische koffie ook een goede boterham kunnen verdienen, zijn ze overgegaan tot de verbouw van koffie”, aldus Bernhard.

De betere prijs ontvangen ze na de certificering van hun koffie. Het zogeheten groene ecolabel krijgen ze van de Rainforest Alliance, een wereldwijd actieve non-gouvernementele organisatie die erop toeziet dat bijvoorbeeld houtkap of toerisme in tropische gebieden gebeurt op een wijze die het milieu zo min mogelijk schaadt. Voor de koffieplantages betekent de certificering dat niet alleen aan milieuvoorschriften moet worden voldaan maar dat ze ook hun werknemers op een fatsoenlijke manier behandelen.

In een loods net buiten de stad Moyobamba is het een komen en gaan van boeren die in het oogstseizoen hun producten komen verkopen. Met zwaarbepakte ezeltjes zijn ze van ver de steile heuvels afgedaald. De bonen worden zorgvuldig bekeken en gecontroleerd op onder meer vochtigheidsgraad. Na weging krijgen de boeren via een cheque uitbetaald.

De normale marktprijs voor een zak van 56 kilo is ongeveer 58 dollar. Maar dankzij de speciale overeenkomst die Rainforest Alliance heeft afgesloten met de uiteindelijke afnemers, krijgen de leden van de boerencoöperatie circa 75 dollar per zak. In het kantoortje van de loods staan de pakken koffie die uiteindelijk gevuld met Peruaanse bonen in Europese supermarkten hun klanten vinden. Er staan twee merken van Simon Lévelt-koffie, „via kleinschalige en ambachtelijke productie vervaardigd”.

Zorgen dat de koffieboer overleeft, loont in alle opzichtend de moeite is de filosofie van Rainforest Alliance. Meer dan de helft van de koffie in de wereld komt van plantagehouders die minder dan één hectare grond bezitten. En de totale hoeveelheid grond waarop koffie wordt verbouwd, is zo’n twaalf miljoen hectare, bijna drie keer de omvang van Nederland.

En ook al bedraagt de duurdere gecertificeerde koffie nog steeds slechts een paar procent van de totale markt, de vraag naar verantwoord verbouwde koffiebonen stijgt. „Er zijn steeds meer koffiebranders die gecertificeerde koffie willen kopen en bereid zijn 10 tot 15 procent meer te betalen. Een reden is dat producenten en consumenten willen weten waar het product vandaan komt. Mensen zijn bereid meer te betalen als ze weten dat ze daardoor uiteindelijk bijdragen aan een betere wereld”, zegt Ria Stout, manager bij Rainforest Alliance.

Het voedselbedrijf Kraft, na Nestlé het grootste ter wereld, koopt sinds drie jaar heel bewust gecertificeerde koffie in. De hoeveelheid is ieder jaar verdubbeld en bedraagt nu zo’n 10.000 ton koffie per jaar, zegt Annemieke Wijn van Kraft. In Nederland is de koffie onder meer te koop onder het merk Koffie Hag.

„Wetgeving bepaalt steeds vaker dat een producent de omstandigheden moet kennen waaronder raw materials worden geproduceerd. Producten moeten zijn geteeld onder sociaal en milieuverantwoorde omstandigheden. De kwaliteit moet in orde zijn en dat kan niet als de boer er haast niets aan verdient”, aldus Wijn.