Olie met korting

Chávez bracht New Yorkers olie in koude winter.

„Amerika is een wereldmacht. Maar Venezuela gaf ons olie.”

Toen president Hugo Chávez september vorig jaar in de Amerikaanse stad New York was voor een VN-top, mocht een tabloid het als eerste weten. Chávez wilde via zijn staatsbedrijf 80.000 vaten olie met korting aan de Amerikaanse armen aanbieden. Te beginnen in de armste wijk van de stad, Mount Hope.

Critici wezen op zijn eigen armen en deden het af als een proefballonnetje. Maar huurder Patrice White-McGleese dacht: „Wacht eens even.” De zwarte 36-jarige White-McGleese woont in Mount Hope, per metro een uur ten noorden van het Empire State Building. De werkloosheid bedraagt hier 7 procent. Een derde van de inwoners leeft onder de armoedegrens.

In dit soort wijken zijn de bewoners de afgelopen winter niet vergeten. Toen overleden enkele kinderen omdat hun ouders de verwarming niet konden betalen en de oven als verwarming gebruikten. White glimlacht zuur: „Nu het zo warm is, hebben we het daar weer over.”

Dus toen begin december een tankwagen van oliebedrijf Citgo, Venezolaans staatseigendom, White’s straat in kwam rijden, was het reden tot feest. De huisbrandolie werd met 40 procent korting in tanks onder appartementencomplexen gepompt en vormde tot april een maandelijkse besparing van 43 dollar. Welkom geld voor het echtpaar White, met samen vier banen en drie jonge kinderen.

Het bleef niet bij de besparing van 4 miljoen dollar voor de bewoners van de 75 gebouwen in The Bronx. In totaal kregen acht staten en vier indianenstammen aan de Amerikaanse Oostkust goedkopere Citgo-olie. Volgens schattingen hebben 100.000 mensen ervan kunnen profiteren. Het kostte Citgo 200 miljoen dollar.

„Voor deze huishoudens was het een onverwachte meevaller”, zegt Ronald Gold, vice-president van de New Yorkse onderzoeksorganisatie Petroleum Industry Research Foundation. „En voor Chávez was het een geslaagde poging de Amerikaanse overheid in verlegenheid te brengen.” De regering-Bush beschouwt Citgo echter nog steeds als een Amerikaans bedrijf – en de kortingen als liefdadigheid van een binnenlandse onderneming. Citgo heeft 13.500 benzinestations in de VS, is de op twee na grootste importeur van olieproducten in de VS en was Amerikaans voordat staatsbedrijf Petróleos de Venezuela het kocht.

Bij een bijeenkomst in april grapte Patrice White-McGleese dat ze zo graag naar Caracas wilde om het Venezolaanse volk te bedanken. Toeval of niet, een maand later vloog ze per privévliegtuig naar het zuiden. White en enkele andere huurders waren eregast in Chávez’ wekelijkse tv-programma waar hij ’s lands economie uit de doeken deed. „Amerika is zogenaamd een wereldmacht, maar zíj gaven ons wel die olie”, zegt White.