Croupier voor de staat

De Nederlandse staat wil vliegvelden en nutsbedrijven privatiseren, maar houdt vast aan het zelf exploiteren van dertien casino’s. Dat is merkwaardig, zo niet absurd. Kansspelen zijn geen openbare voorziening, maar een zaak van het individu en de markt. De overheid heeft ook geen monopolie op het uitbaten van legale bordelen.

De huidige speelzalen worden bestierd door een overheidsstichting, Holland Casino, en de winst gaat naar de staat. Het is een constructie die in 1974 met een dubbel oogmerk is bedacht. Roulette en andere tot dan toe verboden gokspelen in Nederland konden zo enerzijds worden toegelaten. De staat zou anderzijds de goklust beteugelen door zelf als croupier op te treden. Ook zou de met gokken verbonden misdaad op die manier in de hand kunnen worden gehouden.

Het is een tweeslachtige benadering, die wel moest gaan wringen. De directie ziet Holland Casino als een gewoon bedrijf en wil verder uitbreiden. Maar een gewoon bedrijf heeft concurrentie en die is nu juist verboden. Eurocommissaris voor de interne markt McCreevy heeft bezwaar aangetekend tegen die dubbelzinnigheid en Nederland in gebreke gesteld wegens het overtreden van Europese regels voor vrije concurrentie. Buitenlandse bedrijven moeten worden toegelaten, vindt hij.

Holland Casino heeft de afgelopen jaren bovendien, in strijd met de oorspronkelijke opzet uit 1974, veel reclame gemaakt voor het gokken. Om die reden is de Nederlandse overheid onlangs door de rechter in Breda op de vingers getikt. De directie van Holland Casino is ook te ver gegaan door een proces aan te spannen tegen zijn eigenaar, de staat, om extra vestigingen in Amsterdam en Rotterdam te openen. De overheid heeft de directie kennelijk niet in de hand.

Het is nu van tweeën een. Of Holland Casino maakt ernst met zijn missie om gokken in ‘goede banen’ te leiden en gokverslaving tegen te gaan, of het wordt verkocht aan een van de vele bedrijven voor kansspelen die dan op een streng geregelde Nederlandse gokmarkt moeten concurreren. Als Holland Casino in zijn missie slaagt, moet het met minder inkomsten genoegen nemen. Van de geplande uitbreiding kan dan ook geen sprake zijn. Als de overheid haar monopolie verliest, moet Holland Casino bewijzen of het ook op een echte markt kan werken.

Als samenleving wint Nederland niets bij grootschalig gokken. Het argument dat casino’s crimineel geld aantrekken voor witwassen en dat de eigenaren niet altijd brandschoon zijn, geldt nog steeds. Regelmatig staan er verdachten voor de rechtbank die een misdaad hebben gepleegd om van hun gokschulden af te komen. Daar staat tegenover dat speelautomaten ook al zijn toegestaan en dat goklustigen naar internet kunnen vluchten.

Net als drank en tabak kan gokken tot verslaving leiden, dus de overheid moet regels tegen misbruik en excessen stellen. Een Hollands Las Vegas is niet bepaald een speerpunt van innovatie. Een bedrijf dat zo expansief en onafhankelijk is als Holland Casino, verdient het zijn monopolie te verliezen.