Procedure ‘Goudstikker’ bijna rond

De overdracht van de Goudstikker-collectie wordt in 2007 verwacht. Minister Van der Hoeven hoopt dat het Nederlandse publiek sommige kunst-werken kan blijven zien

AMSTERDAM, 2 AUG. - Minister Van der Hoeven (OCW) wil de mogelijkheid onderzoeken om bepaalde kunstwerken uit de Goudstikker-collectie toegankelijk te houden voor het Nederlandse publiek. Hierover zal zij binnenkort een gesprek voeren met Marei von Saher, de Amerikaanse erfgename van kunsthandelaar Jacques Goudstikker (1897-1940).

De regering besloot in februari na een advies van de Restitutiecommissie om 202 schilderijen, die in 1940 tot de collectie van Jacques Goudstikker behoorden en na de oorlog in bezit kwamen van het rijk, terug te geven aan zijn schoondochter Marei von Saher. In een brief aan de Kamer van 6 februari, waarin de inmiddels afgetreden staatssecretaris voor Cultuur Van der Laan dit besluit toelichtte, schreef zij dat er „geen publiek belang is” dat teruggave in de weg staat. Maar, schreef zij, „dit laat onverlet dat ik mij bewust ben van het cultuurhistorisch belang van de kunstwerken en hun mogelijke onvervangbaarheid voor het Nederlands cultuurbezit.”

Die laatste mededeling duidt erop dat bij de teruggave van de werken de Wet Behoud Cultuurbezit een rol kan gaan spelen. Volgens deze wet mogen voorwerpen met een bijzondere cultuurhistorische betekenis, die naar het oordeel van de overheid ‘onmisbaar en onvervangbaar’ zijn voor ons land niet naar het buitenland worden verkocht. Bij de 202 schilderijen zijn diverse topstukken, zoals het Rivierlandschap met veerpont (1649) van Salomon van Ruysdael dat het Rijksmuseum in Amsterdam moest afstaan. Als dit schilderij het predikaat ‘onmisbaar en onvervangbaar’ krijgt, betekent dit dat Von Saher het doek wel mag verkopen, maar dat het in Nederland moet blijven. Mocht de minister afzien van een beroep op de Wet Behoud Cultuurbezit, dan is het denkbaar dat ze bij Marei von Saher zal aandringen op een recht van eerste terugkoop voor de Nederlandse staat.

Volgens een woordvoerder van OCW is „de Wet Behoud Cultuurbezit op dit moment niet aan de orde”. „In overleg met de advocaten van mevrouw Von Saher zijn we nu eerst bezig een afsluitende overeenkomst voor de overdracht op te stellen. Dit overleg is in een vergevorderd stadium. Als beide partijen de overeenkomst hebben ondertekend, zal de minister een afspraak maken met Von Saher.”

Lawrence Kaye, de Newyorkse advocaat van Marei von Saher, bevestigt dat het overdrachtscontract nagenoeg klaar is. „Marei von Saher wil pas met de minister in gesprek gaan als we het over dit contract eens zijn. Ze hoopt dat ze de collectie spoedig in haar bezit krijgt en ze denkt nog na wat er vervolgens mee zal gebeuren.”

De feitelijke teruggave van de Goudstikker-collectie zal waarschijnlijk pas begin volgend jaar plaatsvinden. De schilderijen die zich in Nederlandse musea bevonden, zijn inmiddels overgebracht naar de depots van het Instituut Collectie Nederland (ICN) in Rijswijk. In totaal wachten hier nu 170 werken op de overdracht. ICN-woordvoerster Marina Raaymakers: „In oktober komen er nog zo’n dertig werken bij uit Nederlandse ambassades in het buitenland. Van alle schilderijen wordt een conditierapport gemaakt, waarin eventuele beschadigingen worden vermeld. De schilderijen die in musea hingen, zijn in een goede staat, maar dat geldt niet voor de mindere stukken die altijd in de ICN-opslag hebben gestaan. Er zal niets worden gerestaureerd, alles wordt overgedragen in de staat waarin het nu verkeert. Voor het eind van dit jaar moet de registratie bij het ICN zijn afgerond.”