Een paar gekken hielpen dorp erbovenop

Het Friese Koudum heeft als eerste Nederlandse dorp de Europese dorpsvernieuwingsprijs gewonnen. Twintig jaar geleden was het dorp op sterven na dood, nu bruist het weer. Vooral dankzij particulier initiatief.

Het dorp Koudum in Zuidwest-Friesland zat twintig jaar fiks in de versukkeling, vertelt ondernemer Gerben Zwerver (42). „Het inwoneraantal en het aantal arbeidsplaatsen liepen terug, er was leegstand en voorzieningen verdwenen.” Zelfs het station Koudum/Molkwerum op de spoorlijn Leeuwarden-Stavoren stond op de nominatie geschrapt te worden. Beeldhouwster en dorpsbewoner Herma Bovenkerk verruilde in de jaren tachtig Amsterdam voor „de lucht, de ruimte en het water van Friesland” en streek in Koudum neer. „Een somber dorp was het, zonder eigen identiteit.”

Koudum (toen 2.500 inwoners) was de voormalige hoofdplaats van gemeente Hemelumer Oldefurd. Na de herindeling in 1984 verloor het dorp zijn bestuursfunctie en dit beïnvloedde ook het economische, sociale en culturele klimaat negatief. Het dorp leek ten dode opgeschreven.

Een aantal inwoners stak echter de koppen bij elkaar en richtte de Stichting Trochgean (Fries voor ‘doorgaan’) op. Onder hen de geboren en getogen Koudumer Zwerver. Het doel: Koudum weer leefbaar maken en het een aantrekkelijk centrumdorp voor de Zuid-West-Hoek maken.

Eind jaren tachtig kocht de stichting agrarische grond op aan de rand van het dorp voor woningbouw. Vijf stichtingsleden stelden zich elk voor 80.000 gulden garant. „Een gewaagde stap ja, want we namen een financieel risico”, blikt Zwerver terug. „Maar we geloofden ergens in. Dit moesten we voor het dorp over hebben.” Later werd de bouwrijp gemaakte grond verkocht aan een projectontwikkelaar. In 1994 werden er 135 nieuwe woningen in dit Morra Plan gebouwd. „15 procent meer woningen betekent 15 procent meer omzet voor de plaatselijke middenstand”, vertelt Zwerver.

Het geld – hoeveel wil Zwerver niet zeggen – bleef in kas bij de stichting. De rente werd gestoken in kleine concrete zaken, zoals een nieuwe geluidsinstallatie voor de plaatselijke voetbalclub. Maar de stichting zette meer in gang. Men stak geld in het behoud van het Bogermancollege, de school voor voortgezet onderwijs die wegbezuinigd dreigde te worden. Zwerver: „We hebben als stichting het gat gevuld voor een nieuw schoolgebouw.” Dat kreeg onderdak in een multifunctioneel centrum waar ook de bibliotheek, de lokale omroep, jeugdsoos en muziekschool in werden gevestigd. De provincie Friesland droeg hier 825.000 euro aan bij.

Begin jaren negentig ontstond het plan om met de ondernemersvereniging het centrum aan te pakken. Verder bleef de thuiszorg voor Koudum (nu 2.750 inwoners) behouden, net als de politie, ambulancepost en de brandweer, die samen in één gebouw zitten. Zwerver noemt Stichting Trochgean een aanjager. Samenwerking noemt hij belangrijk. „We zitten als gelijkwaardige partners met provincie- en gemeenteambtenaren om de tafel en praten met Dorpsbelang, ondernemers, de woningcorporatie en vrijwilligers.”

Onlangs werd 45.000 euro gestoken in een Stimuleringsfonds Centrumplan Koudum, waarbij bewoners van panden in het centrum subsidie kunnen krijgen voor een gevelrenovatie en verbouwing. Ook de gemeente en de provincie stelden hiervoor geld beschikbaar, net als de Europese Unie. „We hebben nu 25 aanvragen”, licht Zwerver toe. Twee oude, leegstaande winkelpanden rond de kerk worden gesloopt. Het plan is om er atelierwoningen te bouwen. Met stichtingsgeld werd vorig jaar in het dorpscentrum een pand opgekocht waar sinds enkele maanden een lunchroom zit. „Daar is een aparte BV voor opgericht, waarvan de stichtingsleden aandeelhouder zijn.” Twee jonge vrouwen runnen de zaak, die „loopt als een trein”, aldus Zwerver.

De Koudumer aanpak spreekt ook internationaal tot de verbeelding. Arge, de Europese organisatie voor plattelandsontwikkeling, kende het dorp de Europese dorpsvernieuwingsprijs toe. Aan de wedstrijd deden 30 dorpen mee. Het thema was ‘verandering als kans’. De jury roemde vooral het lef waarmee burgers zelf de handen uit de mouwen staken. „Moed werd beloond”, oordeelde de jury.

De Koudumer aanpak is te kopiëren, denkt Zwerver, die al presentaties gaf aan vertegenwoordigers van Appingedam en Kollumerzwaag. „Voorwaarde is wel dat je een paar gekken moet hebben die tijd en geld in de gemeenschap willen steken. Daar schrikken mensen soms van. Ik druk ze op het hart om niet alles van de gemeente te verwachten.” Zelf is hij er 25 uur per week mee zoet, naast een fulltime baan als ondernemer. De afhankelijkheid van personen is een kwetsbaar punt, geeft hij toe. „Je zou eigenlijk vervangers moeten hebben. Als de stichting uiteenvalt, moeten er opvolgers zijn, anders kunnen projecten stagneren.”

In een oude, verpauperde discotheek in het kleine Koudumer centrum opende Herma Bovenkerk drie jaar geleden haar beeldhouwcentrum, dat bestaat uit een atelier, een winkel en een lesruimte. „Het geeft levendigheid in de dorpskern en is een leuke trekker voor de toeristen”, vindt Zwerver. In het dorp staan tientallen beelden van haar leerlingen op sokkels. Bovenkerk: „Dan vragen mensen: kan dat? Ja, dat kan hier, antwoord ik dan. Vernield wordt er niet of nauwelijks. De sociale controle is groot.”

De dorpsjeugd komt bij haar beeldhouwen en jongeren uit de popbunker treden op bij openingen. Bovenkerk wil van Koudum een echt kunstenaarsdorp maken. „We hebben nu al een kunstroute.” Dorpelingen vragen haar geregeld of er een beeld bij hen in de tuin mag staan. „Zo blij zijn ze dat het dorp in de vaart der volkeren is opgestoten.”