Open de grens voor arme gelukszoekers

Wij Nederlanders kunnen overal werken en vakantie vieren. Intussen houden we onze eigen grens angstvallig dicht voor anderen.

Opheffen dus, die grenzen.

Voor de rituele zoektocht naar de zon hoeven ze het niet te doen, al die Nederlanders die op vakantie gaan. Een reis naar de buurlanden is allang niet meer voldoende. We willen de Afrikaanse safari, de afgelegen Aziatische steppen, de Zuid-Amerikaanse gebergten. Of we willen ons blijvend vestigen: zeker een half miljoen Nederlanders zitten in het buitenland, genietend van werkervaring in een andere cultuur.

Omdat het zo logisch is, zouden we bijna vergeten dat reizen een privilege is dat ongekend is voor onze exotische reisleiders, taxichauffeurs, obers, schoenenpoetsers en die anderen die we onderweg in den vreemde ontmoeten. Vakantie is iets wat de meeste mensen alleen kennen van hun westerse bezoekers. Een permanente verhuizing naar een rijk land zit er voor hen al helemaal niet in.

Waar wij, westerlingen, een niet eerder vertoonde welvaart en vrijheid genieten om ons te verplaatsen, gelden voor anderen verdere beperkingen. Ze zouden eens willen blijven! Om dat te voorkomen, is er strenge wetgeving. Met die strenge wetten ontnemen we zo’n 5 miljard mensen een basisrecht dat wij in het rijke, liberale Westen zo belangrijk vinden: zelfontplooiing. Wij gunnen onszelf voortdurend mogelijkheden om de wereld te verkennen en onszelf te vestigen op plaatsen waar we verder kunnen stijgen op de carrièreladder. Maar het minder fortuinlijke deel van de wereldbevolking mag het lekker uitzoeken in hun straatarme, corrupte thuisland.

Het is tekenend dat zelfs de Vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties geen idee heeft hoeveel migranten sterven tijdens hun reis naar een land waarvan ze verwachten dat het er beter zal zijn. Als ze, onderweg naar Fort Europa, overboord slaan in hun lekke bootjes, halen we onze schouders op. Als ze stikken in de overvolle laadbak van een vrachtwagen, kijken we de andere kant op. En als ze hun barre tocht overleven? Pak ze op en stuur ze terug; daarvoor hebben we een duur apparaat van douanebeambten en grenspatrouille in het leven geroepen.

De recente onderschepping van Afrikaanse vluchtelingen bij de Canarische eilanden biedt ook weer een illustratie van de wrange werkelijkheid. Tik in een zoekmachine ‘bootvluchtelingen’ en ‘Tenerife’ in, en je krijgt niet alleen nieuwsartikelen over de onderschepping, maar ook een stroom aan reclame van reisbureaus die je goedkope vliegreizen en een ‘vakantiestunt’ met ‘unieke hotels’ voorschotelen.

Zou het die wanhopige migranten ook vreemd voorkomen dat de producten die zij dagelijks maken voor de westerse markt een grotere bewegingsvrijheid genieten dan zij? Immers, grenzen vervagen wanneer goederen over de aardbol worden verplaatst. De bananen, koffiebonen, T-shirts en dvd-recorders die ze elke dag onze kant op sturen, halen we graag in huis – het liefst zo goedkoop mogelijk. Maar als de boeren en fabrieksarbeiders zich als ‘import’ melden bij de grens, worden ze bestempeld als ‘economische vluchtelingen’ en moeten ze terug naar waar ze vandaan komen.

Is het raar dat die redenering geen consequenties heeft voor de producent van goederen en diensten? Philips sluit de lampenfabriek in Weert en zet 250 werknemers op straat om de productie te verhuizen naar Polen en China. ABN Amro maakte dit jaar bekend dat 650 banen, op het gebied van service en IT, worden verplaatst naar India. Werden deze bedrijven in hun thuisland vervolgd? Houden ze er politieke opvattingen op na die botsen met die van de Nederlandse regering? Hebben ze een familie die moet worden herenigd? Nee, de enige reden van hun verhuizing lijkt hun vooruitzicht meer geld te verdienen. Zijn Philips en ABN Amro dan ook ‘economische vluchtelingen’?

Dit is geen pleidooi om die banen in Nederland te houden. Dit is een oproep om de onrechtvaardigheid in ons migratiebeleid te erkennen. Globalisering hoort een internationale uitwisseling te zijn, waarbij landsgrenzen worden opgeheven. Dat is een nobel streven; als landen samenwerken, ontstaat meer vrede en voorspoed. Maar als bedrijven, goederen en diensten zich vrijelijk mogen bewegen, dan moeten mensen dat toch ook mogen? Niet alleen westerse vakantiegangers en carrièrejagers, maar óók de timmerman uit Ghana, de katoenboer uit India en de kinderoppas uit de Filippijnen die op de deur van rijkere landen kloppen.

Dit beleid is onhoudbaar. Nu al zien we tot welke inhumane situaties dat kan leiden: als ze goed kunnen voetballen en onze clubs aan een grote prijs kunnen helpen, willen wij ze wel zelf uit Brazilië komen ophalen. Als ze onze zieken kunnen opereren of verplegen, mogen ze uit Afrika overvliegen – alsof hun landgenoten hun studie niet hebben bekostigd en geen behoefte zouden hebben aan ziekenzorg.

Ofwel: economische vluchtelingen zijn welkom als ze ónze economie komen versterken. Een migratiebeleid dat is gericht op een onderscheid tussen talenten, tussen bedrijven en mensen, en tussen armen en rijken loopt tegen ethische grenzen aan.

In het begin van de vorige eeuw maakten talrijke Nederlanders de grote boottocht naar het Beloofde Land dat gloorde aan de andere zijde van de oceaan. Zij gingen niet om politieke, maar om economische redenen. Nederland was immers een arme boerenkolonie en in Amerika kon je een nieuw leven beginnen met meer perspectief. Niemand nam het hen kwalijk dat zij een uitweg uit hun armoede zochten en probeerden hun rijkdom elders te vinden. Het wordt tijd dat we de moderne vluchtelingen verwelkomen als moedige en verlate lotgenoten in dezelfde strijd als die waarin onze overgrootouders zich bevonden.

Marco Visscher is adjunct-hoofdredacteur van opinietijdschrift Ode (www.ode.nl).