Een jongen smeet stronken witlof naar de cameraman van SBS6

Het zou ook een nachtmerrie kunnen zijn. Ik stond in een hok in de dierentuin, in de regen, terwijl drieduizend volwassenen en kinderen ‘LANG ZAL ZE LEVEN! LANG ZAL ZE LEVEN!’ tegen me schreeuwden.

Maar het was echt. Gisteren was ik bij de eerste verjaardag van Yindee, het glamourolifantje van Artis. Ik was gegaan omdat de pers in het olifantenverblijf mocht. Ik wilde wel eens weten hoe het was om een glamourolifant te zijn en in dat hok te staan, terwijl heel Amsterdam naar me keek. Nou, niet glamourous.

Ik was niet de enige in het olifantenhok, er waren ook een stuk of tien kinderen. Ze hadden kunstwerken voor Yindee gemaakt en daarom mochten ze in haar hok. De kunst was indrukwekkend. Er was veel met mixed media gewerkt (wasco met koriander). Eén kind had alle bollen wol van zijn moeder aan elkaar geknoopt en een enorme macraméketting voor Yindee gemaakt. Of Yindee de ketting om mocht, vroeg de moeder. „Nee”, zei de dierenoppasser. Yindee zou de hele ketting opeten en dan sterven aan wol.

De kinderen gingen een taart voor Yindee bouwen. Ongeveer zevenhonderd kilo appels, kolen, watermeloenen, pinda’s en bruine broden waren aangesleept en de kinderen mochten die op een grote berg smijten. Ze begonnen voorzichtig, met af en toe een pinda, maar al gauw pakte een kleuter een heel krat appels en keilde dat richting de taartberg. Een andere jongen smeet stronken witlof naar de cameraman van SBS6. „Nee, alleen pinda’s naar mij gooien”, riep de cameraman.

Het gooien met etenswaren duurde vrij lang en de kinderen keken er serieus bij. De kinderen die niet in het hok mochten, brulden verjaardagsliederen. Eindelijk diende Yindee zich aan, met veel mediageniek getoeter. Ze wierp zich op de bruine broden. De rest van de taart interesseerde haar niet.

Een schijnbaar ouderloos jongetje kwam op mij af en begon tegen me te praten. „Ik heb helemaal geen tekening gemaakt”, zei hij. „Ik heb gewoon zo’n Artis-T-shirt gekocht, en toen dachten ze dat ik ook een winnaar was. En toen mocht ik ook in het hok.” Hij keek me doordringend aan. „Wat grappig van jou”, zei ik. Ik schreef op wat hij had gezegd, en daar was hij duidelijk tevreden over. Hij wilde nog één ding kwijt. „Het is ook slim van me.”