De redding van de ziel in een inktzwarte komedie

Voorstelling: Het Eenzame Westen van Martin McDonagh, door Theatergroep Suburbia.Regie: Albert Lubbers. Gezien: 2/8 Stadslandgoed De Kemphaan, Almere. Daar t/m 3/9. Inl: 036-8448148 en www.theatergroepsuburbia.nl.

Ze bestáán, van die dorpen waar fatsoenlijke lieden niets te zoeken hebben. Leenane is zo’n dorp. Het ligt aan de westkust van Ierland, tenminste, in de verbeelding van de Brits-Ierse toneelschrijver Martin McDonagh.

Zijn stuk Het Eenzame Westen wordt in Almere opgevoerd en daar, voor een tentenkampje in een eenzaam bos, geeft een plaatsnaambord het Ierse rotdorp aan. Heiligenbeelden boven de bar van de foyer-tent verwijzen naar het katholicisme van de inwoners en zelfs de rondgedeelde worstebroodjes komen in de voorstelling terug: in Leenane zijn ze favoriet na elke begrafenis.

En er wòrden nogal wat mensen begraven in dit duistere drama. En nooit zijn de doden op een kalme manier heengegaan. Ze werden afgeslacht, of ze doodden zichzelf. In de eerste scène hebben de broers Valene en Coleman Connor zojuist hun vader begraven. „Een tragisch ongeval”, beweren zij. Maar wij weten wel beter: de broertjes zijn schuldig aan moord.

Het Eenzame Westen, sluitstuk van McDonaghs in de jaren negentig geschreven Leenane Trilogie, is beslist geen thriller. De daders worden al snel bekendgemaakt en in de plaats van suspense is een ander soort spanning gekomen. Die van de zwarte komedie. De eerste wet van dat genre luidt: alles moet steeds erger worden. En de tweede wet luidt: het publiek moet steeds harder gaan lachen.

Met zijn Almeerse gezelschap Suburbia heeft regisseur Albert Lubbers de smaak van het genre goed te pakken. In een grote tent geeft een sjofel decor het ranzige onderkomen van de broertjes aan. Het keukenblok, de tafel, de alkoof: alles straalt liefdeloosheid uit. De erfenis van het vaderlijk huis leidt alleen maar tot strijd en zelfs om een zakje chips slaan de broers elkaar bijna de hersens in.

Wouter van Lierde speelt Valene: wrokkig, wreed en geestig. En de Belg Mathias Sercu, in de rol van Coleman, is dat alles in de overtreffende trap. Hun ruzies komen in de onverbloemde vertaling van Marcel Roelfsema keihard aan en nog schokkender is de verdorvenheid van het jongste personage, het meisje Girleen (Rosa Mee). Pas na een tijdje besef je dat haar hardheid een vertwijfelde poging is om in Leenane te overleven.

Samen met het vierde lid van het kwartet, de huilerige pastoor Welsh, zorgt zij voor tedere momenten. De twee bezwijken onder de walgelijkheid van het dorp en toch brengen juist zij een wending op gang, een keerpunt. Hierdoor wordt ineens duidelijk dat de katholiekenvreter McDonagh toch een katholiek schrijver blijkt te zijn en krijgt zijn realisme een symbolistische lading.

Over vergeving van zonden gaat de voorstelling dan, en de zonden die de broers elkaar na de pauze opbiechten zijn van bijbelse ernst. In een ongemeen spannende apotheose zetten schrijver en regisseur in op niets minder dan de redding van de ziel – van al hun personages, ja van de hele mensheid. En anders dan in de sombere visie die regisseur Johan Simons eerder op McDonaghs stuk gaf, gunt Lubbers de figuren nog een sprankje hoop. Indien niet op aarde, dan wel in het hiernamaals – de strijd tussen goed en kwaad blijft onbeslist en bevrijd van de ergste wanhoop verlaten wij het dorp.