Minister Slovenië oogst hoon

De Sloveense minister van Buitenlandse Zaken, Dimitrije Rupel, heeft gisteren vanuit Belgrado een karrenvracht met nauwelijks nog diplomatiek verpakte hoon en woede over zich heen gekregen. De reden: de minister had voor zijn beurt gesproken, over Kosovo nog wel, een onderwerp waar hij niks mee te maken heeft en dat in Belgrado nu eenmaal uiterst gevoelig ligt.

Maandag zei de Servische premier, Vojislav Kostunica, dat Servië vasthoudt aan Kosovo, ook als dat betekent dat Servië geen lid van de Europese Unie kan worden. Rupel noemde die uitlating gisteren „problematisch vanuit het standpunt van de EU”.

Dat had hij niet moeten zeggen. De Servische Kosovo-gezant Sanda Raskovic Ivic, beschuldigde Rupel van „grove inmenging” in Servische zaken. „Het is duidelijk dat Rupel al een tijdje bezig is met het sjacheren met Servisch grondgebied en de stichting van een onafhankelijke staat op het grondgebied van Servië”, stelde ze. Ze wilde niets zeggen over „Rupels manieren”, maar Slovenië is geen lid van de organisaties die zich met Kosovo bezighouden – de Contactgroep en de VN-Veiligheidsraad – en Rupel is door geen van beide instanties uitgenodigd zijn mening te geven.

De woordvoerder van Kostunica’s Democratische Partij van Servië (DSS) vond dat „passende maatregelen” tegen Slovenië moeten worden genomen, zoals de annulering van het geplande bezoek van de Sloveense president Drnovsek aan Belgrado.

Nog verder ging Kostunica’s belangrijkste adviseur Aleksandar Simic. Niet Rupel maakt uit wat goed is voor Servië en wat niet, zei hij. „Ik ben me er niet van bewust dat Servië Rupel om advies heeft gevraagd.”

Dat de uitlating van Rupel neerkomt op druk op Servië van de kant van de Europese Unie geloofde Simic niet: „Daarvoor is Slovenië’s positie in de EU niet belangrijk genoeg.” Simic schoof Slovenië en passant nog even de schuld in de schoenen voor de teloorgang van het oude Joegoslavië en de daarop volgende oorlogen. Rupels uitlating was slechts „een onafhankelijke uitbarsting”, zo zei hij, die „overeenkomt met Slovenië’s vroegere standpunten bij het opbreken van Joegoslavië, als promotor van afscheiding en als instigator van de daaropvolgende tragische gebeurtenissen op het grondgebied van het vroegere Joegoslavië”.

Met andere woorden: naar iemand die aan de oorsprong van de oorlogen in dat vroegere Joegoslavië heeft gestaan, hoeft Belgrado niet te luisteren.