Play it again, Jean

Best een aardige stad, Frankfurt, maar de centrale bankiers van de eurozone zijn geëxcuseerd als zij eenmaal per jaar een maandje mogen overslaan, en in augustus niet persoonlijk aanwezig hoeven te zijn op hun bestuursvergadering bij de Europese Centrale Bank.

Helaas, dit jaar moeten ze toch komen opdagen. Morgen vergadert de ECB in vol ornaat, in plaats van de teleconferentie die in andere jaren gangbaar is. Reden is dat de president van de bank, Jean-Claude Trichet, al zo’n beetje heeft aangekondigd dat de rente zal worden opgeschroefd, van 2,75 procent naar 3 procent. De vorige vergadering was daarvoor nog wat te vroeg, zodat de keus om de maatregel te nemen op morgen viel. Niet dat Trichet het letterlijk heeft gezegd, maar juist het oproepen van de bestuursleden om in persoon aanwezig te zijn, is het krachtigste signaal dat hij had kunnen geven.

Het lijkt er op dat Trichet goed heeft gegokt, want recente monetaire data over de eurozone zijn een advertentie voor een renteverhoging. De groei van de geldhoeveelheid over juni kwam afgelopen vrijdag binnen op 8,5 procent. Dat is nog steeds veel te hoog volgens de maatstaven van de ECB. Dat geldt zeker voor de groei van de kredietverlening die een schokkende 11 procent bedraagt. En de inflatie in de eurozone bleef, zo bleek eergisteren, steken op een te hoge 2,5 procent.

De stap van de ECB morgen is, kortom, al bijna een voldongen feit en mochten de bankiers anders beslissen dan doen zij dat op straffe van een flinke vertrouwenscrisis met de markt. Op de termijnmarkt wordt overigens al uitgegaan van een ECB-rente die eind dit jaar op 3,5 procent staat. Er komen volgens de markten dus nóg twee verhogingen aan.

Toch is de beslissing niet zo eenvoudig als hij lijkt. De inflatie mag dan gemiddeld 2,5 procent bedragen, achter dat gemiddelde gaan grote verschillen schuil. Finland bijvoorbeeld heeft slechts een inflatie van 1,5 procent, Nederland kent 1,8 procent. Duitsland en Frankrijk zitten relatief goed op 2,0 en 2,2 procent. Griekenland heeft daarentegen een inflatie van 3,4 procent, Portugal 2,8 procent en Ierland 2,9 procent. Het op hol geslagen Spanje heeft nu een inflatie van maar liefst 4 procent.

De ECB heeft maar één rentevoet voor alle verschillende economieën die deel uitmaken van de eurozone. Maar sinds 2004 zijn de onderlinge inflatieverschillen flink gegroeid, en kunnen ze nog verder toenemen. Dat maakt het monetaire beleid een stuk lastiger. Misschien komen de centrale bankiers daarom morgen toch niet helemaal voor de vorm naar Frankfurt.

Maarten Schinkel Maarten Schinkel