Raket of niet, de kok stopt op tijd

Auteur Arnon Grunberg was ‘embedded’ te gast bij de Nederlandse troepen.

„Kogels, dat is de enige taal die die lui spreken.”

. Na een lange reis, van Eindhoven via de Verenigde Arabische Emiraten en Kabul, zijn een kleine tweehonderd Nederlandse militairen aangekomen op de militaire basis Kandahar Air Field in Afghanistan.

Van Kabul naar Kandahar vlogen wij in een Canadese Hercules. De bemanning had ons gewaarschuwd dat we een „low flying tactical manoeuvre” zouden moeten uitvoeren. En dat deden we ook. Enkele militairen naast mij, met scherfvest aan en helm op, begonnen te kotsen, anderen trokken alleen lijkbleek weg. Kotsend vlogen we door het Afghaanse luchtruim, maar we verloren niets van onze goede moed en onze overtuiging dat wij de wereld een stukje mooier en beter gaan maken.

De International Security Assistance Force, waaraan troepen uit 31 NAVO- en niet-NAVO-landen deelnemen, is gereed om geluk en voorspoed naar de verpauperde en veelal analfabete Afghaanse bevolking te brengen. Ook de Nederlandse troepen zijn voornemens zich vanuit hun gepantserde voertuigen, de Apache- en Cougarhelikopters en de F16-jachtvliegtuigen van deze taak te kwijten.

Ik reis mee, omdat ik het geluk en de voorspoed van dichtbij wilde bekijken.

De Nederlandse militairen zijn, enkele uitzonderingen daargelaten, gemotiveerd. Tijdens een tussenlanding in de Verenigde Arabische Emiraten zegt een militair tegen me: „Ik schiet liever een verkeerde neer dan eentje te weinig.”

Kandahar Air Field (KAF) bestaat uit een landingsstrook, tenten, containers, wachttorens, bunkers, maar niet genoeg voor iedereen. Tienduizend militairen, voornamelijk uit de Verenigde Staten, Canada, Groot-Brittannië, Roemenië en Nederland, zijn hier gestationeerd. En dan nog de civiele bevolking van het kamp: schoonmakers uit de Verenigde Staten, masseuses uit Oezbekistan, patatbakkers uit Indië, kleermakers uit Koerdistan.

Er zijn elementen onder de Afghaanse bevolking die de voorspoed en het geluk hooghartig afwijzen. Daarom willen deze elementen in de avonduren wel eens een kleine raket op Kandahar Air Field afvuren. De militairen die zich in de buurt van een bunker bevinden, gaan dan direct naar die bunker. De anderen gaan met helm op en scherfvest aan, als deze binnen handbereik zijn, op de grond of onder het bed liggen.

Paniek blijft uit. Een jonge korporaal zegt tegen me: „Je kunt zo’n raket niet terugkoppen.”

Omdat de raketten vrijwel uitsluitend in de avond worden afgevuurd, kan het voorkomen dat de militairen door de aanval hun warme eten missen. De keuken sluit om een bepaalde tijd, raketaanval of geen raketaanval.

De Roemeense militairen vinden het eten, geserveerd door Kellog, Brown & Root, onderdeel van Halliburton, zo lekker dat zij tijdens het luchtalarm eerst hun bord leegeten alvorens zij naar de bunker wandelen.

Ook de Nederlandse militairen zijn in het algemeen te spreken over de kwaliteit van het voedsel, al wordt het na een paar maanden wat eentonig. Kellog, Brown & Root probeert de eentonigheid te doorbreken door op sommige avonden te roerbakken. Dit wordt door de militairen gewaardeerd. Een majoor zegt na de maaltijd: „Ik heb in drie maanden niet zo lekker gegeten.” Maar volgens een overste telt voor een ware militair maar één ding als het om voedsel gaat: dat het warm is.

Een grote vijand van de militair in Afghanistan is het zand. Er is geen menselijk gat of het zand baant zich een weg naar binnen. Maar ook de hitte is een vijand. Posters waarschuwen dat de hitte kan doden. Om te acclimatiseren lopen de militairen enkele dagen na aankomst, met scherfvest aan en helm op, 100 minuten midden op de dag door het kamp. Een militair: „Als je over je hele lichaam zweet, ben je geacclimatiseerd.”

Afghanen bevoorraden het kamp in zogenoemde jingle-trucks. Oude vrachtwagens die elders niet meer zouden mogen rijden en die versierd zijn als rijdende kerstbomen. Voordat de vrachtwagens het kamp binnenkomen, worden ze grondig doorzocht op explosieven en ontstekingsmechanismen. Alles wat dienst kan doen als een bom, wordt verwijderd. Af en toe wordt een waarschuwingsschot gelost. „Kogels, dat is de enige taal die die lui spreken,” zegt een militair. Maar zo denkt zeker niet iedereen erover. Een majoor zegt: „Het zijn mooie mensen, die Afghanen, primitief maar mooi.”

Arnon Grunberg reisde als ‘embedded journalist’ met de Nederlandse troepen mee. Defensie heeft dit verhaal gescreend op informatie die de veiligheid van troepen in gevaar kan brengen. De tekst is niet aangepast. Vanaf vrijdag doet Grunberg in het Cultureel Supplement van NRC Handelsblad verslag van zijn belevenissen.