Rechter: school mag tv-kijkende leerling weren

Het Hoornbeeck College, een reformatorische school voor middelbaar beroepsonderwijs in Amersfoort, heeft het recht om een 16-jarige leerling uit Veenendaal te weigeren.

Dat heeft de voorzieningenrechter in Utrecht gisteren geoordeeld in het kort geding dat de ouders van de jongen tegen de school hadden aangespannen. Volgens de ouders was de weigering gebaseerd op het feit dat zij over televisie en een open internetverbinding beschikten. In de identiteitsverklaring van de school staat dat „het gebruik van televisie en open internet in de gezinnen wordt veroordeeld vanwege het Godonterend en mensverwoestend karakter van veel programma’s en sites”.

De school zou zich, zo meenden de ouders, te veel mengen in hun thuissituatie en zou zich schuldig maken aan willekeur, omdat ook andere leerlingen en zelfs leerkrachten televisie en internet hebben. De rechter was dat met de ouders eens: op dit punt zou sprake kunnen zijn van ongelijke behandeling.

Maar voor de weigering had de school ook andere argumenten aangevoerd, zoals de visie van de ouders op medezeggenschap, het gebruik van bepaalde bijbelvertalingen en het feit dat het zusje van de leerling wel eens een lange broek draagt. Aangezien deze zaken volgens de school raken aan de kern van haar identiteit, kon zij „in redelijkheid” beslissen de jongen te weigeren, aldus de rechter.

Het Hoornbeeck College bekijkt bij elke aanmelding of er aanleiding is voor een toelatingsgesprek met de jongere en diens ouders. „Dat gesprek gaat over de geloofsovertuiging en de wijze waarop die gestalte krijgt”, aldus directievoorzitter Van Leeuwen. „Zijn er gelijkluidende overtuigingen wat betreft zaken als de wedergeboorte, de wijze waarop de zondag wordt beleefd, kerkgang maar ook tv, internet en kleding van jongens en meisjes.”

Anders dan openbare scholen mogen bijzondere scholen – bestuurd door een verenigings- of stichtingsbestuur – leerlingen weigeren als de godsdienst of levensbeschouwing van de ouders of leerling niet past bij die van de school. De Commissie Gelijke Behandeling oordeelde eerder dat scholen leerlingen of leerkrachten mogen weigeren met een beroep op hun grondslag, op voorwaarde dat ze hun toelatingseisen consequent toepassen en deze in duidelijk verband staan met die grondslag.