‘Testosteron Landis voor een deel toegediend’

De te hoge testosteronwaarde die is aangetroffen bij de Amerikaanse Tourwinnaar Floyd Landis is deels afkomstig van een „externe bron” en „synthetisch van aard”, zo berichtte The New York Times gisteren.

De Amerikaanse krant baseert zich op een anonieme bron bij de internationale wielrenunie UCI die inzage had in de resultaten van de eerste urinetest van de wielrenner. Volgens The New York Times weerspreekt deze anonieme bron de bewering van Landis dat hij geen verboden middelen gebruikte tijdens de Tour de France, maar van nature een hoge testosteronspiegel heeft. Dat zou betekenen dat testosteron is toegediend.

De UCI heeft inmiddels op voorhand een contra-expertise aangevraagd bij het Franse laboratorium in Châtenay-Malabry bij Parijs, waar de urinemonsters uit de Ronde van Frankrijk worden bewaard en getest. Als de test van de B-staal ook positief is, is Landis officieel schuldig aan doping en raakt hij zijn gele trui kwijt. Hij zal dan vrijwel zeker voor twee jaar worden geschorst. Het testresultaat van de contra-expertise wordt zaterdag bekend gemaakt, zo heeft de UCI laten weten.

De winnaar van de gele trui testte positief na de door hem gewonnen zeventiende etappe, waarin hij bijna zes minuten inliep op de concurrentie. Zijn imponerende solo door de Alpen volgde op een bergetappe waarin hij door een inzinking minuten verspeelde. Landis stelde vervolgens dat zijn testosteron „op natuurlijke wijze en door het eigen lichaam is aangemaakt.”

Woordvoerder Michael Hanson van Landis heeft gisteren verklaard dat maandagavond de aanvraag voor een contra-expertise is gedaan. Daar bestond onduidelijkheid over. Maar Landis stuurde vanuit New York een fax naar zijn advocaat in Spanje. Om de procedure tijdig te kunnen starten vroeg de wereldwielrenunie UCI de contra-expertise alvast aan. De federatie is daartoe reglementair bevoegd en besloot tot die stap „in het belang van de wielersport.”

Brent Kay, de Californische arts van Landis, gaf tegenover The New York Times toe dat de verhouding testosteron/épitestosteron 11:1 was in het urinemonster dat na de zeventiende etappe getest was, waar 1:1 of 2:1 normaal is. Kay zei bij bodybuilders een verhouding van 100:1 te hebben gezien.