Zandhonk

Tegenover onze tent verblijven een bejaarde vader en moeder met hun verstandelijk gehandicapte zoon in een stacaravan. Zoon is tegen de veertig en draagt hetzelfde geruite overhemd met korte mouwen als zijn papa. Als het ’s avonds wat frisser wordt, trekken ze er allebei een spencer over aan.

Ik kijk recht bij hen naar binnen en registreer hun rituelen. Elke dag volgen ze hetzelfde programma. Na drie dagen weet ik precies wanneer ze gaan fietsen, wanneer ze gaan douchen en wanneer ze naar bed gaan. ‘s Avonds, na het eten, doen ze samen de afwas. Moeder in het midden, boven het teiltje, vader en zoon allebei aan een kant met een droogdoek. Als alles opgeruimd is, drinken ze in de plastic voortent koffie. Ma bladert in de Libelle, pa leest de krant en zoon doet iets onduidelijks met speelkaarten. Om een uur of acht ritselt er een reep chocola. Dan is het weer stil. Ik hoor ze niet één keer met elkaar praten.

Ik stel me voor hoe de ouders hun zoon aan het einde van de week terug zullen brengen naar Heidedoorn of Zandhonk of Bosrust. Hoe ze afscheid nemen. Hoe de begeleiders hem zullen vragen of hij het leuk heeft gehad. Ja, het was fijn. Ja, hij heeft gefietst. Nee, een hert heeft hij niet gezien, wel een eekhoorn.

Maar misschien woont hij gewoon thuis. Gaan ze aan het eind van de vakantie terug naar hun huis in Schiedam-Noord, waar de zoon een kamer heeft met posters van raceauto’s aan de muur en een plantje dat hij elke dag trouw water geeft. Waar moeder op maandagavond naar haar bridgeclub gaat en vader op vrijdagmiddag gaat biljarten.

Als wij aan het eind van de week hebben ingepakt en wegrijden begint het net te regenen. Een ernstige inbreuk op het programma. De familie staat in degelijke vrijetijdskleding met fiets in de hand te twijfelen. Vlak voor we de hoek omgaan, zie ik dat de ouders de caravan weer zijn ingevlucht. Zoon staat er nog, midden op het pad, in de plenzende regen. De blik naar boven, waar al dat water vandaan komt. Een vage glimlach om zijn lippen.