Waar nu de Kamer vergadert, joeg prins Maurits op reigers

Het Plein in Den Haag is al eeuwen een open plek in het centrum van de macht.

En dat moet ook zo blijven.

Moeten we op deze plaats iemand nog uitleggen waar ‘Plein’ in Den Haag voor staat? Net als de directe buurman, het Binnenhof, is het Plein zó bekend dat het weinig introductie behoeft. Er gaat geen week voorbij of de nationale journaals staan er met camera’s en microfoons te zwaaien. Wie dan een beetje langs de politici of protestdemonstratie kijkt, ziet een prachtig plein dat een plek op het monopolybord verdient. Niet alleen wegens de gebruiker van huisnummer 2, de Tweede Kamer, maar ook wegens de sfeer.

Aan één rand is het rumoer van de horeca te genieten, met een uitloop naar prettige terrassen onder de bomen. Aan de andere randen domineren de statige panden van het ministerie van Defensie, Sociëteit De Witte, het Logement van Amsterdam. Het standbeeld van Willem de Zwijger in het midden bindt het geheel samen: de Vader des Vaderlands houdt de wacht voor het politieke centrum van Nederland, met een schuin oog naar Defensie, voor als hij ons nog eens voor een Spaans juk moet behoeden.

Het standbeeld verwijst direct naar de geschiedenis van het Plein. Die begon met het jachtslot dat de Hollandse graaf Willem II vanaf 1248 in de duinen bouwde. Om het slot zelfvoorzienend te maken, werd op de plaats van het Plein aan het begin van de veertiende eeuw een kooltuin aangelegd. In de zestiende eeuw was die overbodig en legde stadhouder Hendrik III van Nassau, oom van Willem de Zwijger, er een sierboomgaard aan, die snel de ‘Stadthoudersthuyn’ ging heten.

Na Willem en prins Maurits – die er voor de jacht een kolonie van vierhonderd snavelklapperende reigers op nahield, op de plek waar nu de Tweede Kamer vergadert – werd de tuin bezit van Frederik Hendrik. Die had al genoeg siertuinen en gooide de grond in de verkoop. Per opbod werden de kavels verkocht, waarbij volgens zijn secretaris Constantijn Huygens ‘met schoonheid heel wat minder rekening werd gehouden dan met winst’. Gelukkig zag Frederik Hendrik dit op tijd in: in 1632 kreeg de commissie die belast was met de verkoop te horen ‘dat Sijne Excellentie gaerne soude sien, dat de vercoopinge achterwege soude blijven ende de thuyn tot een open pleyn gelaeten werde.’

Houdt daar alsjeblieft een beetje rekening mee als je een hotel wilt bouwen op Plein, ’s-Gravenhage.

Deze zomer reist nrc.next langs alle straten van Monopoly.Welke stad moet op het bord? En welke kan er vanaf? Praat mee op nrc.nl/monopoly