Arabische regimes zijn bang voor succes Hezbollah

Arabische regimes verweten Hezbollah drie weken geleden nog openlijk ‘avonturisme’.

Nu het Libanese dodental oploopt beperken ze zich naar buiten toe tot kritiek op Israël.

Drie belangrijke sunnitische Arabische regimes, de belangrijkste bondgenoten van de Verenigde Staten in de Arabische wereld, leverden kort na het begin van het Israëlische offensief opmerkelijke kritiek op Hezbollah. De radicale Libanese guerrillabeweging is weliswaar shi’itisch (en dus in conservatief-sunnitische ogen ketters) maar allereerst Arabisch. En het is not done om Arabieren die door Israël worden bestookt publiekelijk af te vallen.

„Roekeloosheid en avonturisme” verweten de leiders van Saoedi-Arabië, Jordanië en Egypte Hezbollah, dat de aanzet tot de huidige crisis had gegeven met de ontvoering van twee Israëlische militairen vanaf Israëlisch grondgebied. Maar het tij is alweer gekeerd: Israëlische „arrogantie”, „agressie” en „oorlogsmisdrijven” spelen opnieuw de vertrouwde hoofdrol in officiële verklaringen uit Riad, Amman en Kairo. Ook al is de Arabische wereld in het algemeen berucht machteloos, het hersluiten van de rangen heeft de positie van Hezbollah aanzienlijk versterkt. Die van de VS is navenant verzwakt.

Saoedi-Arabië wil voor zo’n vijftien miljard dollar wapens aanschaffen in de VS (waarvoor de instemming van het Congres noodzakelijk is) en dat zal een rol hebben gespeeld bij de oorspronkelijke Saoedische standpuntbepaling. Maar een belangrijker factor was bij zowel de uitval naar Hezbollah als bij de terugkeer naar de gebruikelijke verklaringen dezelfde: angst voor de eigen bevolking.

Bijna alle Arabische landen bezitten fundamentalistisch-islamitische oppositiegroepen die veel meer aantrekkingskracht hebben op de burgers dan hun verstarde, corrupte regimes. Die regimes zijn doodsbang voor de wervende werking van de successen van Hezbollah en ook het Palestijnse – sunnitische – Hamas. Niet voor niets bejegenen de Jordaanse en de Egyptische regering het Hamasbewind bijzonder koel, hoe hard dat ook door Israël wordt aangepakt. Een publicitaire overwinning voor Hezbollah is voor de Arabische autocraten een nachtmerrie.

De nauwe betrekkingen die vooral Hezbollah, maar ook Hamas met de shi’itische islamitische republiek Iran onderhouden maken die situatie alleen maar erger. Het oude sunnitisch-shi’itische machtsevenwicht in de regio is verstoord door de omverwerping van het sunnitische regime van Saddam Hussein in Irak en de opkomst van de shi’itische meerderheid die nu de regering in Bagdad domineert. Veel nieuwe leiders van Irak zijn regelmatig in Teheran te vinden.

Sunnitische leiders vertrouwen Iran voor geen cent; die van landen met een shi’itische minderheid, zoals Saoedi-Arabië, al helemaal niet. Wat dat betreft moeten de Saoedische autoriteiten zich afgelopen weekeinde zijn doodgeschrokken van een betoging van shi’ieten in het oosten van het land. Het waren maar enkele tientallen betogers, maar demonstraties zijn streng verboden in het koninkrijk. Teherans nucleaire programma wordt met des te meer bezorgdheid bezien, ook al verklaren de Iraniërs bij hoog en bij laag dat ze geen kernwapens bouwen.

Maar de Saoedische, Egyptische en Jordaanse bezweringen aan het adres van Washington om wél op de kortst mogelijke termijn voor een staakt-het-vuren aan het Zuid-Libanese front te zorgen, werden niet opgevolgd. Dode Libanese burgers en kapotgebombardeerde dorpen en wegen worden 24 uur per dag per Arabische satellietzender in de Arabische huiskamers thuisbezorgd, en hoe langer de Israëlische aanvallen voortduurden, hoe moeilijker het voor Saoedische, Jordaanse en Egyptische leiders werd hun officiële standpunt te handhaven. Voor hun opposities was ‘Libanon’ een droomkans.

De kentering was vorige week al te zien aan de uitspraak van de grootmufti van Egypte (hoogste islamitische rechtsgeleerde), Ali Gomaa, dat het Israëlische offensief „onrecht zelf” is en dat „Hezbollah zijn land verdedigt”. De dood van ongeveer zestig Libanese burgers, meest kinderen, zondag bij een Israëlische luchtaanval op het Libanese plaatsje Qana gaf de doorslag. „Israël is een pariastaat”, schreef de regeringsgetrouwe Jordan Times gisteren. „We doen een beroep op de regering onmiddellijk haar ambassadeur uit Tel Aviv terug te roepen en de officiële relaties met Israël te verlagen.”

Dat zijn de oude Amerikaanse vrienden. Het Iraakse post-Saddambewind, dat in Washingtons optiek een nieuwe bondgenoot zou moeten worden, op termijn inclusief banden met Israël, heeft geen seconde afstand van Hezbollah genomen. Amerikaanse Congresleden waren geschokt toen premier Maliki vlak voor zijn bezoek aan Washington de Israëlische oorlog veroordeelde, en vorige week in Washington weigerde Hezbollah als terreurgroep te bestempelen. Ook al zijn Maliki en zijn regering afhankelijk van Amerikaanse steun, hij blijft een shi’itische Arabier die allereerst moet opkomen voor zijn geloofsgenoten. Er was in eigen kring al veel kritiek op Maliki dat hij zijn bezoek aan Washington niet had afgezegd.

Zondag eiste de invloedrijkste shi’itische geestelijk leider in Irak, grootayatollah Ali Sistani, een onmiddellijk staakt-het-vuren in Libanon. „De onderdrukking die de naties van de regio te verduren hebben [..] zal de woede van de naties doen toenemen jegens de internationale politiek die dergelijke acties steunt of goedpraat”, was zijn boodschap aan de VS en de Europese Unie.

De Libanese druzenleider Jumblatt, altijd windvaan van de heersende stemming, voerde de afgelopen maanden fel campagne voor ontwapening van Hezbollah en herstel van het regeringsgezag in het zuiden. Maar in The Financial Times verklaarde hij vanochtend nu Hezbollah te moeten beschermen tegen „de brute Israëlische agressie”. Het betekende, zei hij, de overwinning van Hezbollah. Dat Libanon „nu niet meer zal zijn dan een zwakke staat naast een zeer sterke strijdgroep”.

Weblogs. De Egyptenaar Big Pharaoh blogt over de Hezbollahraket die in Jenin landde: www.bigpharaoh.comDe Syriër Ammar Abdulhamid schrijft over zijn moeder: http://amarji.blogspot.com