Eerst aangemoedigd en nu verboden

De Raad van State sprak gisteren een hogeschool vrij in de affaire van de hbo-fraude, hoewel de school niet onschuldig is. Het wordt voor het ministerie van OCW steeds moeilijker geld terug te krijgen.

Was het dan allemaal een misverstand? „Nu staat vast”, zegt bestuurder Klaas-Wybo van der Hoek van de Christelijke Hogeschool Nederland, „dat wij naar eer en geweten de wet hebben toegepast.” In een later verzonden persbericht schrijft de school: „Aan een lange tijd van onzekerheid en het beeld van een frauderende hogeschool komt nu een einde.”

De Christelijke Hogeschool Nederland hoeft een bedrag van 830.000 euro niet terug te betalen aan het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap (OCW). De Raad van State oordeelde gisteren dat een claim van het ministerie onterecht is. Het is voor het eerst dat de Raad van State een uitspraak deed over de affaire die de hbo-fraude is gaan heten.

De CHN had contracten gesloten met een Russische en een Indonesische universiteit om een paar honderd studenten Nederlands hotelonderwijs aan te bieden. In totaal kreeg de school daar tot 2003 bijna 830.000 euro voor. Voor het grootste deel was de hotelschool-constructie van de CHN inderdaad niet toegestaan, aldus de Raad van State gisteren. Geld innen voor studenten die niet of nauwelijks in Nederland verblijven, mag niet. Maar omdat de claim van Rutte geen onderscheid maakt tussen verschillende constructies, is die onrechtmatig.

De uitspraak is een opsteker voor het onderwijs: 36 instellingen zijn nog in een juridische strijd met het ministerie van Onderwijs verwikkeld om in totaal tientallen miljoenen euro’s terug te betalen. De zaak tegen de CHN zien de instellingen als een proefproces. Veel scholen voeren processen om soortgelijke zaken als de CHN. Nu de Raad van State de claim heeft afgewezen, kan de grond onder talloze andere claims verdwijnen, zo is de verwachting. Eerder al had de rechtbank in Leeuwarden de CHN in het gelijk gesteld, maar het ministerie nam daar geen genoegen mee.

De CHN mag dan het gevoel hebben gerehabiliteerd te zijn, uit de uitspraak van de Raad van State blijkt dat zeker niet. De Raad van State interpreteert de Wet op het hoger onderwijs anders dan de door de overheid ingestelde commissie-Schutte vorig jaar: de contracten met de Russische studenten waren wél toegestaan en die met de Indonesische studenten níét. Maar dat neemt niet weg dat het grootste deel van de subsidie inderdaad ten onrechte is gegeven.

De CHN-kwestie is tekenend voor de manier waarop inmiddels vijf bewindslieden het fraudedossier hebben afgehandeld. Het is meestal ontzettend moeilijk, en vaak onmogelijk, om ten onrechte gegeven subsidiegeld terug te innen. En dat ondanks de belofte dat „iedere cent” (aldus voormalig staatssecretaris Rutte) aan te veel betaalde subsidie teruggegeven zou worden aan de belastingbetaler.

Maar tot nu toe is nog maar 29 van de 108 miljoen euro teruggestort. Dit bedrag is volgens OCW misbruikt voor talloze constructies die niet toegestaan zijn. Meestal ging het, zoals bij de CHN, om buitenlandse studenten die aan Nederlandse instellingen werden ingeschreven, maar niet of nauwelijks onderwijs in Nederland volgden. De Hogeschool Zeeland bijvoorbeeld heeft volgens de commissie-Schutte voor miljoenen subsidie aangevraagd voor een paar duizend Duitse en Spaanse studenten. Ze volgden nauwelijks onderwijs in Nederland. Of neem de Hogeschool van Amsterdam, die 25 miljoen euro moet terugbetalen. Die vroeg, onder meer, met succes subsidie aan voor 529 studenten die studeerden in Estland, Moldavië en Oekraïne.

Scholen die de claim van OCW aanvechten, hebben doorgaans een sterke zaak. De Wet op het hoger onderwijs is op belangrijke punten vaag. Er is maar weinig expliciet verboden, meestal komt het aan op de interpretatie van de regels. Daarbij: de overheid heeft, onder invloed van de politieke mode van vrijheid voor scholen, jarenlang juist creatief gebruik van regels aangemoedigd. Buitenlandse studenten opleiden bijvoorbeeld past in de door de overheid aangemoedigde internationalisering van het onderwijs. Ander voorbeeld: een mbo-school kreeg subsidie voor een project waarin kansarme jongeren bijles kregen. Fraude, oordeelde Schutte. Maar geld terugvragen werd lastig, omdat toenmalig minister Hermans (VVD) de school er juist een prijs voor had uitgereikt.

Eén harde zaak had het ministerie. Maar ook die is mislukt. Uit onderzoek in 2002 bleek dat Saxion IJselland in Deventer de handtekeningen van 52 buitenlandse studenten had vervalst. Het ging om ‘spookstudenten’, omdat ze er helemaal niet studeerden. Het openbaar ministerie wachtte echter zo lang met het aanspannen van een rechtszaak tegen de school dat de rechter het OM eerder dit jaar niet-ontvankelijk verklaarde.

De vorig maand benoemde staatssecretaris Bruno Bruins (VVD), de opvolger van Rutte, overweegt de procedure tegen de CHN opnieuw te starten. Maar vooral zal hij energie steken in een reparatiewet die creatief gebruik van de regels in de toekomst onmogelijk moet maken. Kern van de wet zal zijn dat voortaan geen subsidie meer gegeven wordt aan buitenlandse studenten die geen voet in Nederland zetten.