Slang kronkelt niet, maar bijt wel

Ongeruste buurtbewoners bezochten gisteren een informatieavond van de gemeente Tynaarlo over rattenslangen. Een bioloog had gezegd dat er mogelijk wel tweehonderd waren.

Hoe kon hij achteraf zo „suf”’ zijn? Bioloog Popko van der Molen uit Eelde trok gisteravond in een klein, bomvol bovenzaaltje van café De Waterburcht in Eelde het boetekleed aan. Ongeveer tien jaar geleden dumpten onbekende hobbyisten na een ruilbeurs vijf overtollige jonge Russische rattenslangen in zijn ecologische tuin. Schouderophalend tot de zaal: „Ik was onachtzaam en had aan de bel moeten trekken. Sorry.”

Hoeveel zitten er nu in Eelde en zijn ze gevaarlijk? Dat waren de belangrijkste vragen van ongeruste buurtbewoners. Slangenexpert Walter Getreuer van reptielenzoo Serpo uit Delft, onderzocht gisteren in opdracht van de gemeente een gebied van 200 bij 200 meter in Eelde en ondervroeg tientallen buurtbewoners. AID-inspecteur Jan Smit, die meeging op de speurtocht, zag vluchtig één slang. Twee stukken afgeworpen vervellingen waren het enige bewijs dat er Amerikaanse slangen in het gebied leven. Of misschien ook wel bastaardslangen. Getreuer weet het niet exact. Alleen dat er veel minder slangen zijn dan de tweehonderd waarvan Van der Molen eerder repte. Maximaal vijftig, schat hij. Van faunavervalsing, exoten die het natuurlijke leefgebied van andere dieren verstoren, is geen sprake, beklemtoonde Getreuer. De gemeente gaat niet op slangenjacht, zegt burgemeester Jan Rijpstra. Wel roept hij buurtbewoners op de dierenambulance te bellen wanneer ze een slang zien. Die probeert het dier te vangen en elders onder te brengen. Rijpstra vindt Van der Molens handelwijze „dom”. Maar de gemeente kan geen juridisch stappen tegen hem nemen. Tien jaar geleden gold de Flora- en Faunawet nog niet, die het uitzetten van dieren in de vrije natuur verbiedt. Overigens leefden de slangen in Van der Molens anderhalve hectare grote ecologische tuin. En uitzetten in je tuin is niet verboden, geeft AID’er Smit toe. Getreuer stelt de zaal gerust. „De diertjes zijn banger voor u dan dat u voor hen bent. Ze zijn niet giftig. Katten, honden en kleine kinderen zijn veilig”, benadrukt hij. En nee, ze kronkelen niet om je nek. „En als je per ongeluk op ze gaat staan?” vraagt een vrouw. Getreuer: „Grote kans dat hij gaat bijten. Maar het wondje is minder groot dan wanneer je je prikt bij het rozen snoeien.” Ineke Uffen, die in de zaal zit, slaat verschrikt haar hand voor de mond. Sinds ze over de slangen hoorde, slaapt ze ’s nachts met haar ramen dicht. „Stel dat zo’n beest op mijn bed kruipt”, gruwt ze bij het idee. Wie een slang ziet, moet hem vooral niet opjagen, beklemtoont de slangendeskundige. „Dan blijft hij op dezelfde plek en kunnen we hem makkelijker vangen.”

„Leuk gezegd”, spot een vrouw uit de zaal, „maar hoe raak je je slangenangst kwijt?” Getreuer: „Het gevaar van een slang is zeer klein. Rationeel blijven denken.” Na afloop blijft een aantal mensen met een onbevredigend gevoel achter. Een van hen is Janny Casemier: „Een dag zoeken in een klein gebied bij regenachtig weer is te weinig.” Ze is vooral boos op Van der Molen. „Er wordt voor miljoenen in natuurbehoud gepompt en nu gaat een bioloog het natuurlijke evenwicht verstoren door slangen uit te zetten.”

Bioloog Van der Molen zegt dat de door de omgeving waargenomen slangen niet per se uit zijn tuin komen. „Misschien zijn ze wel ontsnapt uit bagage op het vliegveld of komen ze van de veiling. Of zijn ze ontsnapt uit terraria van hobbyisten.” Zelf ondervindt hij voordelen van de diertjes. „Het aantal muizen in onze woning en in die van vijf boerderijen om ons heen is drastisch gedaald. Ik hoef geen gif meer te strooien.’’