Londense smeltkroes

Duizenden Nederlanders zoeken de wereld van hard werken en hoge bonussen op.

Maar na een aantal jaren vluchten ze ook weer weg uit de dure, vuile stad.

Soms lijkt het of je in de Londense City, het financiële zakendistrict van de stad, steeds dezelfde mensen tegenkomt. Jonge man, strak in het pak, het haar in een rebelse David Beckham-coupe. Jonge vrouw, al even onberispelijk gekleed, met gevaarlijk hoge hakken. Kordaat stappen ze voorbij, telefoon aan het oor, op weg naar de volgende meeting.

Maar nader beschouwd zijn deze jonge zakenmannen en -vrouwen niet zo eenvormig als hun buitenkant doet vermoeden. Ze komen van over de hele wereld. De hoge salarissen in de City (volgens Eurostat bijna drie keer zo hoog als het Europese gemiddelde) en de open cultuur werken als een magneet op jonge, ambitieuze buitenlanders. Spanjaarden, Russen, Indiërs, Oost-Europeanen, Australiërs en Fransen werken zij aan zij met Britten. Ook Nederlandse professionals weten hun weg naar ’s werelds grootste financiële centrum goed te vinden. Volgens een grove schatting van de Nederlandse ambassade wonen er op dit moment zo’n 35.000 Nederlanders in Londen.

,,Nationaliteit speelt hier nauwelijks een rol”, zegt Erna Boogaard, die in maart dit jaar van Amerongen naar Londen verhuisde en als hoofd beleggingsstrategie voor de Britse levensverzekeraar Pearl werkt. Waar het wel om gaat, zijn kennis en talent. En de wil om hard te werken. Vooral in dat laatste blinken de Citywerkers uit, vindt Boogaard (40). ,,De inzet is enorm groot hier. Iedereen vindt het vanzelfsprekend dat er resultaten moeten worden geboekt. In Nederland komen mensen nog wel eens weg met alleen aanwezig zijn op kantoor. Dat is uitgesloten hier.”

De City staat bekend om zijn intensieve werkdagen. ’s Werelds topbanken, investeringsmaatschappijen, verzekeraars, maar ook de traditionelere lawfirms houden hun medewerkers tot ’s avonds laat bezig. Vakanties van meer dan twee weken zijn er niet bij. Maar gesputter klinkt er, dankzij de hoge salarissen en de kans op een mooie bonus, nauwelijks. In deze Angelsaksische werkcultuur is het prettig leidinggeven, geeft Boogaard toe. „Als er iets af moet, maakt niemand er een punt van een paar uur langer door te gaan.” Toch trekt ze af en toe aan de rem: „De snelheid komt de kwaliteit van het werk niet altijd ten goede.”

Ook de Nijmeegse jurist Frank Segers (30) ziet de drukke, lange dagen als hét kenmerk van de werkcultuur in de City. „Als mijn manager mij aan het eind van de dag vraagt om iets uit te zoeken, dan kan ik niet zeggen ‘ik kom er morgen op terug’. Mensen hier zijn ongeduldig.” Segers werkt nu nog bij ABN Amro, maar stapt binnenkort over naar Dresdner Kleinwort. Hoewel beide banken als milde werkgevers boek staan, en daarom populair zijn onder Citywerkers, is die kwalificatie relatief. „,Als ik af en toe een dag in Nederland werk, valt me op hoe gemoedelijk het er daar aan toe gaat”, zegt Segers.

Het moordende werktempo, gecombineerd met de lage kwaliteit van het Londense leven – krappe woningen, slechte scholen, veel vervuiling en smog – zorgt ervoor dat de City hoofdzakelijk draait op jonge gelukzoekers.

Een paar jaar hard werken, cashen en dan weg, is in Londen een beproefd recept. „Ik heb nauwelijks collega’s van boven de veertig”, zegt Segers. Veertigers en vijftigers die het zich kunnen veroorloven, gaan vroeg met pensioen en verkassen naar een rustiger plek, niet zelden in het buitenland. Ook Boogaard en Segers zien Londen niet als eindstation.

Wie te lang blijft hangen, wordt bovendien opgeslokt door de wereld van meer, meer, meer. Vooral als de bonussen worden uitgedeeld, steekt hebzucht de kop op. Boogaard: „Als je jezelf gaat vergelijken met anderen, heb je geen leven hier. Hoeveel je ook krijgt, er is altijd wel iemand die nóg meer verdient.” Volgens Segers bestaan er over de bonussen veel indianenverhalen: de bonus zou ten minste 30 tot 50 procent van het salaris moeten zijn en iedereen kent wel iemand die een ton in de wacht heeft gesleept. „Maar uiteindelijk doet iedereen heel geheimzinnig over hoeveel ze hebben gekregen.”

En al krijg je een hoge bonus, het geldverslindende Londense leven roomt die rijkdom snel af. Wie niet al te krap wil wonen, betaalt zo 650 euro huur per week. En dat voor minder dan een Amsterdamse pijpenla. Of zoals Boogaard het verwoordt: „Hoe rijk ben je als je in een Porsche rondrijdt, maar op 50 vierkante meter woont?”

Omdat zelfs in de City de boog niet altijd gespannen kan zijn, is het op vrijdagmiddag tijd om stoom af te blazen. Dan verruilen de businessmen kantoor massaal voor pub. Al vanaf twee uur ’s middags vloeit de alchohol rijkelijk. Toch is van een vrije middag niet echt sprake. Naar huis gaan is er niet bij. Want alleen een deadline op het werk geldt als goed excuus om verstek te laten gaan op dit wekelijkse uitje.

Werken in Londen? Meer info op www.cityoflondon.gov.uk ( over de City), www.dutch.org.uk (over Nederlandse organisaties in Londen) en www.labourmobility.com (over werken in het buitenland)